Wegslepen naar niet-aangewezen bewaarplaats onrechtmatig
ECLI:NL:RVS:2026:3819, Raad van State, 01-07-2026, 202503532/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen zijn beslissing op schrift gesteld om op 8 april 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellante] met kenteken […] (het voertuig) weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellante] te verhalen.
Kern van de zaak
Het college van Vlaardingen liet een voertuig wegslepen wegens een tijdelijk parkeerverbod rondom een kermisopbouw. Het voertuig werd opgeslagen bij een bedrijf in Rhoon dat niet als bewaarplaats was aangewezen in de Wegsleepverordening Vlaardingen. Het college verhaalde de kosten op de eigenaar van het voertuig.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing niet volledig zichtbaar, maar de kern van het juridische geschil betreft of het wegslepen naar een niet-aangewezen bewaarplaats rechtmatig was en of de kosten terecht op appellante zijn verhaald. De doorslaggevende kwestie is dat de opslaglocatie Barendregt in Rhoon niet als bewaarplaats is aangewezen in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, hetgeen de rechtmatigheid van het optreden ter discussie stelt.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische zaak over een formeel gebrek in de uitvoering van de wegsleepregeling in één gemeente; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking en raakt geen fundamentele rechtsvragen, hoewel zij nuttig is als herinnering aan formele vereisten voor bestuursdwang.
Belangrijkste punten
- 1Het voertuig is weggesleept op basis van spoedeisende bestuursdwang wegens overtreding van het tijdelijke parkeerverbod (E4-bord met onderbord) voor de kermisopbouw.
- 2De opslaglocatie Barendregt in Rhoon was niet aangewezen als bewaarplaats in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, wat een formeel gebrek oplevert.
- 3Het college beriep zich op artikel 5:25 Awb voor kostenverhaal en stelde dat de twee weken aankondigingstermijn en het flyeren in de buurt voldoende waarschuwing waren.
- 4De juridische grondslag voor het wegslepen was artikel 170 lid 1 sub c Wvw jo. artikel 24 lid 1 sub d RVV 1990.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de eindconclusie van de Raad van State is niet zichtbaar in het aangeleverde fragment.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze zaak verduidelijkt dat toepassing van de wegsleepregeling gebonden is aan strikte formele vereisten, waaronder de aanwijzing van de bewaarplaats in de lokale wegsleepverordening; schending hiervan kan de rechtmatigheid van het kostenverhaal aantasten. Dit is relevant voor gemeenten die gebruik maken van externe takel- en bergingsbedrijven wier locaties niet formeel zijn aangewezen.
Praktische impact
Voor de eigenaar van het voertuig betekent een succesvol beroep dat de gemeente de sleepkosten niet kan verhalen. Voor gemeenten is dit een waarschuwing dat zij de bewaarplaatsen in hun wegsleepverordening actueel en correct moeten houden bij gebruik van externe opslaglocaties.
Onderwerp-impact
Op het terrein van handhaving en vergunningen onderstreept deze zaak dat overheden bij toepassing van bestuursdwang gebonden zijn aan hun eigen lokale regelgeving; het gebruik van een niet-aangewezen opslaglocatie kan leiden tot onrechtmatig kostenverhaal.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een geschil over de rechtmatigheid van het wegslepen van een geparkeerd voertuig in Vlaardingen en het verhalen van de daarmee gemoeide kosten op de voertuigeigenaar. Op 25 maart 2024 plaatste het college van Vlaardingen onderborden bij de E4-parkeerverbodsborden aan de Broekweg, die een tijdelijk parkeerverbod aankondigden van 8 april tot 15 april 2024 in verband met de opbouw van een kermis. Toen het voertuig op 8 april 2024 om 11:55 uur nog aanwezig bleek, werd spoedeisende bestuursdwang toegepast en het voertuig weggesleept naar de opslaglocatie van takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt in Rhoon. Het college verhaalden de kosten van het wegslepen op appellante op grond van artikel 5:25 Awb. Het centrale juridische knelpunt is dat de opslaglocatie Barendregt in Rhoon niet was aangewezen als bewaarplaats in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, zoals die gold ten tijde van het wegslepen. Dit formele gebrek raakt de rechtmatigheid van de gehele wegsleepoperatie en daarmee het kostenverhaal. Het college baseerde het wegslepen op artikel 170 lid 1 sub c van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 24 lid 1 sub d RVV 1990, en stelde dat de aankondigingstermijn van twee weken met borden én flyeractie in de buurt voldoende was. De uitspraaktekst is in het aangeleverde fragment onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van het geschetste formele gebrek lijkt het aannemelijk dat het kostenverhaal geen stand houdt, maar dit vergt bevestiging vanuit de volledige uitspraak.