Liander wint: gemeentelijke vergunningplicht transformatorstation onverbindend
ECLI:NL:RVS:2026:1377, Raad van State, 11-03-2026, 202307313/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Liander N.V. een vergunning verleend voor het plaatsen van een transformatorstation nabij de [locatie] in Zevenhoven. Deze zaak gaat over een transformatorstation dat door Liander N.V. is aangelegd in Zevenhoven, in de gemeente Nieuwkoop. Liander N.V. heeft voor het plaatsen van het transformatorstation op 29 juni 2020 "onder protest" een aanvraag om een vergunning ingediend. Zij is namelijk van mening dat deze activiteit vergunningvrij is. Hoewel deze aanvraag bij besluit van 10 juli 2020 door het college werd ingewilligd, is Liander N.V. daarom toch tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Nadat dit bezwaar bij besluit van 9 december 2020 ongegrond is verklaard, is Liander N.V. daartegen in beroep gegaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vergunningplicht die door artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 in het leven is geroepen, geen onaanvaardbare doorkruising van het systeem van vergunningsvrij bouwen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht oplevert.
Kern van de zaak
Netbeheerder Liander N.V. vroeg 'onder protest' een vergunning aan voor een transformatorstation in Zevenhoven (gemeente Nieuwkoop), omdat zij meende dat de activiteit vergunningvrij was op grond van de Wabo en het Bor. De gemeente legde via de Algemene Verordening Kabels en Leidingen (AVKL) toch een vergunningplicht op. Liander ging in bezwaar, beroep en uiteindelijk hoger beroep om de gemeentelijke vergunningplicht onverbindend te laten verklaren.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van Liander gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als de gemeentelijke besluiten. De aanvraag om omgevingsvergunning wordt alsnog afgewezen, omdat de gemeentelijke vergunningplicht uit de AVKL een onaanvaardbare doorkruising vormt van het stelsel van vergunningvrij bouwen uit de Wabo en het Bor.
Impactscore
HoogDe uitspraak van de Raad van State stelt een duidelijke grens aan gemeentelijke regelgevende bevoegdheid op het terrein van energie-infrastructuur en raakt daarmee een breed maatschappelijk vraagstuk (netcongestie/energietransitie). De impact is significant voor netbeheerders en gemeenten, maar betreft een toepassingsvraagstuk binnen bestaand recht.
Belangrijkste punten
- 1De Raad van State oordeelt dat artikel 5 van de AVKL gemeente Nieuwkoop 2020 onverbindend is wegens onaanvaardbare doorkruising van hogere regelgeving (Wabo/Bor).
- 2Liander diende de aanvraag 'onder protest' in, maar kon toch bezwaar maken tegen de verleende vergunning om de principiële rechtsvraag aan de rechter voor te leggen.
- 3De rechtbank Den Haag had eerder geoordeeld dat er geen strijd was met artikel 121 Gemeentewet en geen détournement de pouvoir, maar de Raad van State komt tot een tegengesteld oordeel.
- 4Op de zaak blijft het recht vóór 1 januari 2024 van toepassing (Wabo-stelsel), ondanks inwerkingtreding van de Omgevingswet.
- 5De vergunningaanvraag wordt door de Raad van State zelf afgewezen, waardoor Liander geen vergunningplicht geldt voor dit transformatorstation.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak verduidelijkt de grenzen van gemeentelijke regelgevende bevoegdheid: een gemeente kan via een AVKL geen vergunningplicht opleggen voor activiteiten die de rijkswetgever bewust vergunningvrij heeft gesteld in de Wabo en het Bor. Dit beperkt de lokale beleidsruimte ten aanzien van energie-infrastructuur.
Praktische impact
Netbeheerders zoals Liander hoeven voor transformatorstations die vallen onder de vergunningvrije categorieën van het Bor geen gemeentelijke vergunning aan te vragen, ook niet op grond van een gemeentelijke kabels-en-leidingverordening. Dit verlaagt de administratieve last bij de aanleg van energienetwerken.
Onderwerp-impact
Voor de energiesector biedt deze uitspraak duidelijkheid: gemeenten kunnen de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur door netbeheerders niet via lokale verordeningen extra vergunningplichtig maken waar hogere regelgeving vergunningvrijheid beoogt. Dit is relevant in het licht van de grote opgave voor netuitbreiding bij de energietransitie.
Samenvatting
Deze zaak draait om de vraag of gemeente Nieuwkoop via haar Algemene Verordening Kabels en Leidingen (AVKL) een vergunningplicht mocht opleggen voor het plaatsen van een transformatorstation, terwijl netbeheerder Liander N.V. van mening was dat deze activiteit reeds vergunningvrij is krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Liander legde in 2020 een transformatorstation aan in Zevenhoven en diende 'onder protest' een vergunningaanvraag in, enkel om vervolgens bezwaar te kunnen maken en de principiële vraag over de verbindendheid van de gemeentelijke vergunningplicht aan de rechter voor te leggen. De rechtbank Den Haag oordeelde in eerste aanleg dat de AVKL-vergunningplicht geen onaanvaardbare doorkruising opleverde van het Wabo/Bor-stelsel, omdat beide regelingen een ander object en motief hebben en er geen strijd was met artikel 121 van de Gemeentewet. De Raad van State is in hoger beroep tot een tegengesteld oordeel gekomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat artikel 5 van de AVKL wél een onaanvaardbare doorkruising vormt van de hogere regelgeving die bewust vergunningvrijheid toekent aan dit type activiteit. De gemeentelijke regelgeving is daarmee onverbindend. Als gevolg hiervan vernietigt de Raad van State de uitspraak van de rechtbank én de gemeentelijke besluiten, en wijst de vergunningaanvraag van Liander zelf af — hetgeen in dit geval betekent dat er schlicht geen vergunning nodig was. De uitspraak is van belang voor netbeheerders die landelijk intensief bezig zijn met het uitbreiden van elektriciteitsinfrastructuur en daarbij weerstand ondervinden via lokale regelgeving. Het onderstreept dat gemeenten niet via een AVKL hogere regelgeving kunnen omzeilen door aanvullende vergunningverplichtingen in het leven te roepen.