Raad van State: omzetting standplaatsvergunning naar bepaalde tijd onrechtmatig
ECLI:NL:RVS:2026:2305, Raad van State, 22-04-2026, 202403823/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aan Vishandel JP verleende standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd omgezet naar een standplaatsvergunning voor bepaalde tijd. Vishandel JP exploiteert een viskraam aan de Sint Petersburgweg op het bedrijventerrein Driebond te Groningen. Hij beschikte hiervoor vanaf 13 maart 2014 over een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de permanente standplaatsvergunning van Vishandel JP heeft mogen omzetten in een vergunning voor bepaalde tijd. Daarbij heeft het college zich naar haar oordeel terecht op het standpunt gesteld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Daarvan is sprake als er slechts één of een beperkt aantal vergunningen kan worden verleend, terwijl er meer (potentiële) gegadigden voor de vergunning kunnen zijn. Vishandel JP vindt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er sprake is van een schaarse vergunning. Er geldt volgens hem geen expliciet of impliciet plafond voor standplaatsvergunningen op de betreffende locatie en ook anderszins is er geen sprake van schaarste.
Kern van de zaak
Vishandel JP exploiteerde een viskraam in Groningen op basis van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd sinds 2014. De gemeente Groningen besloot in 2021 alle permanente standplaatsvergunningen om te zetten naar vergunningen voor 15 jaar, omdat zij deze als schaarse vergunningen kwalificeerde. Vishandel JP verzette zich tegen deze omzetting.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en herroept het gemeentelijk besluit tot omzetting van de standplaatsvergunning. De doorslaggevende reden is dat de standplaatsvergunning van Vishandel JP niet als schaarse vergunning kon worden gekwalificeerd op de door het college gehanteerde gronden, waardoor de omzetting naar een vergunning voor bepaalde tijd geen rechtmatige basis had.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is van belang voor standplaatshouders en gemeentelijk vergunningenbeleid in heel Nederland, maar stelt geen fundamenteel nieuw rechtsregel vast; zij past bestaande jurisprudentie over schaarse vergunningen toe op een specifieke feitelijke situatie.
Belangrijkste punten
- 1Gemeente Groningen zette permanente standplaatsvergunningen met terugwerkende kracht om naar vergunningen voor 15 jaar op grond van het schaarse-vergunningenbeleid.
- 2De Afdeling oordeelt anders dan de rechtbank: de kwalificatie als schaarse vergunning is in dit geval niet houdbaar.
- 3Het besluit tot omzetting van 7 december 2021 wordt herroepen, waardoor de oorspronkelijke vergunning voor onbepaalde tijd herleeft.
- 4De gemeente moet de proceskosten van Vishandel JP vergoeden.
- 5De uitspraak raakt de bredere beleidslijn van de gemeente Groningen over de omzetting van alle bestaande standplaatsvergunningen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de grenzen van het schaarse-vergunningenleerstuk: niet elke unieke standplaats leidt automatisch tot een schaarse vergunning die omzetting naar bepaalde tijd rechtvaardigt. Gemeenten moeten per geval zorgvuldig motiveren waarom sprake is van schaarste in de zin van de Afdelingsjurisprudentie.
Praktische impact
Vishandel JP behoudt zijn standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd en hoeft niet te vrezen voor het verstrijken van een termijn van 15 jaar. Andere standplaatshouders in Groningen die vergelijkbare omzettingsbesluiten hebben ontvangen, kunnen zich mogelijk eveneens met succes verweren.
Onderwerp-impact
Voor de retail- en standplaatsenbranche bevestigt deze uitspraak dat gevestigde ondernemers met een permanente vergunning niet zonder deugdelijke motivering hun rechtszekerheid kunnen worden ontnomen via een beleidswijziging gebaseerd op het schaarse-vergunningenleerstuk.
Samenvatting
Vishandel JP exploiteerde al sinds 2014 een viskraam in Groningen op basis van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd. Naar aanleiding van de Afdelingsuitspraak van 2016 over schaarse vergunningen (ECLI:NL:RVS:2016:2927) herzag de gemeente Groningen haar beleid en besloot zij alle permanente standplaatsvergunningen om te zetten naar vergunningen voor de duur van 15 jaar. Dit besluit werd bij Vishandel JP toegepast met terugwerkende kracht per 1 januari 2021. De centrale juridische vraag was of de standplaatsvergunning van Vishandel JP terecht als schaarse vergunning is aangemerkt, en of de omzetting naar een tijdelijke vergunning daarmee rechtsgeldig was. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in eerste aanleg dat de gemeente dit correct had gedaan, omdat de standplaats unieke kenmerken heeft, er geen vergelijkbare alternatieven in de omgeving zijn en meerdere gegadigden voor dezelfde locatie denkbaar zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt in hoger beroep tot een ander oordeel. Zij verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en herroept zowel het primaire besluit van 7 december 2021 als het besluit op bezwaar van 17 oktober 2022. De Afdeling acht de kwalificatie als schaarse vergunning op de door het college gehanteerde gronden ontoereikend gemotiveerd, waardoor de omzetting van een vergunning voor onbepaalde tijd naar een vergunning voor bepaalde tijd geen stand houdt. Voor Vishandel JP betekent dit dat de oorspronkelijke standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd herleeft. De gemeente Groningen wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak heeft bredere betekenis voor gemeenten die in navolging van de schaarse-vergunningenjurisprudentie vergelijkbare beleidswijzigingen hebben doorgevoerd: zij moeten per individueel geval aantonen dat daadwerkelijk sprake is van schaarste.