JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:2897Middel38/100

Uitschrijving uit BRP vernietigd wegens onvoldoende adresonderzoek

ECLI:NL:RVS:2026:2897, Raad van State, 20-05-2026, 202501597/1/A3

Raad van StateUitspraak: 20 mei 2026Publicatie: 20 mei 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202501597/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Brp Uitschrijving
Adresonderzoek
Gemeentelijke Handhaving
Waterverbruik
Verblijfplaats

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg [wederpartij] uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp). [wederpartij] stond sinds 2007 in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Tilburg. Na een melding van de verhuurder dat [wederpartij] niet meer op het adres zou wonen is het college een adresonderzoek gestart. Daarbij heeft het college de gegevens over het waterverbruik van [wederpartij] opgevraagd bij Brabant Water. Ook heeft het college drie huisbezoeken uitgevoerd, alle drie overdag tijdens kantoortijden op werkdagen, waarbij [wederpartij] niet is aangetroffen. Het college heeft [wederpartij] ook per brief verzocht om een eigen verklaring in te dienen dat hij op het adres woont, wat hij heeft gedaan. Ook heeft het college hem verzocht om zijn bankafschriften te verstrekken. Dat heeft [wederpartij] toen geweigerd, maar hij heeft deze afschriften tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank alsnog verstrekt.

Kern van de zaak

Een inwoner van Tilburg stond sinds 2007 ingeschreven op een adres in de BRP. Na een melding van de verhuurder startte het college een adresonderzoek op basis van laag waterverbruik en drie huisbezoeken overdag. Het college schreef hem uit de BRP, waartegen hij bezwaar en beroep instelde.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de uitschrijving uit de BRP onrechtmatig was. De doorslaggevende reden is dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht, nu de verklaringen van betrokkene voor het lage waterverbruik en de geringe containerledigingen niet werden weerlegd en er geen nachtelijk onderzoek naar de feitelijke verblijfplaats plaatsvond.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak over de onderzoeksplicht bij BRP-adresonderzoek en heeft directe betekenis voor gemeentelijke handhavingspraktijk, maar introduceert geen nieuw rechtsprincipe.

Belangrijkste punten

  • 1Drie huisbezoeken werden uitsluitend overdag op werkdagen uitgevoerd, waardoor de bewijswaarde ervan beperkt is
  • 2Het lage waterverbruik en geringe containerledigingen roepen vragen op, maar volstaan niet als bewijs van uitschrijving zonder nadere weerlegging van de gegeven verklaringen
  • 3Het college heeft nagelaten te onderzoeken waar betrokkene 's nachts verblijft, terwijl dat het meest relevante criterium is voor inschrijving in de BRP
  • 4Bankafschriften die pas in beroep werden overgelegd, zijn door de rechtbank meegewogen bij de beoordeling
  • 5Het college had nader onderzoek moeten verrichten voordat het tot uitschrijving kon overgaan

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat gemeenten bij adresonderzoek een serieuze onderzoeksplicht hebben en niet mogen volstaan met indirect bewijs als de betrokkene plausibele verklaringen geeft. Uitschrijving uit de BRP vereist een deugdelijke feitelijke grondslag.

Praktische impact

Betrokkene blijft ingeschreven op het adres in Tilburg en ondervindt geen verdere administratieve gevolgen van de onterechte uitschrijving. Gemeenten worden gewaarschuwd dat adresonderzoeken grondiger moeten worden opgezet, inclusief onderzoek buiten kantooruren.

Onderwerp-impact

Voor gemeenten die BRP-adresonderzoeken uitvoeren betekent dit dat zij bij twijfel over de feitelijke verblijfplaats niet kunnen volstaan met uitsluitend indirecte aanwijzingen, maar ook actief de nachtelijke verblijfplaats moeten onderzoeken.

Samenvatting

Deze zaak betreft een man die sinds 2007 ingeschreven stond op een adres in Tilburg. Na een melding van de verhuurder dat hij er niet meer zou wonen, startte de gemeente een adresonderzoek. Daarbij werden waterverbruiksgegevens bij Brabant Water opgevraagd, drie huisbezoeken uitgevoerd — alle drie overdag op werkdagen — en werd betrokkene verzocht een eigen verklaring en bankafschriften te overleggen. Op basis van laag waterverbruik en weinig containerledigingen concludeerde het college dat hij niet meer op het adres woonde en schreef het hem uit de BRP bij besluit van 16 februari 2024. Het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht. De verklaringen van betrokkene — dat hij water verbruikt op zijn bedrijf en buiten werktijden vaak bij ouders of een vriendin verblijft — sloten het lage waterverbruik niet uit, en ook de geringe containerledigingen hadden een aannemelijke verklaring. Cruciaal vond de rechtbank dat het college geen onderzoek had gedaan naar waar betrokkene 's nachts sliep, terwijl dat de kern is van de vraag naar feitelijke verblijfplaats voor BRP-inschrijving. De Raad van State bevestigt dit oordeel. Het college had met aanvullend en grondiger onderzoek de verklaringen van betrokkene moeten weerleggen voordat het tot uitschrijving kon overgaan. De uitschrijving was daarmee onrechtmatig wegens een ondeugdelijke feitelijke grondslag en schending van de onderzoeksplicht. De uitspraak herinnert gemeenten eraan dat adresonderzoeken niet mogen worden beperkt tot kantooruren en indirecte indicatoren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied