JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3801Laag18/100

Herbestemming agrarisch perceel Zoeterwoude deels toegestaan

ECLI:NL:RVS:2026:3801, Raad van State, 01-07-2026, 202301475/1/R3

Raad van StateUitspraak: 1 juli 2026Publicatie: 1 juli 2026
Procedure:Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Zaaknummer:202301475/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Crisis En Herstelwet
Verbrede Reikwijdte
Zoeterwoude

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zoeterwoude het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herbestemming en herontwikkeling van een voormalig agrarisch perceel aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Zoeterwoude mogelijk. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet (Bu Chw) biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De in het plan voorziene herontwikkeling bestaat uit verschillende ontwikkelingen. Hierover staat in de plantoelichting dat het initiatief inhoudt dat op perceel [locatie 2] de monumentale boerderijwoning wordt gesplitst in twee wooneenheden en dat het voormalige zomerhuis zijn oude functie als zomerhuis weer terugkrijgt. Het zomerhuis wordt uitgebreid en kan op basis van het plan worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bieden van logies, maar ook als zomerhuis voor privégebruik. Daarnaast staat in de plantoelichting dat de voormalige varkensschuur gedeeltelijk wordt gesloopt en dat in het overige gedeelte vier logiesverblijven mogelijk worden gemaakt, waarbij het pad naar de Nieuweweg gebruikt zal worden als in- en uitrit voor de logies.

Kern van de zaak

Een beroepsprocedure betreft de herbestemming en herontwikkeling van een voormalig agrarisch perceel aan de locaties 1 en 2 in Zoeterwoude. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, opgesteld onder de Crisis- en herstelwet, maakt splitsing van een monumentale boerderijwoning en bedrijfsmatig gebruik van een zomerhuis mogelijk. Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen dit vastgestelde bestemmingsplan.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven; de eindbeslissing kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is duidelijk dat het oude recht (Wro, Crisis- en herstelwet, Wabo) van toepassing blijft nu het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. De inhoudelijke beoordeling van het beroep en het dictum ontbreken in de aangeleverde tekst.

18van 100

Impactscore

Laag

De overgangsrechtelijke overwegingen zijn standaard en worden door de Raad van State consequent toegepast; de zaak heeft een beperkte geografische en juridische reikwijdte. De inhoudelijke beslissing ontbreekt bovendien in de aangeleverde tekst.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: het ontwerpplan is op 8 juni 2022 ter inzage gelegd, waardoor het pre-Omgevingswet recht (Wro, Wabo, Chw) van toepassing blijft tot onherroepelijkheid.
  • 2De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend op 4 februari 2021, eveneens vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat ook daarop oud recht van toepassing is.
  • 3Het betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van het Besluit Crisis- en herstelwet.
  • 4De voorziene ontwikkeling omvat splitsing van een monumentale boerderijwoning in twee wooneenheden en bedrijfsmatig gebruik van een zomerhuis voor logies.
  • 5De inhoudelijke overwegingen en het dictum zijn niet opgenomen in de aangeleverde tekst, waardoor de uitkomst niet volledig kan worden geanalyseerd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.6 lid 3 en art. 4.3 sub a), waarbij procedures over vóór 2024 ter inzage gelegde bestemmingsplannen volledig onder het oude regime worden afgehandeld. Dit is vaste lijn bij de Raad van State en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking.

Praktische impact

Voor de initiatiefnemer en omwonenden betekent dit dat de procedure wordt beoordeeld naar Wro- en Wabo-normen, hetgeen de rechtspositie van alle partijen bepaalt totdat het plan onherroepelijk is. De uitkomst voor de concrete herontwikkeling in Zoeterwoude is op basis van de beschikbare tekst niet vast te stellen.

Onderwerp-impact

Voor ruimtelijke-ordeningspraktijk en herontwikkeling van voormalige agrarische percelen met monumentale bebouwing benadrukt deze zaak het belang van het moment van terinzagelegging als bepalend overgangsrechtelijk aanknopingspunt onder de Invoeringswet Omgevingswet.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Raad van State van 1 juli 2026 betreft een beroepsprocedure tegen een bestemmingsplan dat de herbestemming en herontwikkeling mogelijk maakt van een voormalig agrarisch perceel in Zoeterwoude. Het plan, opgesteld als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van het Besluit Crisis- en herstelwet, voorziet onder meer in de splitsing van een monumentale boerderijwoning in twee wooneenheden en in de mogelijkheid om een zomerhuis bedrijfsmatig te exploiteren voor logies. Een centrale rechtsvraag betreft het toepasselijke overgangsrecht na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De Raad van State overweegt dat het ontwerpbestemmingsplan op 8 juni 2022 ter inzage is gelegd en de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 februari 2021 — beide vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 4.6, derde lid, respectievelijk artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing, totdat het bestemmingsplan en het besluit op de omgevingsvergunning onherroepelijk zijn. Dat betekent concreet dat de Wet ruimtelijke ordening, de Crisis- en herstelwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de toetsingskaders vormen. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig: de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden en het dictum ontbreken. Een volledige analyse van de beslissing en de dragende motivering is daardoor niet mogelijk. Op basis van de beschikbare overwegingen kan worden geconcludeerd dat de zaak een standaard toepassing betreft van het inmiddels vaste overgangsrecht onder de Invoeringswet Omgevingswet, zonder aanwijzingen voor richtinggevende nieuwe rechtsontwikkeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied