Raad van State: websites seksuele advertenties geen vergunningplichtig seksbedrijf
ECLI:NL:RVS:2026:2250, Raad van State, 22-04-2026, 202501806/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de burgemeester een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden afgewezen. [appellante] is exploitante van een seksinrichting in Den Haag. Zij heeft de burgemeester van Den Haag op 1 februari 2023 onder meer verzocht om handhavend op te treden tegen de exploitanten van de websites www.kinky.nl en www.seksjobs.nl (de websites). Volgens [appellante] geven deze websites sekswerkers de mogelijkheid te adverteren voor seksuele diensten, terwijl de exploitanten niet beschikken over een vergunning voor een seksbedrijf, zodat zij in strijd met de Algemeen Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (de APV) handelen.
Kern van de zaak
Exploitante van een vergunde seksinrichting in Den Haag vroeg de burgemeester handhavend op te treden tegen de exploitanten van advertentiewebsites (kinky.nl en seksjobs.nl), omdat zij zonder vergunning seksuele diensten zouden faciliteren. De burgemeester weigerde, omdat de websites zijns inziens geen seksbedrijf exploiteren in de zin van de APV Den Haag.
Beslissing van de rechter
De Raad van State oordeelt — in lijn met de rechtbank — dat de burgemeester terecht heeft geconcludeerd dat hij niet bevoegd is handhavend op te treden, omdat de websiteexploitanten geen seksbedrijf uitoefenen in de zin van de APV. Doorslaggevend is dat de websites slechts advertentieruimte bieden en geen bedrijfsmatige randvoorwaarden (werkruimte, vervoer, bemiddeling) verzorgen die kenmerkend zijn voor een seksbedrijf. [Noot: de uitspraak is onvolledig aangeleverd; het dictum van de Raad van State zelf ontbreekt, waardoor enige onzekerheid bestaat over de definitieve uitkomst in hoger beroep.]
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor gemeenten en online advertentieplatformen in de sekswerkbranche, maar betreft een relatief sectorspecifieke APV-interpretatie zonder bredere precedentwerking buiten dit rechtsgebied. De onvolledigheid van de tekst beperkt ook de zekerheid over de definitieve strekking.
Belangrijkste punten
- 1Advertentiewebsites voor sekswerkers kwalificeren niet als seksbedrijf onder de APV Den Haag omdat zij geen bedrijfsmatige randvoorwaarden creëren.
- 2Kenmerkend voor een seksbedrijf is het zorgen voor randvoorwaarden zoals werkruimte, vervoer, hygiëne en een veilige werkomgeving.
- 3Bemiddeling tussen individuele klanten en sekswerkers — kenmerk van escortbedrijven — ontbreekt bij deze websites.
- 4Zonder overtreding van de vergunningplicht ontbreekt de bevoegdheidsgrondslag voor de burgemeester om handhavend op te treden.
- 5De uitspraak is gedeeltelijk aangeleverd; de hogerberoepsgronden van appellante en het definitieve dictum van de RvS zijn niet volledig weergegeven.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het begrip 'seksbedrijf' in gemeentelijke APV's: louter het aanbieden van advertentieruimte zonder bedrijfsmatige randvoorwaarden valt buiten de vergunningplicht. Dit beperkt de handhavingsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van online advertentieplatformen in de sekswerkbranche.
Praktische impact
Exploitanten van seksuele advertentiewebsites hoeven op basis van deze redenering geen gemeentelijke seksbedrijfsvergunning aan te vragen, wat een competitief voordeel oplevert ten opzichte van vergunde fysieke seksinrichtingen en escortbedrijven.
Onderwerp-impact
Voor de handhaving van sekswerk-regulering via gemeentelijke APV's ontstaat een duidelijke grens: digitale advertentieplatformen zonder operationele betrokkenheid vallen buiten het lokale vergunningsstelsel, wat vragen oproept over de effectiviteit van lokaal prostitutiebeleid in het digitale tijdperk.
Samenvatting
Deze zaak draait om de vraag of exploitanten van websites waarop sekswerkers betaalde advertenties kunnen plaatsen, een vergunningplichtig seksbedrijf uitoefenen in de zin van de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag. De exploitante van een vergunde seksinrichting verzocht de burgemeester in februari 2023 handhavend op te treden tegen de websiteexploitanten van kinky.nl en seksjobs.nl. De burgemeester weigerde, stellende dat geen sprake is van een seksbedrijf en hij dus niet bevoegd is. Na een bezwaarprocedure en beroep bij de rechtbank — die de burgemeester in het gelijk stelde — heeft appellante hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De centrale juridische vraag is of het aanbieden van advertentieruimte aan sekswerkers kwalificeert als het exploiteren van een seksbedrijf in de zin van de APV. De rechtbank oordeelde van niet: de websites bieden slechts een platform voor bekendmaking, zonder dat de exploitanten bedrijfsmatig randvoorwaarden scheppen zoals werkruimte, vervoer, hygiëne of een veilige werkomgeving. Ook bemiddelen zij niet — zoals escortbedrijven dat doen — tussen individuele klanten en sekswerkers. De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellante, die deze redenering bestrijdt. Op basis van de beschikbare tekst bevestigt de RvS de lijn van de rechtbank, al is het definitieve dictum in de aangeleverde uitspraaktekst niet volledig weergegeven. Doorslaggevend is de functionele invulling van het begrip 'seksbedrijf': zonder operationele betrokkenheid bij de feitelijke uitoefening van sekswerk ontbreekt de vergunningplicht. Dit heeft belangrijke consequenties voor de gemeentelijke handhavingsbevoegdheid ten aanzien van online platforms in de sekswerkbranche en illustreert de spanning tussen traditionele lokale regulering en digitale bedrijfsmodellen.