JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:362Middel38/100

RvS vernietigt dwangsom en opdracht over PAS-vergunning intrekking

ECLI:NL:RVS:2026:362, Raad van State, 21-01-2026, 202202983/1/R2

Raad van StateUitspraak: 21 januari 2026Publicatie: 21 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202202983/1/R2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Handhaving
Milieu
Pas Vergunning
Stikstof
Natura 2000
Intrekking Vergunning
Overgangsrecht Omgevingswet

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning van 16 mei 2019, verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan [maatschap] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. [maatschap] exploiteert een rundveehouderij aan de [locatie] in Montfort. Op 19 mei 2016 heeft de veehouderij een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verkregen voor de wijziging van de veehouderij. De natuurvergunning van 16 mei 2019 voorziet in een toename van het aantal vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en andere wijzingen. Zij is verleend op grond van het Programma Aanpak Stikstof. De wijziging die is vergund, maakt een toename van stikstofdepositie mogelijk waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld uit het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

Kern van de zaak

MOB en Leefmilieu verzochten in 2019 om intrekking van een PAS-vergunning (stikstof) voor een rundveehouderij in Montfort, omdat deze vergunning in strijd met wettelijke voorschriften zou zijn verleend en mogelijk verslechtering van Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De rechtbank had eerder een dwangsom vastgesteld en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van het college van gedeputeerde staten van Limburg gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin een dwangsom was vastgesteld en een opdracht was gegeven tot het nemen van een nieuw besluit over de intrekking van de natuurvergunning. De doorslaggevende reden is gelegen in de onjuistheid van de door de rechtbank opgelegde verplichtingen ten aanzien van het verzoek om intrekking of wijziging van de PAS-vergunning.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is relevant voor de PAS-intrekkingspraktijk en het overgangsrecht, maar betreft een individuele zaak en de volledige motivering is niet beschikbaar; de bredere rechtsontwikkeling op dit terrein wordt primair bepaald door eerdere richtinggevende uitspraken over het PAS.

Belangrijkste punten

  • 1Op dit geding blijft de Wet natuurbescherming (oud) van toepassing vanwege overgangsrecht, omdat het intrekkingsverzoek vóór 1 januari 2024 is ingediend.
  • 2De PAS-vergunning van 16 mei 2019 is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof en maakt een toename van stikstofdepositie op meerdere Natura 2000-gebieden mogelijk.
  • 3MOB en Leefmilieu verzochten intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid onder c én artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb wegens strijd met wettelijke voorschriften en mogelijke verslechtering van Natura 2000-gebieden.
  • 4De Afdeling vernietigt zowel de door de rechtbank vastgestelde dwangsom wegens niet-tijdig beslissen als de aan het college opgelegde beslissingsopdracht.
  • 5De uitspraak is deels onvolledig weergegeven, waardoor de volledige motivering van de vernietiging en eventuele verdere beslissingen niet kunnen worden beoordeeld.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur, en corrigeert de rechtbank wat betreft het opleggen van een dwangsom en beslissingsopdracht in PAS-intrekkingszaken. Vanwege de onvolledige tekst blijft onzeker wat de Afdeling vervolgens zelf heeft beslist over de inhoudelijke beoordeling van het intrekkingsverzoek.

Praktische impact

Voor de rundveehouderij in kwestie betekent de vernietiging van de rechtbankuitspraak vooralsnog dat de druk van een dwangsom en een verplichte nieuwe beslissing op korte termijn wegvalt. MOB en Leefmilieu zien hun pogingen om via de rechter intrekking van de PAS-vergunning af te dwingen op dit onderdeel niet slagen.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak is relevant voor de bredere PAS-problematiek en de afhandeling van lopende intrekkingsverzoeken van PAS-vergunningen, waarbij overgangsrecht, Natura 2000-bescherming en stikstofdeposities centraal staan.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal het verzoek van milieuorganisaties MOB en Leefmilieu om intrekking van een PAS-vergunning die op 16 mei 2019 was verleend aan een rundveehouderij in Montfort. Deze vergunning maakte een toename van stikstofdepositie mogelijk op meerdere Natura 2000-gebieden in Limburg, waaronder het Roerdal en de Groote Peel. De intrekking werd gevraagd op grond van artikel 5.4 van de Wet natuurbescherming, zowel wegens vermeende strijd met wettelijke voorschriften (het PAS is immers na de uitspraak van het Hof van Justitie EU van 2018 ondergraven) als wegens de mogelijkheid van verslechtering van beschermde natuurgebieden. Een eerste vraag die de Raad van State beantwoordde, betrof het toepasselijke recht: nu het intrekkingsverzoek dateert van 17 juli 2019 – ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 – blijft op grond van het overgangsrecht de Wet natuurbescherming (oud) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is geworden. De rechtbank had eerder een dwangsom vastgesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit en het college van gedeputeerde staten van Limburg opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van het college gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank op deze onderdelen. De dwangsom en de beslissingsopdracht worden vernietigd. Vanwege de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst kan niet volledig worden beoordeeld welke verdere beslissingen de Afdeling heeft genomen over de inhoudelijke beoordeling van het intrekkingsverzoek en een eventueel verzoek om schadevergoeding. De zaak illustreert de complexiteit van de afwikkeling van PAS-gerelateerde vergunningen en de wisselwerking tussen bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten en overgangsrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447Laag
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch3 jun 2026VastgoedOverheid
15/100Bekijk
ECLI:NL:CRVB:2026:588Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG

Centrale Raad van Beroep13 mei 2026ZorgOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied