Bouwstop hostel Utrecht na illegale brandveiligheidswerkzaamheden bekrachtigd
ECLI:NL:RVS:2026:3923, Raad van State, 15-07-2026, 202400173/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 2 augustus 2022 mondeling een bouwstop op te leggen met betrekking tot de bouwwerkzaamheden in het pand aan de Biltstraat 29-31 te Utrecht, op schrift gesteld, en aan Sam Companies een last onder dwangsom opgelegd. Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Op 2 augustus 2022 heeft een toezichthouder van het college naar aanleiding van een gesprek met de aannemer geconstateerd dat er in het hostel bouwwerkzaamheden plaatsvonden zonder omgevingsvergunning. Hierop heeft de toezichthouder namens het college mondeling een bouwstop opgelegd met ingang van 3 augustus 2022. Op 4 augustus 2022 hebben toezichthouders het pand van binnen geïnspecteerd. Aan het besluit van 5 augustus 2022 heeft het college ten grondslag gelegd dat de toezichthouder op 2 augustus 2022 met de aannemer heeft gesproken en dat die verklaarde dat hij al werkzaamheden had uitgevoerd en de komende periode werkzaamheden zou gaan uitvoeren, onder andere aan de wanden, plafonds en deuren, ten behoeve van de brandveiligheid.
Kern van de zaak
Sam Companies exploiteert een hostel in Utrecht en liet zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden uitvoeren aan brandcompartimenten. Een toezichthouder constateerde dit op 2 augustus 2022 en het college van B&W legde een bouwstop en dwangsom op. Sam Companies ging hiertegen in beroep en hoger beroep.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt het hoger beroep op basis van het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 (voor inwerkingtreding Omgevingswet). Op basis van de beschikbare tekst lijkt de opgelegde bouwstop en last onder dwangsom van €25.000 standhouden, omdat de werkzaamheden aan subbrandcompartimenten vergunningplichtig zijn en niet vergunningvrij.
Impactscore
LaagHet betreft een vrij feitelijke handhavingszaak op gemeentelijk niveau zonder fundamenteel nieuwe rechtsvragen; de toepassing van vergunningplicht voor brandcompartimenten is bestaand recht en de overgangsrechtelijke kwestie is standaard.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: beoordeling vindt plaats onder het oude recht (vóór Omgevingswet 1 januari 2024)
- 2Werkzaamheden aan (sub)brandcompartimenten zijn niet vergunningvrij en vereisen een omgevingsvergunning
- 3Toezichthouder constateerde illegale bouw na gesprek met aannemer en inspectie op 4 augustus 2022
- 4College legde bouwstop, sloopstop én last onder dwangsom van €25.000 op bij voortzetting
- 5Mondelinge bouwstop van 2 augustus 2022 werd op 5 augustus 2022 schriftelijk bevestigd en aangevuld
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat wijzigingen aan (sub)brandcompartimenten vergunningplichtig zijn en dat handhaving via bouwstop en dwangsom rechtmatig is onder het pre-Omgevingswet-regime. Het overgangsrechtelijk kader van de Invoeringswet Omgevingswet wordt toegepast.
Praktische impact
Exploitanten van horeca- en verblijfsaccommodaties moeten zich ervan bewust zijn dat brandveiligheidsgerelateerde bouwwerkzaamheden doorgaans vergunningplichtig zijn; zonder vergunning starten kan leiden tot een onmiddellijke (mondelinge) bouwstop en forse dwangsommen.
Onderwerp-impact
Voor de hotellerie- en hostelsector benadrukt deze uitspraak het belang van voorafgaande vergunningcontrole bij renovaties en brandveiligheidsaanpassingen, zeker in panden met meerdere gebruikersfuncties.
Samenvatting
Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Op 2 augustus 2022 constateerde een gemeentelijke toezichthouder na een gesprek met de aannemer dat er bouwwerkzaamheden plaatsvonden zonder de vereiste omgevingsvergunning. De aannemer verklaarde werkzaamheden te hebben uitgevoerd en nog te zullen uitvoeren aan wanden, plafonds en deuren ten behoeve van de brandveiligheid. Nog diezelfde dag werd mondeling een bouwstop opgelegd. Op 4 augustus 2022 volgde een inwendige inspectie van het pand, waarvan de bevindingen in een rapport werden vastgelegd. Op 5 augustus 2022 stelde het college van B&W de mondelinge bouwstop schriftelijk vast, voegde een sloopstop toe en legde een last onder dwangsom op van €25.000 voor het geval de werkzaamheden zonder vergunning zouden worden voortgezet. De centrale juridische vraag betreft de rechtmatigheid van deze handhavingsmaatregelen, met name of de uitgevoerde werkzaamheden aan (sub)brandcompartimenten inderdaad vergunningplichtig zijn. De Raad van State oordeelt dat het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing is op grond van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet. Het college heeft terecht vastgesteld dat werkzaamheden die het wijzigen of aanbrengen van beschermde subbrandcompartimenten betreffen, niet vergunningvrij zijn. De handhaving door middel van een bouwstop en last onder dwangsom is daarmee in beginsel rechtmatig. De zaak illustreert het belang van voorafgaand vergunningonderzoek bij renovaties met brandveiligheidscomponenten in logiesgebouwen, en toont tevens hoe gemeenten snel en doeltreffend handhavend kunnen optreden via een mondelinge bouwstop gevolgd door een formeel besluit.