JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:2206Middel58/100

Raad van State: iMMO-rapport onvoldoende betrokken bij asieloordeel

ECLI:NL:RVS:2026:2206, Raad van State, 21-04-2026, 202400888/1/V3

Raad van StateUitspraak: 21 april 2026Publicatie: 21 april 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202400888/1/V3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Zorg
Asielrecht
Immo Rapport
Geloofwaardigheidsbeoordeling
Onderdelenvereiste
Psychische Beperkingen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 december 2022, aangevuld op 24 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een Pakistaanse asielzoeker stelt te zijn opgegroeid op een jihadistische school en gevlucht te zijn na weigering mee te doen aan trainingen. De minister achtte zijn relaas ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige en summiere verklaringen. De asielzoeker legde in beroep een iMMO-rapport over waaruit bleek dat psychische problemen zijn verklaringsvermogen tijdens de gehoren waarschijnlijk hebben beperkt.

Beslissing van de rechter

De Raad van State oordeelt dat de minister het iMMO-rapport onvoldoende zorgvuldig heeft betrokken bij de besluitvorming en niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de geconstateerde psychische beperkingen niet van invloed zijn op de geloofwaardigheidsbeoordeling. Doorslaggevend is dat de minister het onderdelenvereiste niet langer aan betrokkene mag tegenwerpen, waardoor hogere eisen aan de motivering van de ongeloofwaardigheidsvaststelling gelden.

58van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen bestaande Afdelingsjurisprudentie over iMMO-rapporten en het onderdelenvereiste, maar bevestigt en operationaliseert de lijn van 2022 op een wijze die relevant is voor de dagelijkse IND-praktijk en asielrechtadvocatuur.

Belangrijkste punten

  • 1iMMO-rapport toont aan dat psychische klachten het verklaringsvermogen van de asielzoeker tijdens gehoren waarschijnlijk hebben beïnvloed
  • 2Minister kan niet volstaan met verwijzing naar MediFirst-conclusie dat er geen beperkingen waren om betrokkene te horen, nu het iMMO een andere nuancering geeft
  • 3Op grond van de Afdelingsuitspraak van 7 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3615) mag het onderdelenvereiste niet meer worden tegengeworpen
  • 4De minister dient deugdelijk te motiveren waarom tegenstrijdige verklaringen ook bij aanwezige psychische beperkingen niet verschoonbaar zijn
  • 5De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringsplicht

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat iMMO-rapporten in asielzaken vol in de motiveringsplicht van de minister moeten worden betrokken, en dat de afschaffing van het onderdelenvereiste consequenties heeft voor de geloofwaardigheidsbeoordeling bij psychisch kwetsbare asielzoekers. Bestuursorganen kunnen niet zonder nadere onderbouwing vasthouden aan eerdere negatieve geloofwaardigheidsoordelen wanneer medisch bewijs de verklaringsproblemen verklaart.

Praktische impact

Asielzoekers met psychische problematiek krijgen een sterkere positie in de geloofwaardigheidsbeoordeling wanneer zij tijdig een iMMO-rapport overleggen. De minister zal bij toekomstige besluitvorming explicieter moeten onderbouwen waarom psychische beperkingen de geconstateerde inconsistenties niet verklaren.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken waarbij medische of psychische problematiek een rol speelt, wordt de lat voor de motiveringsplicht van de IND verhoogd, wat leidt tot meer herkansingen voor asielzoekers in bezwaar en beroep.

Samenvatting

Een Pakistaanse asielzoeker legde aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vanaf zijn zevende was opgegroeid op een jihadistische school en uiteindelijk wist te ontsnappen nadat hij weigerde deel te nemen aan militaire trainingen. De minister achtte dit relaas ongeloofwaardig wegens tegenstrijdige, oppervlakkige en summiere verklaringen, zowel over de hoofdlijnen als over details. In beroep overlegde de asielzoeker een rapport van het iMMO van 6 juni 2023, waaruit bleek dat psychische problematiek zijn vermogen tot volledig, coherent en consistent verklaren tijdens de asielgehoren waarschijnlijk heeft beperkt. De minister stelde in het verweerschrift dat de gradatie 'waarschijnlijk' in het iMMO-rapport en de eerdere MediFirst-conclusie dat er geen belemmeringen waren voor het horen, meebrachten dat de vastgestelde tegenstrijdigheden niet verschoonbaar waren. De rechtbank volgde dit standpunt niet en oordeelde dat de minister het iMMO-rapport onvoldoende zorgvuldig bij de besluitvorming had betrokken en niet deugdelijk had gemotiveerd dat de geconstateerde psychische beperkingen geen invloed hadden op het asielrelaas. Tevens overwoog de rechtbank, onder verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 7 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3615), dat de minister het onderdelenvereiste niet langer aan betrokkene mocht tegenwerpen. Dit betekent dat de minister niet zonder meer hogere eisen mocht stellen aan de verklaringen over wat hij als hoofdlijnen beschouwt ten opzichte van andere onderdelen van het relaas. De Raad van State bevestigt dat de motiveringsplicht van de minister bij de betrokkenheid van iMMO-rapporten zwaar weegt, en dat de enkele verwijzing naar een eerder medisch advies zonder inhoudelijke doordenking van de psychische beperkingen onvoldoende is. Het besluit werd vernietigd wegens schending van de zorgvuldigheids- en motiveringsplicht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
58van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447Laag
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch3 jun 2026VastgoedOverheid
15/100Bekijk
ECLI:NL:CRVB:2026:588Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG

Centrale Raad van Beroep13 mei 2026ZorgOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen