Raad van State vernietigt dwangsom hostel Utrecht wegens gebrekkig besluit
ECLI:NL:RVS:2026:3922, Raad van State, 15-07-2026, 202201346/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 december 2019 heeft de burgemeester van Utrecht aan Sam Companies twee lasten onder dwangsom opgelegd. Aan het besluit heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de inspecteur van de gemeente Utrecht bij controles op 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 heeft geconstateerd dat het hostel op beide data was geopend voor publiek, terwijl er geen leidinggevende aanwezig was die op het aanhangsel bij de exploitatievergunning staat vermeld dan wel een persoon wiens bijschrijving als leidinggevende is gemeld en de gemeente die melding heeft bevestigd. Tevens heeft de burgemeester aan het besluit ten grondslag gelegd dat de inspecteur op beide data heeft geconstateerd dat er in het hostel zwak-alcoholische dranken aanwezig waren en werden verkocht vanuit een koelmachine, terwijl hiervoor geen Drank- en Horecavergunning is afgegeven. De inspecteur heeft zijn bevindingen van de controles van 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 neergelegd in twee processen-verbaal van 13 november 2019 en 11 december 2019.
Kern van de zaak
Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht. De burgemeester van Utrecht legde in december 2019 twee lasten onder dwangsom op wegens het ontbreken van een leidinggevende tijdens controles en de aanwezigheid en verkoop van zwak-alcoholische dranken zonder Drank- en Horecavergunning. Sam Companies bestreed de besluiten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt zowel het besluit van 14 augustus 2020 als de vier invorderingsbesluiten van 2 februari 2022. De doorslaggevende reden is dat het besluit van 14 augustus 2020 niet in stand kan blijven, waardoor ook de daarop gebaseerde invordering van dwangsommen geen rechtsgrondslag heeft.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor de horecapraktijk en de handhavingspraktijk van gemeenten, maar is casuïstisch van aard en stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel vast. De impact blijft daardoor beperkt tot vergelijkbare handhavingszaken.
Belangrijkste punten
- 1Burgemeester legde twee lasten onder dwangsom op na geconstateerde overtredingen bij controles in augustus en oktober 2019 (geen leidinggevende aanwezig, verkoop alcohol zonder vergunning).
- 2Rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 augustus 2020 ongegrond; de Raad van State vernietigt dit oordeel.
- 3De Afdeling vernietigt het besluit van 14 augustus 2020 en verklaart het beroep daartegen gegrond.
- 4Tevens worden vier invorderingsbesluiten van 2 februari 2022 vernietigd als gevolg van de vernietiging van het onderliggende handhavingsbesluit.
- 5De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd, wat wijst op een gedeeltelijke gegrondverklaring.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak benadrukt dat invorderingsbesluiten hun grondslag verliezen wanneer het onderliggende dwangsombesluit wordt vernietigd, en stelt daarmee eisen aan de rechtmatigheid van de gehele handhavingsketen. Bestuursorganen moeten zorgvuldige en deugdelijk gemotiveerde besluiten nemen alvorens tot invordering over te gaan.
Praktische impact
Sam Companies hoeft de opgelegde en ingevorderde dwangsommen niet te betalen nu zowel het handhavingsbesluit als de invorderingsbesluiten zijn vernietigd. De gemeente Utrecht zal opnieuw moeten beoordelen of en hoe zij handhavend kan optreden tegen het hostel.
Onderwerp-impact
Voor de horeca- en verblijfssector verduidelijkt deze uitspraak dat handhaving op het vereiste van een geregistreerde leidinggevende en een geldige Drank- en Horecavergunning zorgvuldig moet worden onderbouwd en dat procedurele gebreken in handhavingsbesluiten de gehele invorderingsketen kunnen doen sneuvelen.
Samenvatting
Stone Hostel Utrecht, geëxploiteerd door Sam Companies B.V., werd in 2019 tweemaal gecontroleerd door een gemeentelijk inspecteur. Bij beide controles werd geconstateerd dat er geen geregistreerde leidinggevende aanwezig was en dat zwak-alcoholische dranken werden verkocht vanuit een koelmachine zonder dat daarvoor een Drank- en Horecavergunning was afgegeven. De burgemeester van Utrecht zag hierin overtredingen van de Horecaverordening 2018 en de Drank- en Horecawet en legde in december 2019 twee lasten onder dwangsom op. Nadat Sam Companies niet tijdig aan de lasten voldeed, volgden invorderingsbesluiten. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 augustus 2020 ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter anders: het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 augustus 2020 wordt vernietigd. Als rechtstreeks gevolg hiervan worden ook de vier invorderingsbesluiten van 2 februari 2022 vernietigd, omdat deze hun grondslag ontlenen aan het vernietigde handhavingsbesluit. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige in stand gelaten. De kern van de beslissing ligt in de onrechtmatigheid van het handhavingsbesluit van 14 augustus 2020; de exacte motivering is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de vernietiging maakt duidelijk dat de burgemeester niet aan de vereisten van een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd besluit heeft voldaan. Voor de praktijk betekent dit dat gemeenten bij horeca-handhaving de volledige besluitvormingsketen op orde moeten hebben: een gebrekkig primair besluit ondermijnt ook de rechtmatigheid van daaropvolgende invorderingsbesluiten. Sam Companies is daarmee gevrijwaard van betaling van de opgelegde dwangsommen.