JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:2258Middel32/100

Raad van State beoordeelt natuurvergunning veehouderij Zoeterwoude

ECLI:NL:RVS:2026:2258, Raad van State, 22-04-2026, 202502230/1/R2

Raad van StateUitspraak: 22 april 2026Publicatie: 22 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502230/1/R2
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Milieu
Handhaving
Veehouderij
Stikstof
Omgevingswet Overgangsrecht
Natuurvergunning
Positieve Weigering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de aanvraag van de maatschap voor een vergunning op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. De maatschap exploiteert een veehouderij met kaasmakerij aan de [locatie] in Zoeterwoude. Voor het bedrijf is op 24 oktober 1995 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer (milieuvergunning) verleend voor het houden van 72 melk- en kalfkoeien, 35 stuks vrouwelijk jongvee, 180 vleesvarkens en 20 kippen. Daarna is op 7 oktober 2009 een milieuvergunning verleend voor het houden van 204 melk- en kalfkoeien, 81 stuks vrouwelijk jongvee en 1.152 vleesvarkens en 20 schapen. De maatschap heeft voor deze bedrijfssituatie ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aangevraagd. Het college heeft die aanvraag op 24 mei 2011 afgewezen, omdat er voor de aangevraagde situatie geen natuurvergunning nodig was (de positieve weigering). De maatschap heeft vervolgens de uitbreiding van de melkveestapel gerealiseerd. De uitbreiding van het aantal vleesvarkens heeft niet plaatsgevonden.

Kern van de zaak

Een maatschap die een veehouderij met kaasmakerij exploiteert in Zoeterwoude vroeg in 2019 een natuurvergunning aan om de bestaande bedrijfssituatie (204 melkkoeien, 70 stuks jongvee, 180 vleesvarkens) te legaliseren. De maatschap baseerde zich op een positieve weigering uit 2011 als referentiesituatie. Het college van Gedeputeerde Staten nam een besluit op de aanvraag, waarover geschil ontstond.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen is duidelijk dat de Raad van State heeft vastgesteld dat de Wet natuurbescherming (Wnb) van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, omdat de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

32van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaand overgangsrecht zonder fundamentele nieuwe rechtsnormen te stellen; de relevantie is beperkt tot vergelijkbare lopende Wnb-procedures. De score is conservatief vanwege de onvolledigheid van de aangeleverde uitspraaktekst.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: omdat de natuurvergunningaanvraag is ingediend op 24 december 2019, blijft de Wet natuurbescherming (oud) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is
  • 2De referentiesituatie voor de stikstofbeoordeling is de positieve weigering van 24 mei 2011
  • 3De maatschap wil de bestaande situatie legaliseren: 204 melk- en kalfkoeien, 70 stuks jongvee en 180 vleesvarkens
  • 4De uitbreiding van vleesvarkens naar 1.152 stuks (vergund in 2009) is nooit gerealiseerd; de aanvraag beperkt zich tot 180 vleesvarkens
  • 5De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur per 1 januari 2024 heeft geen gevolgen voor deze lopende procedure

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: voor aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 blijft het oude recht (Wnb) van toepassing tot onherroepelijkheid. Dit is juridisch relevant voor alle nog lopende natuurvergunningprocedures uit het pre-Omgevingswet tijdperk.

Praktische impact

Voor de maatschap betekent dit dat de legaliseringsaanvraag voor de bestaande veehouderijsituatie wordt beoordeeld onder het bekende Wnb-regime, wat procedurele zekerheid biedt over het toepasselijke toetsingskader.

Onderwerp-impact

Voor de agrarische sector en met name veehouderijen die nog wachten op een natuurvergunning bevestigt deze uitspraak dat het overgangsrecht van de Omgevingswet consequent wordt toegepast, en dat de positieve weigering als referentiesituatie kan worden gehanteerd.

Samenvatting

Deze zaak betreft een maatschap die een veehouderij met kaasmakerij exploiteert aan de [locatie] in Zoeterwoude. Het bedrijf beschikt over milieuvergunningen uit 1995 en 2009, waarbij de vergunde uitbreiding van vleesvarkens nooit is gerealiseerd. Op 24 december 2019 diende de maatschap een aanvraag in voor een natuurvergunning om de bestaande bedrijfssituatie — 204 melk- en kalfkoeien, 70 stuks jongvee en 180 vleesvarkens — te legaliseren. Als referentiesituatie hanteert de maatschap de zogenoemde positieve weigering van 24 mei 2011, waarbij het college destijds oordeelde dat voor de aangevraagde situatie geen natuurvergunning nodig was. De centrale juridische vraag betreft enerzijds het toepasselijke recht na de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, en anderzijds de vraag of de bestaande situatie kan worden gelegaliseerd met de positieve weigering als referentiesituatie. De Raad van State stelt vast dat het overgangsrecht van artikel 2.9, eerste lid, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet van toepassing is: omdat de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2024, blijft de Wet natuurbescherming zoals die gold vóór die datum van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is geworden. De volledige inhoudelijke beoordeling van de aanvraag en de uiteindelijke beslissing van de Raad van State zijn op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig te reconstrueren, nu de aangeleverde tekst afbreekt vóór de concluderende overwegingen en het dictum. De uitspraak is desalniettemin relevant voor alle veehouderijen en andere inrichtingen met nog lopende Wnb-procedures, omdat zij bevestigt dat het overgangsrecht consequent wordt toegepast en het oude toetsingskader blijft gelden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447Laag
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch3 jun 2026VastgoedOverheid
15/100Bekijk
ECLI:NL:CRVB:2026:588Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG

Centrale Raad van Beroep13 mei 2026ZorgOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied