JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:1405Middel58/100

Raad van State: tijdsverloop relevant bij woningsluiting hennepkwekerij

ECLI:NL:RVS:2026:1405, Raad van State, 11-03-2026, 202407203/1/A3

Raad van StateUitspraak: 11 maart 2026Publicatie: 11 maart 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202407203/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Hennepkwekerij
Artikel 13b Opiumwet
Tijdsverloop
Woningsluiting
Evenredigheidstoets

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen gelast de woning aan de [locatie] in Sittard te sluiten voor drie maanden. [appellant A] en [appellant B] huren de woning aan de [locatie] in Sittard. Zij wonen in de woning met de moeder van [appellant B], [appellant C], die ten tijde van de besluitvorming van de burgemeester in de achtertuin in een mantelzorgwoning woonde. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 16 december 2023 een onderzoek verricht in de woning. In de woning is een hennepkwekerij aangetroffen met 196 hennepplanten en een zak met 1,17 kilo henneptoppen. Ook is geconstateerd dat elektriciteit illegaal is afgetapt. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 3 januari 2024. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij besluit van 6 februari 2024 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning en de mantelzorgwoning te sluiten. [appellant] en anderen hebben daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de burgemeester de sluiting voor wat betreft de mantelzorgwoning herroepen en voor het overige in stand gelaten.

Kern van de zaak

De huurders van een woning in Sittard werden geconfronteerd met een sluitingsbevel van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, nadat in de woning een hennepkwekerij met 196 planten en illegale elektriciteitsaftap was aangetroffen. Appellanten betwistten de rechtmatigheid van de sluiting, onder meer omdat de situatie al was hersteld en er geen aanwijzingen waren voor handel.

Beslissing van de rechter

De Raad van State oordeelt dat de burgemeester bij zijn besluitvorming over woningsluiting steeds opnieuw moet beoordelen of sluiting op het beoogde tijdstip nog een geschikt en noodzakelijk middel is, mede gelet op het tijdsverloop en de overige omstandigheden. Als de situatie inmiddels is hersteld en de doelen van de sluiting niet meer kunnen worden bereikt, is sluiting ongeschikt en daarmee ontoelaatbaar.

58van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak van de Raad van State bevestigt en verduidelijkt bestaande rechtspraak over de dynamische evenredigheidstoets bij art. 13b Opiumwet-sluitingen, wat relevant is voor de bestuurspraktijk, maar geen fundamenteel nieuwe rechtsregel introduceert.

Belangrijkste punten

  • 1Tijdsverloop is een relevante factor bij de beoordeling van de geschiktheid van een woningsluiting op grond van art. 13b Opiumwet, ongeacht aan wie het tijdsverloop te wijten is.
  • 2De burgemeester moet zowel bij het primaire besluit, de beslissing op bezwaar als een eventueel nader besluit beoordelen of sluiting op dat moment nog geschikt en noodzakelijk is.
  • 3Is de situatie al hersteld (hennepkwekerij ontmanteld, geen overlast meer), dan is sluiting als herstelsanctie ongeschikt.
  • 4Sluiting van de mantelzorgwoning was al herroepen; de sluiting van de hoofdwoning bleef in geschil.
  • 5Aanwezigheid van een hennepkwekerij (196 planten, illegale elektriciteitsaftap) rechtvaardigt in beginsel toepassing van art. 13b Opiumwet, maar de evenredigheid moet continu worden getoetst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat de geschiktheidstoets bij woningsluitingen op grond van art. 13b Opiumwet een dynamische beoordeling vereist: tijdsverloop na ontmanteling van de overtreding dient uitdrukkelijk en gemotiveerd te worden meegewogen bij elke fase van de besluitvorming.

Praktische impact

Burgemeesters moeten bij (langdurige) procedures over woningsluiting op elk besluitmoment opnieuw de feitelijke situatie beoordelen; een reeds herstelde situatie kan aan sluiting in de weg staan, ook al was de initiële overtreding ernstig.

Onderwerp-impact

Voor bewoners/huurders die geconfronteerd worden met een sluitingsbevel biedt tijdsverloop gecombineerd met feitelijk herstel een concrete verweergrond tegen (voortduring van) de sluiting.

Samenvatting

In deze zaak stond de sluiting van een huurwoning in Sittard centraal, opgelegd door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Aanleiding was de aantr effing van een hennepkwekerij met 196 planten en illegale elektriciteitsaftap op 16 december 2023. De burgemeester gelastte bij besluit van 6 februari 2024 sluiting van zowel de woning als een aangrenzende mantelzorgwoning. Na bezwaar werd de sluiting van de mantelzorgwoning herroepen, maar de sluiting van de hoofdwoning gehandhaafd. In hoger beroep betoogden appellanten dat de sluiting niet langer geschikt was als maatregel, omdat de hennepkwekerij al was ontmanteld op de dag van de politie-inval en er sindsdien geen overlast of drugsgerelateerde activiteit was geconstateerd. Ook betwistten zij de noodzaak van de sluiting bij gebrek aan aanwijzingen voor handel in of vanuit de woning. De Raad van State overweegt dat tijdsverloop een wezenlijke factor is bij de beoordeling van de geschiktheid van een woningsluiting, ongeacht aan wie dat tijdsverloop te wijten valt. De burgemeester is gehouden om bij elk besluitmoment — primair besluit, beslissing op bezwaar én een eventueel nieuw besluit — te toetsen of sluiting op het dan beoogde tijdstip, in samenhang met alle omstandigheden, nog een geschikt middel is. Indien de situatie al is hersteld en de doeleinden van de sluiting (zoals het beëindigen van overlast en het tegengaan van verdere overtredingen) niet meer kunnen worden bereikt, is sluiting als herstelsanctie ongeschikt en daarmee rechtens onaanvaardbaar. Pas als geschiktheid wordt vastgesteld, komt de noodzakelijkheidstoets aan de orde. De uitspraak legt daarmee een duidelijke dynamische toetsingsplicht op aan de burgemeester en biedt bewoners een concrete verweergrond wanneer de feitelijke situatie na de overtreding aantoonbaar is genormaliseerd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
58van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:350, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/242

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:351Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:351, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, AWB 24/231

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:355Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:355, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 26/348

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026OverheidHandhaving
12/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:353Middel
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:CBB:2026:353, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 23/1730, 23/2034 en 25/760

College van Beroep voor het bedrijfsleven28 jul 2026HandhavingVergunningen
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied