Omgevingsvergunning 42 appartementen IJsseldijk ondanks bodemvervuiling gehandhaafd
ECLI:NL:RVS:2026:3953, Raad van State, 08-07-2026, 202505413/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 18 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan Lambrane Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 42 appartementen aan de IJsseldijk-Noord 55c tot en met 61h in Ouderkerk aan den IJssel. Op 18 januari 2024 heeft het college aan Lambrane Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 42 appartementen aan de IJsseldijk-Noord 55c tot en met 61h in Ouderkerk aan den IJssel. De appartementen worden gerealiseerd in drie appartementencomplexen. Omdat het bouwplan op onderdelen in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan heeft het college de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan. [appellante] woont tegenover het projectgebied en kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning. Volgens haar bevat de bouwlocatie, ook na diverse saneringen, nog steeds ernstig vervuilde grond.
Kern van de zaak
Een omwonende van de IJsseldijk-Noord in Ouderkerk aan den IJssel verzet zich tegen een omgevingsvergunning voor 42 appartementen. Zij vreest gezondheidsrisico's door ernstig vervuilde grond tijdens heiwerkzaamheden en schade aan haar karakteristieke woning. Het college had de vergunning op 18 januari 2024 verleend aan Lambrane Ontwikkeling B.V.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank. Op basis van de beschikbare tekst heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en lijkt de Raad van State dit oordeel te toetsen; de doorslaggevende reden is dat het college beleidsruimte toekomt bij de afweging van belangen bij afwijking van het bestemmingsplan, en de bestuursrechter slechts marginaal toetst.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaand overgangsrecht en toetsingskader toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de casus is feitelijk van aard en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe betrokkenen.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: aanvraag ingediend op 28 juli 2023, dus oud recht (Wabo, Crisis- en herstelwet) blijft van toepassing ondanks inwerkingtreding Omgevingswet per 1 januari 2024
- 2Omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a en c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1° Wabo voor bouwen én afwijken bestemmingsplan
- 3Appellante vreest gezondheidsrisico's door bodemvervuiling tijdens heiwerkzaamheden en schade aan haar karakteristieke woning
- 4Bestuursrechter toetst marginaal: beoordeelt niet zelf of verlening in overeenstemming is met goede ruimtelijke ordening, maar of het besluit in overeenstemming is met het recht
- 5Schadeclaims van appellante dienen in een aparte procedure op Lambrane Ontwikkeling B.V. te worden verhaald
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en de marginale toetsing door de bestuursrechter bij beleidsruimte van het college bij afwijkingsvergunningen. Dit is een bevestiging van bestaand recht zonder fundamentele koerswijziging.
Praktische impact
Appellante krijgt geen bescherming via de omgevingsvergunningsprocedure tegen gezondheids- en schaderisico's door bodemvervuiling; eventuele schadeclaims dienen via een civiele procedure op de projectontwikkelaar te worden verhaald.
Onderwerp-impact
Voor projecten waarbij bouwen op (mogelijk) vervuilde grond plaatsvindt, bevestigt deze uitspraak dat bodem- en gezondheidsrisico's voor omwonenden primair via andere wettelijke kaders (zoals de Wet bodembescherming) en civiele aansprakelijkheid worden geadresseerd, niet via de omgevingsvergunningsprocedure.
Samenvatting
Deze zaak betreft het hoger beroep van een omwonende van de IJsseldijk-Noord in Ouderkerk aan den IJssel tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor drie appartementencomplexen met in totaal 42 appartementen. De vergunning werd op 18 januari 2024 door het college verleend aan Lambrane Ontwikkeling B.V. op grond van de Wabo, omdat het bouwplan op onderdelen afwijkt van het geldende bestemmingsplan. De aanvraag dateert van 28 juli 2023, waardoor op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht – waaronder de Wabo en de Crisis- en herstelwet – van toepassing blijft, ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Appellante, die tegenover het projectgebied woont, stelt dat de bouwlocatie ondanks meerdere saneringen nog steeds ernstig vervuilde grond bevat. Zij vreest dat met name de heiwerkzaamheden gevaarlijke stoffen kunnen vrijmaken die haar gezondheid schaden, en dat trillingen schade toebrengen aan haar karakteristieke woning. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond. De Raad van State stelt voorop dat het college beleidsruimte toekomt bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan en daarbij belangen dient af te wegen. De bestuursrechter toetst niet zelf of de vergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. Schadeclaims van appellante kunnen niet in deze procedure worden behandeld, maar dienen via een afzonderlijke civielrechtelijke procedure op de projectontwikkelaar te worden verhaald. De uitspraak bevestigt daarmee de bestaande rechtsregels omtrent overgangsrecht en de beperkte toetsingsruimte van de bestuursrechter bij discretionaire bevoegdheden van het bestuursorgaan.