RvS vernietigt afwijzing asiel Afghaan na gebrekkige Taliban-motivering
ECLI:NL:RVS:2026:1181, Raad van State, 04-03-2026, 202503880/1/V2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een Afghaanse asielzoeker vroeg bescherming omdat hij had deelgenomen aan een demonstratie voor vrouwenrechten in 2021, waarna de Taliban zijn huis doorzocht en hem enkele uren verhoorde. De minister achtte deze feiten geloofwaardig, maar wees het asielverzoek toch af omdat aanvullende negatieve aandacht van de Taliban onvoldoende aannemelijk was gemaakt.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard en zowel de uitspraak van de rechtbank als het ministeriële besluit zijn vernietigd. De doorslaggevende reden is dat de minister niet heeft gemotiveerd hoe de wél geloofwaardig geachte elementen (huiszoeking, verhoor, Taliban-oproep) zijn meegewogen in de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, wat een motiveringsgebrek oplevert.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past in een bestaande lijn over motiveringsverplichtingen bij asielbesluiten, maar is gezaghebbend als Raad van State-uitspraak in een actueel en veelvoorkomend type zaak (Afghaanse asielzoekers/Taliban), wat de praktische betekenis vergroot.
Belangrijkste punten
- 1Minister achtte de huiszoeking, het verhoor en de Taliban-oproep geloofwaardig, maar wees het asielverzoek toch af wegens onvoldoende aantoonbare voortdurende negatieve aandacht.
- 2De Raad van State oordeelt dat de minister niet heeft gemotiveerd hoe de geloofwaardig geachte elementen zijn betrokken bij de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.
- 3Het tegenwerpen van legaal uitreizen en het verkrijgen van een tazkera met ministerieel stempel werd als argument tegen vervolging door de Taliban onvoldoende gemotiveerd bevonden.
- 4De overgelegde Taliban-oproep is door de minister onvoldoende in de besluitvorming betrokken, aldus de Afdeling.
- 5Het besluit van 12 november 2024 en de uitspraak van de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Utrecht) van 3 juli 2025 zijn beide vernietigd; proceskosten van € 3.269,00 worden vergoed.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt dat een asielautoriteit bij een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling expliciet moet motiveren hoe positief beoordeelde feiten doorwerken in het eindoordeel; inconsistentie daarin levert een ontoelaatbaar motiveringsgebrek op.
Praktische impact
De minister van Asiel en Migratie moet een nieuw besluit nemen waarbij de geloofwaardig geachte elementen alsnog volledig en consistent worden meegewogen, wat voor appellant een reële kans op bescherming betekent.
Onderwerp-impact
Voor Afghaanse asielzoekers die verband houden met anti-Taliban activiteiten benadrukt deze uitspraak dat geloofwaardige deelelementen niet mogen worden 'weggeschreven' zonder kenbare motivering in de eindbeoordeling.
Samenvatting
Een Afghaanse man vroeg in Nederland asiel aan op basis van zijn deelname aan een demonstratie voor vrouwenrechten in september 2021 en de daaropvolgende aandacht van de Taliban: twee huiszoekingen, een verhoor van enkele uren en een later afgeleverde oproep aan zijn thuisadres. De minister van Asiel en Migratie achtte deze concrete feiten geloofwaardig, maar stelde desondanks dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij structureel in de negatieve aandacht van de Taliban stond. Mede werd tegengeworpen dat hij na de machtsovername legaal was uitgereisd en een tazkera met stempel van het Afghaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken had ontvangen, hetgeen zou duiden op het ontbreken van actieve Taliban-interesse. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Utrecht) oordeelde dat de minister dit standpunt terecht had ingenomen. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat dit oordeel geen stand houdt. De kern van het probleem is een motiveringsgebrek: de minister heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe de wél geloofwaardig geachte elementen — huiszoeking, verhoor en ontvangen oproep — zijn verwerkt in de integrale beoordeling van de geloofwaardigheid van de asielrelaas als geheel. Wie bepaalde feiten geloofwaardig acht, kan die niet stilzwijgend terzijde schuiven bij de eindbeoordeling zonder uit te leggen waarom die feiten toch niet leiden tot de gevolgtrekking dat de vreemdeling in de negatieve aandacht staat. Ook de wijze waarop de Taliban-oproep is betrokken in de besluitvorming schiet tekort. De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van 12 november 2024 en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten van € 3.269,00. De minister zal een nieuw, deugdelijk gemotiveerd besluit moeten nemen.