Subsidie functieverandering landbouwgrond naar natuur deels teruggevorderd
ECLI:NL:RVS:2026:1365, Raad van State, 11-03-2026, 202307585/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek om schadevergoeding voor gemiste subsidie en waardevermindering van grond afgewezen. Bij besluit van 4 december 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (SN 2000) aan [appellant] subsidies verleend. De subsidie voor functieverandering, bedoeld voor het omzetten van landbouwgrond naar natuur, is verleend voor een looptijd van 30 jaar (vijf aaneensluitende tijdvakken van zes jaar). De inrichtingssubsidie, bedoeld voor het geschikt maken van landbouwgrond voor natuur, is verleend voor de periode vanaf 1 december 2006 tot en met 30 november 2012. [appellant] heeft voor het beheer van het perceel ook een beheersubsidie aangevraagd. Deze subsidie voor behoud en ontwikkeling van de natuur op het perceel wordt steeds voor een periode van zes jaar verleend. Deze termijn geldt zowel op basis van de op 1 januari 2007 vervallen SN 2000 als op basis van de opvolgers daarvan, de Subsidieregeling natuurbeheer Overijssel en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Overijssel.
Kern van de zaak
Appellant is eigenaar van een perceel grasland bij nationaal park Weerribben-Wieden en ontving sinds 2006 subsidies voor functieverandering van landbouwgrond naar natuur. Het perceel ontwikkelde zich echter niet naar het beoogde beheertype 'nat soortenrijk grasland'. Het college wijzigde hierop het beheertype en er ontstond een geschil over de subsidieverlening en mogelijke terugvordering.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst blijkt dat het college het beheertype van het perceel heeft gewijzigd naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, omdat het perceel zich sinds 2006/2007 niet heeft ontwikkeld naar het beoogde nat soortenrijk grasland. De doorslaggevende reden is de feitelijke toestand van het perceel zoals vastgesteld bij veldcontroles in 2014.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een individueel subsidiegeschil over een specifiek perceel en heeft beperkte precedentwerking; de uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve reikwijdte niet kan worden vastgesteld.
Belangrijkste punten
- 1Subsidie functieverandering verleend in 2006 voor 30 jaar met kwalitatieve verplichting gevestigd bij notariële akte
- 2Perceel heeft zich niet ontwikkeld naar beheertype N10.01 of N10.02 (nat soortenrijk grasland) zoals beoogd
- 3Na veldcontroles in 2014 heeft het college het beheertype gewijzigd naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
- 4Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 geldt als grondslag, opgevolgd door Subsidieregeling natuurbeheer Overijssel en Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Overijssel
- 5De uitspraak is onvolledig; de uiteindelijke beslissing van de Raad van State kan niet met zekerheid worden vastgesteld
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak betreft de uitleg van verplichtingen verbonden aan langlopende natuurbeheersubsidies en de bevoegdheid van het college om het beheertype te wijzigen bij niet-realisatie van de beoogde natuurdoelstellingen. Dit raakt aan de rechtszekerheid van subsidiontvangers bij meerjarige subsidies met gekoppelde kwalitatieve verplichtingen.
Praktische impact
Voor appellant betekent de wijziging van het beheertype mogelijk lagere beheersubsidies of terugvordering van reeds ontvangen subsidies, terwijl de kwalitatieve verplichting op het perceel in stand blijft. Grondeigenaren met vergelijkbare subsidietrajecten dienen actief te sturen op de realisatie van het beoogde natuurdoeltype.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische en natuurbeheerssector onderstreept deze zaak dat langlopende subsidietrajecten voor functieverandering van landbouwgrond naar natuur actief beheer en monitoring vereisen om aan de subsidievoorwaarden te blijven voldoen.
Samenvatting
Appellant is eigenaar van een perceel grasland bij nationaal park Weerribben-Wieden in de gemeente Vollenhove. In 2006 verleende de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 subsidies voor functieverandering van landbouwgrond naar natuur, met een looptijd van 30 jaar. Tevens werd een inrichtingssubsidie verleend voor de periode 2006-2012. Aan de functieveranderingssubsidie was de verplichting verbonden dat appellant een kwalitatieve verplichting op het perceel vestigde, hetgeen bij notariële akte in 2007 is gebeurd. Hierdoor mag het perceel uitsluitend worden gebruikt voor de ontwikkeling of instandhouding van het natuurdoelpakket 'nat soortenrijk grasland'. Appellant vroeg daarnaast beheersubsidie aan voor het perceel. Na veldcontroles in 2014 stelde het college vast dat het perceel zich niet had ontwikkeld naar het beoogde beheertype N10.01 Nat schraalland of N10.02 Vochtig hooiland. Op grond van deze bevinding wijzigde het college het beheertype naar N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, wat aanleiding gaf tot het onderhavige geschil. De juridische vraag betreft de rechtmatigheid van de wijziging van het beheertype en de gevolgen daarvan voor de reeds verleende subsidies en de kwalitatieve verplichting op het perceel. De uitspraak is helaas onvolledig aangeleverd, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State en de volledige motivering niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is duidelijk dat het geschil draait om de vraag of het college bevoegd was het beheertype te wijzigen en welke gevolgen dit heeft voor de subsidierelatie tussen appellant en de overheid bij een meerjarig subsidietraject met gekoppelde verplichtingen.