B&B-poortje in hek geweigerd wegens strijd bestemmingsplan
ECLI:NL:RVS:2026:3652, Raad van State, 24-06-2026, 202504161/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 december 2024 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een Bed & Breakfast op de begane grond van de woning op het perceel [locatie] in Dordrecht. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel. De woning is de zesde woning van rechts (gezien vanaf de achterkant) in een rij van twaalf aaneengebouwde woningen. Elke woning heeft aan de achterzijde een terras met een diepte van 1,80 m. De ruimte achter de woningen moet vanwege architectonische eisen open blijven; de terrassen mogen dus niet, met bijvoorbeeld een schutting, van elkaar worden afgescheiden. Direct achter de terrassen loopt een gezamenlijk betegeld looppad, dat de bewoners kunnen gebruiken om bij de achterzijde van hun woningen te komen. Naast het pad ligt een grasveld, dat hoort bij een openbaar park. Een laag hekje scheidt het grasveld van het pad en de terrassen. [appellant] heeft op de begane grond van zijn woning een B&B gerealiseerd. De toegang van de B&B is aan de achterzijde. In het hekje achter de woningen wil [appellant] ter hoogte van zijn woning een poortje maken, zodat de bezoekers van de B&B via het grasveld, waarin een pad is gemaaid, de woning kunnen bereiken. Hij heeft hiervoor een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend.
Kern van de zaak
Eigenaar van een woning in Dordrecht exploiteert een B&B op de begane grond en wil een poortje in het hekje achter de woningen om bezoekers via het park toegang te geven. Het college weigerde de omgevingsvergunning omdat het gebruik in strijd zou zijn met de bestemming 'Woongebied'.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De doorslaggevende reden is dat het aangevraagde gebruik in strijd is met de op het perceel rustende bestemming 'Woongebied' onder het tijdelijke omgevingsplan.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische, enkelvoudige zaak over een kleine bouwkundige ingreep; de Raad van State past bestaand recht toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen, waardoor de precedentwerking beperkt is.
Belangrijkste punten
- 1De aanvraag valt onder de Omgevingswet (ingediend op 19 juni 2024); het oude bestemmingsplan maakt krachtens artikel 4.6 Invoeringswet Ow deel uit van het tijdelijke omgevingsplan.
- 2De bestemming 'Woongebied' laat het door appellant gewenste gebruik (toegangspoortje ten behoeve van B&B-bezoekers via openbaar park) niet toe.
- 3Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan/tijdelijk omgevingsplan.
- 4Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
- 5De architectonische eis dat de terrassen open en onafgescheiden blijven speelt mee in de ruimtelijke context van het perceel.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat oude bestemmingsplannen als tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet dezelfde bindende werking houden en dat gebruik in strijd daarmee een weigeringsgrond blijft. Er worden geen nieuwe rechtsnormen geformuleerd.
Praktische impact
Appellant kan het poortje niet realiseren en B&B-bezoekers kunnen de achterzijde niet via het park bereiken; het verzoek om schadevergoeding is eveneens afgewezen, zodat appellant geen compensatie ontvangt.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren die een B&B of andere recreatieve functie in een woonbestemming willen exploiteren, onderstreept deze zaak het belang van het tijdig toetsen van de omgevingsplanregels voordat infrastructurele aanpassingen worden aangevraagd.
Samenvatting
Deze zaak betreft een eigenaar van een rijtjeswoning in Dordrecht die op de begane grond een bed & breakfast exploiteert. Omdat de toegang tot de B&B aan de achterzijde van de woning is gesitueerd, wilde hij in het lage hekje achter de woningrij een poortje aanbrengen. Via dat poortje zouden gasten via een gemaaid pad door het aangrenzende openbare park de woning kunnen bereiken. Hij diende daartoe op 19 juni 2024 een aanvraag om omgevingsvergunning in. Omdat de aanvraag na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend, is die wet van toepassing. Het bestemmingsplan '2e herziening bestemmingsplan Leerpark' maakt krachtens artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet deel uit van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Dordrecht. Op het perceel rust de bestemming 'Woongebied'. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning, omdat het gewenste gebruik — het realiseren van een poortje ten behoeve van B&B-bezoekers — in strijd is met de geldende woonbestemming. De rechtbank bevestigde dit standpunt in eerste aanleg. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De Afdeling oordeelt dat het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan onverminderd bindend is en dat het aangevraagde gebruik daar niet binnen past. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord; de zaak is een toepassing van het overgangsrecht onder de Omgevingswet en de reguliere toetsing aan bestemmingsplanregels. De uitspraak heeft daarmee een beperkt precedentkarakter, maar illustreert wel dat de invoering van de Omgevingswet de inhoudelijke toetsing aan de (voormalige) bestemmingsplanregels niet wijzigt zolang het tijdelijke omgevingsplan geldt.