Gemeente Zevenaar aansprakelijk na diskwalificerend personeelsrapport
ECLI:NL:RVS:2026:2695, Raad van State, 20-05-2026, 202502164/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar het verzoek van [appellante] om vernietiging van documenten en het staken van de verspreiding van documenten afgewezen. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. Het college heeft het hele verzoek van [appellante] aangemerkt als een verzoek tot het wissen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (de AVG). Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen en het daartegen door haar gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college stelt dat de verwerking van de persoonsgegevens van [appellante] nodig is met het oog op de archivering ervan in het algemeen belang of historisch onderzoek.
Kern van de zaak
Een ambtenaar bij de gemeente Zevenaar werd in 2005 beschadigd door het rapport Bunt, dat diskwalificerende uitlatingen over haar bevatte. Zij vorderde schadevergoeding; de CRvB stelde in 2015 vast dat het college verwijtbaar handelde. De zaak betreft nu vervolgprocedures over openbaarheid van raadsenquêtedocumenten.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst lijkt de zaak te draaien om de toegang tot of openbaarheid van raadsenquêtedocumenten na de eerder door de CRvB vastgestelde aansprakelijkheid van de gemeente Zevenaar.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische procedure in een al jarenlang lopende individuele ambtenarenrechtelijke kwestie; de rechtsregels zijn niet nieuw en de uitkomst heeft beperkte precedentwerking buiten deze specifieke zaak.
Belangrijkste punten
- 1Het rapport Bunt (2005) bevatte diskwalificerende, op de persoon gerichte uitlatingen over appellante als ambtenaar bij de afdeling Handhaving van gemeente Zevenaar.
- 2De CRvB oordeelde in 2015 dat het college verwijtbaar handelde door zich zonder voorbehoud achter de inhoud van het rapport te scharen en geen afstand te nemen van onprofessionele kwalificaties.
- 3De gemeenteraad stelde naar aanleiding van de CRvB-uitspraak een enquêtecommissie in voor onderzoek naar het P&O-beleid van gemeente Zevenaar (2002–2015).
- 4De enquêtecommissie legde in oktober 2017 beperkingen op aan de openbaarheid van alle aan haar ter beschikking gestelde documenten (raadsenquêtedocumenten).
- 5De zaak is gelijktijdig behandeld met zaak nr. 202402400/1/A3, wat duidt op samenhangende procedures rondom hetzelfde feitencomplex.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak raakt aan de grenzen van openbaarheid van raadsenquêtedocumenten en de verhouding tussen gemeentelijke informatieverstrekking en bescherming van betrokkenen. Onzekerheid over de exacte beslissing blijft bestaan vanwege de onvolledige tekst.
Praktische impact
Voor appellante is de uitkomst van belang voor haar toegang tot informatie die relevant kan zijn voor haar reeds lang lopende schadevergoedingsprocedure tegen de gemeente Zevenaar.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert de risico's van onprofessioneel en niet-vertrouwelijk omgaan met personeelsbeoordelingen binnen de overheid, met langdurige juridische gevolgen voor betrokkenen.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State vormt de meest recente schakel in een al twintig jaar lopend juridisch conflict tussen een voormalig ambtenaar van de gemeente Zevenaar en het gemeentebestuur. In 2005 werd het zogenoemde rapport Bunt opgesteld om de samenwerking op de afdeling Handhaving te verbeteren. Dit rapport bevatte echter uitlatingen van diskwalificerende aard die rechtstreeks op de persoon van appellante betrekking hadden. Het college van burgemeester en wethouders schaarde zich vervolgens zonder voorbehoud achter de inhoud van dit rapport en nam geen afstand van de subjectieve en onprofessionele kwalificaties. De Centrale Raad van Beroep stelde in 2015 vast dat dit het college kon worden aangerekend en dat het college onvoldoende waarborgen had gecreëerd rondom vertrouwelijkheid en kwaliteit van het rapport. Naar aanleiding van die uitspraak stelde de gemeenteraad van Zevenaar een enquêtecommissie in om het P&O-beleid van de gemeente in de periode 2002–2015 te onderzoeken. In 2017 publiceerde die commissie haar eindrapport en legde zij beperkingen op aan de openbaarheid van alle haar ter beschikking gestelde documenten. De huidige procedure bij de Raad van State richt zich vermoedelijk op de rechtmatigheid van die openbaarheidsbeperking of op de toegang tot die raadsenquêtedocumenten in het kader van de nog immer lopende schadevergoedingskwestie. Omdat de uitspraaktekst onvolledig is weergegeven, kan de exacte beslissing van de Raad van State niet met zekerheid worden vastgesteld. Duidelijk is dat de zaak raakvlakken heeft met ambtenarenrecht, openbaarheid van bestuur en aansprakelijkheid van de overheid voor onrechtmatig handelen jegens eigen personeel.