RvS: risicoanalyse mensenhandel Nigeria vereist bij asiel
ECLI:NL:RVS:2026:2369, Raad van State, 30-04-2026, 202501255/1/V3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een Nigeriaanse vrouw, slachtoffer van mensenhandel en gedwongen prostitutie, vraagt asiel in Nederland. Zij vreest represailles van haar mensenhandelaar bij terugkeer naar Nigeria vanwege een restschuld van €20.000. De minister had haar asielaanvraag op dit punt onvoldoende gemotiveerd afgewezen.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt of de minister met zijn nadere schriftelijke uiteenzetting het motiveringsgebrek in het asielbesluit heeft hersteld door alsnog een risicoanalyse te maken conform de EUAA Country Guidance Nigeria 2021. De uitkomst van de inhoudelijke beoordeling is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de Afdeling toetst of de risicoanalyse voldoende individueel is en de relevante risicofactoren betrekt.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past een eerder door de Afdeling geformuleerde rechtsregel (RvS 2025:1996) toe op een individuele zaak en verduidelijkt de toetsingssystematiek, maar stelt geen nieuwe fundamentele rechtsregel; de impact is relevant voor de IND-praktijk inzake Nigeriaanse mensenhandelzaken.
Belangrijkste punten
- 1De minister erkent dat het asielbesluit van 18 oktober 2023 (aangevuld 10 september 2024) gebrekkig is gemotiveerd ten aanzien van het mensenhandelmotief.
- 2De Raad van State heeft in ECLI:NL:RVS:2025:1996 bepaald dat bij Nigeriaanse mensenhandelslachtoffers een risicoanalyse conform de EUAA Country Guidance Nigeria 2021 verplicht is.
- 3De minister heeft alsnog een risicoanalyse uitgevoerd en concludeert dat geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer.
- 4De risicofactoren uit de Country Guidance (schuldhoogte, machtsniveau handelaar, familiekennis, leeftijd, sociaaleconomische achtergrond) moeten individueel worden gewogen.
- 5De zaak beperkt zich tot het mensenhandelmotief; overige asielmotieven zijn in eerdere instantie al niet-gegrond bevonden en staan niet meer ter discussie.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt en past toe dat de minister bij asielzaken van Nigeriaanse mensenhandelslachtoffers verplicht is een individuele risicoanalyse te maken conform de EUAA Country Guidance Nigeria 2021, en dat een motiveringsgebrek in beginsel in de procedure kan worden hersteld via een schriftelijke uiteenzetting.
Praktische impact
Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel die asiel aanvragen, hebben recht op een individuele, gestructureerde risicobeoordeling waarbij factoren als schuldhoogte en de capaciteit van de mensenhandelaar expliciet worden meegewogen; zonder deze beoordeling is een afwijzing onvoldoende gemotiveerd.
Onderwerp-impact
Voor de uitvoeringspraktijk van de IND betekent dit dat standaardbeslissingen zonder individuele risicoanalyse in mensenhandelzaken uit Nigeria juridisch kwetsbaar zijn en tot vernietiging leiden.
Samenvatting
Deze zaak betreft een Nigeriaanse vrouw die als slachtoffer van mensenhandel en gedwongen prostitutie asiel heeft aangevraagd in Nederland. Zij was door een mensenhandelaar naar Europa gebracht, waarvoor een 'schuld' van €60.000 in rekening werd gebracht. Na gedwongen prostitutie heeft zij €40.000 afbetaald en ontsnapte zij, met een restschuld van €20.000. Zij vreest bij terugkeer naar Nigeria represailles van de mensenhandelaar. De juridische kern van de zaak draait om de vraag of de minister bij de beoordeling van haar asielaanvraag een toereikende risicoanalyse heeft gemaakt. De Raad van State had in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:1996) al bepaald dat bij Nigeriaanse mensenhandelslachtoffers verplicht gebruik moet worden gemaakt van de risicoanalysemethode uit de EUAA Country Guidance Nigeria 2021. De minister erkende dat zijn oorspronkelijke besluiten uit 2023 en 2024 op dit punt een motiveringsgebrek bevatten. In reactie hierop heeft de minister alsnog een risicoanalyse uitgevoerd en geconcludeerd dat de vrouw bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade door de mensenhandelaar. Hij verzocht de Afdeling het besluit te vernietigen maar de rechtsgevolgen in stand te laten. De Afdeling beoordeelt of deze nadere motivering het gebrek herstelt, waarbij zij toetst of alle relevante risicofactoren uit de Country Guidance – zoals de hoogte van de restschuld, het machtsniveau en de capaciteit van de mensenhandelaar, diens kennis over de familieachtergrond van het slachtoffer, en de sociaaleconomische positie van de vrouw – individueel en zorgvuldig zijn gewogen. De overige asielmotieven staan niet meer ter beoordeling, nu daartegen geen hoger beroep is ingesteld.