RDW hoeft CO2-uitstoot in kentekenregister niet te wijzigen
ECLI:NL:RVS:2026:1321, Raad van State, 18-03-2026, 202402492/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de RDW een verzoek van [appellante] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kentekennummer] te wijzigen, afgewezen. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten volgens het Unierecht beschikken over een voor toelating op die markt vereiste Europese typegoedkeuring. Voor de Europese typegoedkeuring moeten zij onder meer de CO2-uitstoot van hun voertuigen vaststellen. Dit gebeurde vóór 1 september 2017 met de zogenoemde NEDC-test (New European Driving Cycle). Vanaf 1 september 2017 geldt voor alle nieuwe voertuigmodellen de WLTP-test (Worldwide harmonised Light-duty vehicle Test Procedure). Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. In hoger beroep gaat het [appellante] nog alleen om de WLTP-CO2-uitstoot.
Kern van de zaak
Een importeur van een uit Polen ingevoerd voertuig ontving een naheffingsaanslag bpm omdat de RDW een hogere CO2-uitstoot in het kentekenregister had geregistreerd dan bij de aangifte opgegeven. De importeur verzocht de RDW de geregistreerde WLTP-CO2-waarde te wijzigen. De zaak draait om de vraag of de RDW verplicht is de CO2-uitstoot in het kentekenregister aan te passen op verzoek van de kentekenhouder.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt – in lijn met de zusteruitspraak ECLI:NL:RVS:2026:1320 van dezelfde datum – dat het hoger beroep van appellante ongegrond is, waarbij als doorslaggevende reden geldt dat de RDW de CO2-waarde op rechtmatige wijze heeft vastgesteld aan de hand van de Europese typegoedkeuringsdatabase nu het Poolse kentekenbewijs geen CO2-uitstoot vermeldde. De uitkomst is dat de door de RDW geregistreerde WLTP-CO2-uitstoot in het kentekenregister in stand blijft.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor voertuigimporteurs en de bpm-praktijk, maar is sterk casuïstisch van aard en bouwt inhoudelijk voort op de richtinggevende zusteruitspraak van dezelfde datum; de zelfstandige precedentwerking is daardoor beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Vóór 1 september 2017 gold de NEDC-test; vanaf die datum is de WLTP-test verplicht voor nieuwe voertuigmodellen (en per 1 september 2018 voor bestaande modellen).
- 2Polen verplicht fabrikanten/importeurs niet de CO2-uitstoot op het kentekenbewijs te vermelden, waardoor de RDW de waarde moest ontlenen aan de Europese typegoedkeuringsdatabase.
- 3De RDW registreert CO2-uitstoot in het kentekenregister mede ten behoeve van de bpm-heffing; een hogere geregistreerde waarde kan leiden tot een naheffingsaanslag.
- 4De zaak is inhoudelijk verbonden met ECLI:NL:RVS:2026:1320, waarnaar voor het uitgebreide juridische kader wordt verwezen.
- 5Na de zitting zijn de gevoegde zaken gesplitst, wat wijst op meerdere soortgelijke geschillen over WLTP-CO2-registratie bij grensoverschrijdende voertuigimport.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat de RDW bij ontbrekende CO2-gegevens op buitenlandse kentekenbewijzen rechtmatig mag terugvallen op de Europese typegoedkeuringsdatabase, en dat kentekenhouders daartegen niet met succes een wijzigingsverzoek kunnen instellen. Dit bevestigt de beperkte beoordelingsruimte van de RDW bij de registratie van typegoedkeuringsgegevens.
Praktische impact
Importeurs van voertuigen uit lidstaten die CO2-uitstoot niet op het kentekenbewijs vermelden, lopen het risico dat de RDW een hogere (range-)waarde registreert, met mogelijke naheffingsaanslagen bpm tot gevolg. Zij kunnen de geregistreerde CO2-waarde niet eenvoudig via een wijzigingsverzoek aan de RDW laten aanpassen.
Onderwerp-impact
Voor de automotive- en importbranche benadrukt deze uitspraak dat bij grensoverschrijdende voertuigimport vooraf dient te worden geverifieerd welke CO2-waarden in de Europese typegoedkeuringsdatabase zijn opgenomen, teneinde onverwachte bpm-naheffingen te voorkomen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen een importeur van een tweedehands voertuig (ingevoerd uit Polen) en de RDW over de in het kentekenregister geregistreerde WLTP-CO2-uitstoot. De aanleiding was een naheffingsaanslag bpm die de Belastingdienst had opgelegd, omdat de CO2-uitstoot in het kentekenregister hoger was dan bij de bpm-aangifte opgegeven. Appellante verzocht de RDW de geregistreerde waarde te wijzigen, maar de RDW weigerde dit. Het Unierechtelijke kader schrijft voor dat fabrikanten van voertuigen voor de Europese markt beschikken over een Europese typegoedkeuring, waarbij de CO2-uitstoot wordt vastgesteld – sinds 1 september 2017 via de WLTP-testmethode. In Nederland vormt deze geregistreerde CO2-uitstoot mede de grondslag voor de bpm-heffing. Omdat het Poolse kentekenbewijs geen CO2-uitstoot vermeldde (Polen kent daartoe geen verplichting), heeft de RDW de typegoedkeuring opgezocht in een Europese database, waaruit een CO2-waardereeks volgde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is. De RDW heeft rechtmatig gehandeld door de CO2-uitstoot te ontlenen aan de Europese typegoedkeuringsdatabase bij het ontbreken van die gegevens op het buitenlandse kentekenbewijs. Een wijzigingsverzoek van de kentekenhouder biedt in die situatie geen soelaas. De Afdeling verwijst voor het volledige juridische kader naar de zusteruitspraak ECLI:NL:RVS:2026:1320 van dezelfde datum. De uitspraak maakt duidelijk dat importeurs van voertuigen uit lidstaten zonder kentekenbewijs-CO2-verplichting vooraf de in de Europese typegoedkeuringsdatabase opgenomen waarden dienen te controleren om bpm-naheffingen te vermijden.