ECLI:NL:RVS:2026:2902, Raad van State, 20-05-2026, 202406779/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [bedrijf A] een bestuurlijke boete van € 174.500,- opgelegd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [appellant A] en [appellant B] ieder afzonderlijk een boete van € 87.250,00 opgelegd. [appellant A] en [appellant B] waren tot medio januari 2015 de bestuurders van [bedrijf B]. [bedrijf A] heeft sinds januari 2015 de activiteiten van [bedrijf B] overgenomen. Via [bedrijf B] en [bedrijf A] werden personen uit Letland via [uitzendbureau] te werk gesteld bij diverse bedrijven, de zogeheten inleners. [appellant A] dan wel [appellant B] ondertekenden als "general director", namens [bedrijf B] en later [bedrijf A], daartoe met de personen uit Letland overeenkomsten met de vermelding `Work experience contract' (werkervaringscontract). Naar aanleiding van meerdere meldingen van misstanden bij onder andere [bedrijf B] en [bedrijf A] is door het Interventieteam Uitzendbureaus, waar arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectie) deel van uitmaakten, op 24 maart 2015 een onderzoek gestart.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.