RvS stelt prejudiciële vraag over 'vrijwillig' in Terugkeerrichtlijn
ECLI:NL:RVS:2026:2660, Raad van State, 13-05-2026, 202303560/1/V3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten. Appellant heeft de Venezolaanse nationaliteit. De minister heeft zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000. Deze bepaling is een uitwerking van artikel 33, tweede lid en onder c, van Richtlijn 2013/32/EU (de Procedurerichtlijn) en hieruit volgt dat een asielaanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien een derde land voor de verzoeker als veilig derde land wordt beschouwd. De minister heeft Ecuador voor appellant als veilig derde land beschouwd. Niet in geschil is dat appellant zes jaar lang legaal in Ecuador heeft verbleven. Het besluit op de asielaanvraag is ook een terugkeerbesluit, waarin de minister Ecuador als land van terugkeer heeft aangewezen. Appellant heeft te kennen gegeven dat hij niet naar Ecuador wil terugkeren. Omdat de minister de asielaanvraag van appellant niet-ontvankelijk heeft verklaard, heeft hij de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld. Hij heeft dus ook niet getoetst of er een refoulementrisico bestaat voor Venezuela, het land van herkomst. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het terugkeerbesluit van 6 december 2022 ongegrond verklaard. Zij heeft overwogen dat het woord ‘vrijwillig’ in artikel 3, derde lid, derde streepje, van de Terugkeerrichtlijn zo gelezen moet worden dat verwacht wordt dat de onderdaan van het derde land binnen de gestelde termijn uit zichzelf het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie verlaat. Deze bepaling gaat daarom niet over de vraag of de betreffende persoon terug wil keren naar het derde land, aldus de rechtbank.
Kern van de zaak
Een Venezolaanse asielzoeker wiens aanvraag niet-ontvankelijk is verklaard wegens veilig derde land Ecuador, weigert terug te keren naar Ecuador. De vraag is of het woord 'vrijwillig' in de Terugkeerrichtlijn verwijst naar de keuze van bestemming van de betrokkene.
Beslissing van de rechter
De Raad van State heeft besloten een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. De doorslaggevende reden is dat er rechtsonzekerheid bestaat over de uitleg van het begrip 'vrijwillig' in artikel 3, derde lid, derde streepje van Richtlijn 2008/115/EG in relatie tot de keuzevrijheid van bestemming.
Impactscore
HoogEen verwijzing naar het HvJ EU door de hoogste bestuursrechter in vreemdelingenzaken over een fundamentele begripsuitleg uit de Terugkeerrichtlijn heeft potentieel grote gevolgen voor de Nederlandse en Europese praktijk, al is de definitieve norm nog niet bepaald.
Belangrijkste punten
- 1De asielaanvraag van appellant is niet-ontvankelijk verklaard omdat Ecuador als veilig derde land wordt beschouwd, na zes jaar legaal verblijf aldaar.
- 2Het terugkeerbesluit wijst Ecuador aan als land van terugkeer, maar appellant weigert daarheen terug te keren.
- 3Omdat de aanvraag niet inhoudelijk is beoordeeld, is ook geen refoulementrisico voor Venezuela getoetst.
- 4De rechtbank oordeelde eerder dat 'vrijwillig' niet verwijst naar de keuze van bestemming, maar de Afdeling twijfelt hierover.
- 5De Afdeling stelt een prejudiciële vraag aan het HvJ EU over de juiste uitleg van het begrip 'vrijwillig' in de Terugkeerrichtlijn.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitkomst van de prejudiciële vraag kan bepalend zijn voor de reikwijdte van het begrip 'vrijwillig vertrek' in de Terugkeerrichtlijn en de mate waarin een vreemdeling invloed heeft op de aanwijzing van het land van terugkeer. Dit raakt direct aan de systematiek van niet-ontvankelijkverklaringen op grond van het veilig-derde-land-concept.
Praktische impact
Voor asielzoekers wier aanvraag niet-ontvankelijk is verklaard wegens een veilig derde land dat zij niet als bestemming accepteren, kan deze uitspraak bepalend zijn voor de vraag of zij gedwongen kunnen worden teruggestuurd naar dat land. De uitkomst beïnvloedt ook de bescherming tegen indirecte refoulement.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken met een veilig-derde-land-beoordeling wordt duidelijkheid verwacht over de procedurele en materiële rechten van betrokkenen bij de aanwijzing van het terugkeerland, in het bijzonder wanneer zij dat land zelf niet als veilig ervaren.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Raad van State betreft een Venezolaanse vreemdeling wiens asielaanvraag in Nederland niet-ontvankelijk is verklaard, omdat Ecuador – waar hij zes jaar legaal verbleef – als veilig derde land is aangemerkt. Het terugkeerbesluit wijst Ecuador aan als land van terugkeer, maar appellant weigert daarheen terug te keren. Omdat de asielaanvraag niet inhoudelijk is behandeld, heeft de minister ook niet getoetst of appellant bij terugkeer naar Venezuela, zijn land van herkomst, risico op refoulement loopt. De centrale juridische vraag draait om de uitleg van het woord 'vrijwillig' in artikel 3, derde lid, derde streepje, van Richtlijn 2008/115/EG (de Terugkeerrichtlijn). Meer specifiek: verwijst dit begrip uitsluitend naar de bereidheid van de betrokkene om te vertrekken, of omvat het ook een keuzevrijheid ten aanzien van de bestemming? De rechtbank oordeelde eerder dat 'vrijwillig' niet betrekking heeft op de keuze van bestemming. De Afdeling bestuursrechtspraak deelt deze zekerheid echter niet en ziet voldoende aanleiding om twijfels over de correcte uitleg voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EU via een prejudiciële vraag. Deze verwijzingsuitspraak is juridisch significant omdat de uitleg van de Terugkeerrichtlijn gevolgen heeft voor de gehele Europese praktijk rondom terugkeerbesluiten waarbij een veilig derde land is aangewezen. Indien het HvJ EU oordeelt dat 'vrijwillig' mede ziet op de keuze van bestemming, kunnen vreemdelingen zich verzetten tegen terugkeer naar een land dat zij niet wensen te bezoeken, ook al werd dat land eerder als veilig aangemerkt. Dit zou tevens de verhouding tussen het veilig-derde-land-concept en de bescherming tegen indirecte refoulement opnieuw kunnen inkaderen.