RvS: ambtshalve aanvraag mensenhandel geldig ondanks geen vervolging
ECLI:NL:RVS:2026:2528, Raad van State, 06-05-2026, 202404183/1/V1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een man uit Sierra Leone deed aangifte van mensenhandel, waarna het OM besloot niet te vervolgen. De minister wees de ambtshalve verblijfsvergunningaanvraag op basis van het Model M55-formulier af. De rechtbank oordeelde dat het beleid in strijd was met de Awb, waarna de minister in hoger beroep ging bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag is vernietigd; het beroep van betrokkene is ongegrond verklaard. De Afdeling stelt de minister in het gelijk over de toepassing van het beleid inzake het Model M55-formulier als aanvraagmoment.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een belangrijk vreemdelingenrechtelijk beleidspunt over de positie van mensenhandelslachtoffers, maar is niet fundamenteel richtinggevend omdat het bestaand beleid bevestigt zonder nieuwe rechtsregels te formuleren.
Belangrijkste punten
- 1De minister merkt het Model M55-formulier ambtshalve aan als aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier, conform paragraaf B8/3.1 Vc 2000.
- 2De rechtbank oordeelde dat dit beleid in strijd is met artikel 1:3 lid 3 Awb, omdat de aangifte zelf al als aanvraag zou moeten gelden.
- 3De Raad van State verwerpt het oordeel van de rechtbank en vernietigt diens uitspraak.
- 4Het OM besloot niet te vervolgen wegens gebrek aan opsporingsindicaties, waardoor betrokkene niet voldeed aan de vereisten voor de verblijfsvergunning.
- 5De afwijzing van de verblijfsvergunning op dezelfde dag als ontvangst van het M55-formulier wordt door de Afdeling als rechtmatig beoordeeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De Raad van State bevestigt dat het beleid waarbij het Model M55-formulier als aanvraagmoment geldt rechtsgeldig is en niet in strijd met de Awb; de redenering van de rechtbank over het aanvangstijdstip van de aanvraag wordt verworpen.
Praktische impact
Slachtoffers van mensenhandel die aangifte doen maar waarbij het OM besluit niet te vervolgen, kunnen geen aanspraak maken op een verblijfsvergunning op grond van medewerking aan het strafproces, ook al hebben zij aangifte gedaan.
Onderwerp-impact
Voor de mensenhandelpraktijk betekent dit dat de koppeling tussen verblijfsrecht en actief strafrechtelijk onderzoek onverminderd geldt; het doen van aangifte alleen is onvoldoende voor verblijfsrechtelijke bescherming.
Samenvatting
In deze zaak stond de vraag centraal of de minister terecht een verblijfsvergunning had geweigerd aan een man uit Sierra Leone die aangifte had gedaan van mensenhandel. Op 1 maart 2023 deed betrokkene aangifte bij de politie, maar het Openbaar Ministerie besloot al op 9 maart 2023 niet te vervolgen wegens het ontbreken van voldoende opsporingsindicaties. Daags daarna ontving de minister het zogeheten Model M55-formulier, dat hij conform zijn beleid in paragraaf B8/3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 ambtshalve aanmerkt als een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Diezelfde dag werd de aanvraag afgewezen, omdat er geen lopend strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar mensenhandel meer bestond en betrokkene daarmee niet voldeed aan de vereisten voor de vergunning. De rechtbank Den Haag oordeelde in eerste aanleg dat dit beleid in strijd is met artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Volgens de rechtbank vormt de aangifte zelf al het beginpunt van de aanvraag, en niet het moment waarop de politie het M55-formulier doorstuurt. De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard. Daarmee bevestigt de Raad van State de rechtmatigheid van de ministeriële beleidspraktijk waarbij het M55-formulier bepalend is voor het aanvangstijdstip van de aanvraag, en niet de eerdere aangifte. De uitkomst onderstreept dat slachtoffers van mensenhandel alleen aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning in het kader van het strafproces wanneer er daadwerkelijk een lopend strafrechtelijk onderzoek bestaat; het louter doen van aangifte is daarvoor onvoldoende.