JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:106Middel38/100

Consulaire bijstand geschonden maar bewaring toch rechtmatig

ECLI:NL:RVS:2026:106, Raad van State, 12-01-2026, BRS.25.001898

Raad van StateUitspraak: 12 januari 2026Publicatie: 8 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.25.001898
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Handhaving
Terugkeer
Vreemdelingenbewaring
Marokko
Consulaire Bijstand
Belangenafweging

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Kern van de zaak

Een vreemdeling (appellant) uit Marokko werd in bewaring gesteld. Hij stelde dat zijn recht op consulaire bijstand was geschonden omdat de minister geen contact had opgenomen met de consulaire vertegenwoordiging van zijn land van herkomst, ondanks zijn wens daartoe.

Beslissing van de rechter

De Raad van State oordeelt dat het recht op consulaire bijstand inderdaad is geschonden, maar verklaart het hoger beroep ongegrond omdat na belangenafweging de bewaring toch rechtmatig is. Doorslaggevend is dat appellant de gronden voor bewaring niet heeft bestreden, geen bijzondere individuele omstandigheden heeft aangevoerd en medewerking aan terugkeer heeft geweigerd.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaand toetsingskader toe en voegt weinig nieuws toe aan de rechtsontwikkeling, maar bevestigt een relevante lijn over de gevolgen van consulaire bijstandsschendingen bij vreemdelingenbewaring.

Belangrijkste punten

  • 1Schending van het recht op consulaire bijstand maakt bewaring niet automatisch onrechtmatig; een belangenafweging is vereist.
  • 2De Afdeling gaat er bij twijfel over de wens tot consulaire bijstand van uit dat de vreemdeling die bijstand wél wenste, mede gezien het korte tijdsverloop tussen de twee gehoren.
  • 3De minister schond zijn plicht door geen contact op te nemen met de consulaire vertegenwoordiging van Marokko.
  • 4Omdat appellant de gronden voor bewaring niet bestreed en geen bijzondere omstandigheden aanvoerde, wegen de belangen niet op tegen de ernst van het gebrek.
  • 5De weigering van appellant om mee te werken aan terugkeer naar Marokko weegt mee in de belangenafweging ten nadele van appellant.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt het toetsingskader uit ECLI:NL:RVS:2023:3666: schending van consulaire bijstand leidt pas tot onrechtmatigheid van bewaring na een concrete belangenafweging, waarbij de ernst van het gebrek wordt afgewogen tegen de gronden en omstandigheden van de bewaring.

Praktische impact

Voor vreemdelingen in bewaring betekent dit dat een schending van consulaire bijstand op zichzelf onvoldoende is om invrijheidstelling te bewerkstelligen; zij moeten ook de gronden voor bewaring betwisten en bijzondere omstandigheden aanvoeren.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht benadrukt deze uitspraak dat procedurele gebreken bij inbewaringstelling niet automatisch leiden tot opheffing van de maatregel, wat de drempel voor succesvolle rechtsbescherming bij bewaring hoog houdt.

Samenvatting

Deze zaak betreft een vreemdeling van Marokkaanse afkomst die in bewaring werd gesteld en bij de Raad van State in hoger beroep aanvoerde dat zijn recht op consulaire bijstand was geschonden. Uit het proces-verbaal van ophouding bleek dat hij aanvankelijk wel consulaire bijstand wenste. Een later proces-verbaal suggereerde het tegendeel, maar de minister erkende ter zitting dat onduidelijk was wat appellant daadwerkelijk had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde, mede gelet op het korte tijdsverloop tussen beide gehoren, dat appellant wél consulaire bijstand wenste. Daarmee stond vast dat op de minister de plicht rustte contact op te nemen met de Marokkaanse consulaire of diplomatieke vertegenwoordiging, wat hij had nagelaten. De schending van het recht op consulaire bijstand werd dus vastgesteld. De Afdeling paste vervolgens het toetsingskader toe uit haar uitspraak van 2 oktober 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3666): een dergelijk gebrek maakt de bewaring pas onrechtmatig indien na een belangenafweging blijkt dat de daarmee gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de geschonden belangen. In dit geval oordeelde de Afdeling dat van een dergelijke disproportionaliteit geen sprake was. Appellant had de inhoudelijke gronden voor zijn bewaring niet bestreden, er werden ambtshalve geen gebreken in die gronden vastgesteld, hij had geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd die zijn detentie onevenredig bezwarend maakten, en hij had actief geweigerd mee te werken aan terugkeer naar Marokko. De Afdeling concludeerde dat de over en weer gestelde belangen niet leiden tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig is opgelegd. Het hoger beroep werd daarmee in feite ongegrond verklaard, ondanks de vastgestelde procedurele schending.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied