Vrijgesproken militair krijgt vrijspraak toegevoegd aan HKS-registratie
ECLI:NL:RVS:2026:3050, Raad van State, 27-05-2026, 202407536/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg) om vernietiging, rectificatie of aanvulling van politie-antecedenten afgewezen. [appellant] is werkzaam als militair. Hij heeft op 22 februari 2020 tijdens carnaval in Breda bij wijze van grap een willekeurige pas uit zijn portemonnee aan een vriend gegeven om te zien of de slagboom van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) open zou gaan. Bij de dienstdoende beveiliger bestond het vermoeden dat de vriend de defensiepas van [appellant] tegen de paslezer had gehouden. Hierop is [appellant] aangehouden op verdenking van het opzettelijk niet volgen van een dienstvoorschrift en/of het ter beschikking stellen van een reisdocument dat aan hem is verstrekt aan een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt. [appellant] heeft daarna een strafbeschikking ontvangen omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan het ter beschikking stellen van een reisdocument aan een derde met het oogmerk het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt. Hij heeft hiertegen verzet aangetekend en is vervolgens van het ten laste gelegde feit vrijgesproken. Voor het opzettelijk niet volgen van een dienstvoorschrift is hij niet vervolgd. [appellant] voert aan dat het bewaren van zijn gegevens na de vrijspraak niet langer noodzakelijk is voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Zijn gegevens zouden daarom verwijderd moeten worden. Voor zover de gegevens niet verwijderd worden vindt [appellant] dat de gegevens gerectificeerd of aangevuld moeten worden.
Kern van de zaak
Een militair gaf bij wijze van grap een pas aan een vriend om te zien of de slagboom van de KMA open zou gaan. Hij werd aangehouden, ontving een strafbeschikking, tekende verzet aan en werd vrijgesproken. Desondanks bleef hij in het Herkenningsdienst Systeem (HKS) van de Koninklijke Marechaussee als verdachte geregistreerd, zonder vermelding van de vrijspraak, waarna hij om verwijdering of aanvulling van zijn gegevens verzocht.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag en draagt de minister van Defensie op de vrijspraak als aanvulling toe te voegen aan de HKS-registratie van appellant. De doorslaggevende reden is dat de weigering om de vrijspraak te vermelden bij de verwerkte gegevens onrechtmatig is, nu de betrokkene definitief is vrijgesproken en de registratie zonder die aanvulling een onjuist beeld geeft.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor iedereen die na vrijspraak nog als verdachte in het HKS of vergelijkbare systemen staat, maar is beperkt tot de specifieke context van militaire gegevensverwerking en bevestigt bestaande rechtsbeginselen rond correcte registratie zonder fundamenteel nieuw recht te stellen.
Belangrijkste punten
- 1Vrijgesproken militair bleef zonder vermelding van vrijspraak als verdachte geregistreerd in het HKS van de KMar.
- 2De KMar is verwerkingsverantwoordelijke voor het HKS, dat gekoppeld is aan de BVI IB van de politie.
- 3Appellant was in het HKS geregistreerd voor zowel art. 231 lid 1 WvSr (waarvan vrijgesproken) als art. 136 lid 1 WvMSr (nooit vervolgd).
- 4De Raad van State oordeelt dat het recht op aanvulling van persoonsgegevens van toepassing is en dat de vrijspraak moet worden bijgeschreven.
- 5De rechtbank Den Haag werd teruggefloten; de Afdeling voorziet zelf in de zaak door het verzoek om aanvulling in te willigen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat een definitieve vrijspraak recht geeft op aanvulling van politie- en justitiële gegevens in systemen als het HKS, zodat de registratie een volledig en juist beeld geeft. Dit raakt de toepassing van het recht op rectificatie/aanvulling onder de Wet politiegegevens en vergelijkbare regelgeving voor militaire gegevensverwerking.
Praktische impact
Voor de betrokken militair betekent de uitspraak dat zijn vrijspraak voortaan zichtbaar is in het HKS, waardoor de registratie niet langer een onjuist beeld van zijn strafrechtelijk verleden geeft. Andere personen die vrijgesproken zijn maar nog als verdachte in politie- of marechaussee-systemen staan, kunnen zich op deze uitspraak beroepen om aanvulling van hun gegevens te vorderen.
Onderwerp-impact
De zaak benadrukt het belang van correcte gegevensverwerking door overheidsinstanties, in het bijzonder bij justitiële documentatie van militairen. Het toont dat overheidsregistraties actief moeten worden bijgehouden om vrijspraken te weerspiegelen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een militair die in februari 2020 tijdens carnaval bij wijze van grap een pas aan een vriend gaf om te testen of de slagboom van de Koninklijke Militaire Academie zou opengaan. Hij werd aangehouden op verdenking van het ter beschikking stellen van een reisdocument (art. 231 lid 1 WvSr) en het niet opvolgen van een dienstvoorschrift (art. 136 lid 1 WvMSr). Na een strafbeschikking tekende hij verzet aan en werd hij uiteindelijk vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit; voor art. 136 WvMSr werd hij nooit vervolgd. Desondanks bleef hij in het Herkenningsdienst Systeem (HKS) van de Koninklijke Marechaussee voor beide feiten als verdachte geregistreerd, zonder vermelding van de vrijspraak. Hij verzocht de minister van Defensie om verwijdering, rectificatie of aanvulling van zijn gegevens. De minister wees dit verzoek af; de rechtbank Den Haag bevestigde dat besluit. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders. De Afdeling stelt vast dat de weigering om de vrijspraak toe te voegen aan de geregistreerde gegevens onrechtmatig is. Een registratie die de betrokkene als verdachte vermeldt zonder de latere vrijspraak te vermelden, geeft een onvolledig en daarmee onjuist beeld van zijn strafrechtelijke positie. Op grond van het recht op aanvulling van persoonsgegevens dient de vrijspraak te worden bijgeschreven. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de minister op dit punt, en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat het verzoek om aanvulling wordt ingewilligd. De uitspraak bevestigt dat overheidsinstanties die justitiële gegevens verwerken, gehouden zijn deze actueel en volledig te houden, ook wanneer een strafrechtelijke procedure eindigt in vrijspraak.