Somalische vluchteling zonder binding Mogadishu mag niet zomaar terugkeren
ECLI:NL:RVS:2026:2243, Raad van State, 22-04-2026, 202500761/1/V2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een man met de Somalische nationaliteit, geboren in Saudi-Arabië en nooit in Somalië geweest, vroeg asiel aan in Nederland. Hij vreest voor de Somalische regering, Al-Shabaab en andere stammen. De minister wil hem terugsturen naar Somalië (Mogadishu), maar de rechtbank oordeelt dat de motivering hiervoor onvoldoende is.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep over de vraag of de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom betrokkene naar Somalië kan terugkeren. De rechtbank had eerder een motiveringsgebrek vastgesteld omdat de minister onvoldoende had onderbouwd waarom vestiging in Mogadishu — een stad waarmee betrokkene geen enkele binding heeft — van hem kan worden verlangd.
Impactscore
MiddelDe uitspraak stelt geen geheel nieuwe rechtsregel maar past bestaande motiveringsverplichtingen toe op een bijzondere feitelijke situatie; het is relevant voor een specifieke maar niet zeldzame categorie asielzoekers met een nationaliteit van een land waar zij nooit hebben gewoond.
Belangrijkste punten
- 1Betrokkene heeft de Somalische nationaliteit maar is geboren in Saudi-Arabië en is nooit in Somalië geweest.
- 2De minister stelt dat van een vreemdeling zonder beschermingsbehoefte terugkeer naar het land van nationaliteit mag worden verwacht.
- 3De rechtbank oordeelde dat het beleid inzake binnenlands beschermingsalternatief (C7/30.5.2 Vc 2000) weliswaar strikt genomen niet van toepassing is, maar dat de achterliggende gedachte ervan wél relevant is.
- 4Het ontbreken van enig netwerk of binding met Mogadishu maakt vestiging aldaar potentieel gevaarlijk, ook voor iemand die formeel geen binnenlandse ontheemde is.
- 5De minister werd door de rechtbank in de gelegenheid gesteld het motiveringsgebrek te herstellen, maar herhaalde slechts zijn eerdere standpunt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat de motiveringsplicht bij terugkeer naar het land van nationaliteit ook geldt wanneer de vreemdeling nooit in dat land heeft gewoond en er geen enkele binding mee heeft. De beleidslogica achter het binnenlands beschermingsalternatief kan analoog worden toegepast buiten de strikte toepassingssfeer ervan.
Praktische impact
Voor betrokkene betekent dit dat een terugkeerbesluit naar Somalië niet automatisch kan worden gebaseerd op het bezit van de Somalische nationaliteit; de minister moet concreet motiveren waarom vestiging in Mogadishu realistisch en veilig is voor iemand zonder enige binding met dat land.
Onderwerp-impact
In asielzaken waarbij vreemdelingen de nationaliteit bezitten van een land waar zij nooit hebben gewoond, wordt de lat voor deugdelijke motivering van terugkeerbesluiten hoger gelegd.
Samenvatting
In deze zaak staat een man centraal met de Somalische nationaliteit die geboren is in Jeddah (Saudi-Arabië) en zijn hele leven buiten Somalië heeft gewoond. Na een verblijf in Turkije voor studiedoeleinden reisde hij via Rusland en Belarus de Europese Unie binnen en vroeg asiel aan in Nederland. Aan zijn aanvraag legde hij ten grondslag dat hij vreest voor de Somalische regering, Al-Shabaab en andere stammen. De minister wees de aanvraag af en merkte Somalië aan als land van herkomst waarnaar betrokkene geacht wordt terug te keren, waarbij Mogadishu als vestigingsplaats werd aangewezen omdat zijn substam (Balfaki, onderdeel van de Benadiri) in de Benadir-regio is gevestigd. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom van betrokkene verwacht mag worden dat hij zich in Mogadishu vestigt, een stad waarmee hij geen enkele binding heeft en waar hij geen sociaal netwerk bezit. Hoewel het beleid inzake het binnenlands beschermingsalternatief (paragraaf C7/30.5.2 Vc 2000) formeel niet van toepassing is op betrokkene — omdat hij geen binnenlandse ontheemde is maar een vreemdeling die zich beroept op zijn nationaliteit — achtte de rechtbank de achterliggende beleidslogica wél relevant: vestiging in een gebied zonder binding kan ook voor deze categorie vreemdelingen gevaarlijk zijn. De rechtbank gaf de minister de gelegenheid dit gebrek te herstellen, maar de minister herhaalde enkel zijn standpunt dat terugkeer naar het land van nationaliteit in beginsel mag worden verwacht van wie geen bescherming nodig heeft. De Raad van State buigt zich over de vraag of dit herstel toereikend is. De zaak illustreert een groeiende spanningsverhouding tussen het formele nationaliteitsbeginsel in het terugkeerbeleid en de materiële zorgplicht om te motiveren of terugkeer ook daadwerkelijk uitvoerbaar en veilig is voor vreemdelingen zonder enige feitelijke binding met hun land van nationaliteit.