Hoger beroep vreemdelingenzaak niet-ontvankelijk wegens motiveringsgebrek
ECLI:NL:RVS:2026:1175, Raad van State, 05-03-2026, BRS.25.002683
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een appellant in een vreemdelingenzaak stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hogerberoepschrift werd echter niet uitgelegd waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. De zaak betreft vermoedelijk een verblijfsrechtelijke of asielprocedure.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden is dat appellant heeft nagelaten te specificeren waarom de rechtbankuitspraak onjuist is, zoals vereist op grond van artikel 85 van de Vreemdelingenwet 2000, en er geen Bahaddar-omstandigheden aanwezig zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een standaard procedurele beslissing zonder nieuwe rechtsontwikkeling; zij bevestigt enkel de bestaande en vaste toepassing van artikel 85 Vw 2000 en de Bahaddar-doctrine.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 85 Vw 2000 vereist dat een hogerberoepschrift grieven bevat die uitleggen waarom de rechtbankuitspraak onjuist is
- 2Bij ontbreken van deugdelijke grieven is het hoger beroep niet-ontvankelijk
- 3De Bahaddar-uitzondering (RvS 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664) is niet van toepassing
- 4Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken
- 5De zaak is behandeld door een enkelvoudige kamer
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn in het vreemdelingenrecht dat een hogerberoepschrift inhoudelijke grieven moet bevatten; het enkele instellen van hoger beroep zonder motivering leidt tot niet-ontvankelijkheid conform artikel 85 Vw 2000.
Praktische impact
Voor appellant heeft dit tot gevolg dat de rechtbankuitspraak in stand blijft en hij geen inhoudelijke herbeoordeling van zijn zaak krijgt; procesbijstand in hoger beroep vereist een gedegen motivering van de grieven.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenprocedures is het cruciaal dat advocaten bij het instellen van hoger beroep tijdig en inhoudelijk gemotiveerde grieven formuleren, bij gebreke waarvan de Afdeling de zaak zonder inhoudelijke beoordeling afdoet.
Samenvatting
In deze vreemdelingenzaak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. Appellant werd bijgestaan door mr. E. Derksen, advocaat te Velp. Het hogerberoepschrift bevatte echter geen inhoudelijke grieven: appellant legde nergens uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem onjuist was. De centrale juridische vraag was of het hoger beroep ondanks dit gebrek inhoudelijk kon worden behandeld. Op grond van artikel 85 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) geldt als vereiste dat een hogerberoepschrift één of meer grieven bevat, met daarin een duidelijke uiteenzetting van de gronden waarop de hogerberoeper van oordeel is dat de bestreden uitspraak onjuist is. Nu het hogerberoepschrift deze motivering volledig ontbeerde, kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel vellen. De Afdeling heeft vervolgens beoordeeld of de zogenoemde Bahaddar-omstandigheden van toepassing waren. Deze uitzondering, gebaseerd op de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1664), biedt een veiligheidsventiel in situaties waarin strikte toepassing van de ontvankelijkheidseisen zou leiden tot een schending van fundamentele rechten, zoals het verbod op refoulement. De Afdeling oordeelde echter dat dergelijke bijzondere omstandigheden zich in dit geval niet voordeden. De Afdeling heeft het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken ten laste van de minister. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en bevestigt de vaste rechterlijke lijn dat in vreemdelingenzaken een louter formeel ingesteld hoger beroep zonder inhoudelijke onderbouwing geen kans van slagen heeft.