JurispRadar
ECLI:NL:RBROT:2026:8956Laag10/100

ECLI:NL:RBROT:2026:8956, Rechtbank Rotterdam, 21-07-2026, C/10/721843 / KG ZA 26-625

Rechtbank RotterdamUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Kort geding
Zaaknummer:C/10/721843 / KG ZA 26-625

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kort geding. Meewerken verkoop woning. Afwijzing. De man heeft onvoldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen. Het uitgangspunt is dat van geen enkele deelgenoot kan worden gevergd om in een onverdeelde boedel te blijven en in kort gedingprocedures wordt over het algemeen aangenomen dat dit voldoende spoedeisend belang bij een vordering tot het verlenen van medewerking aan de verkoop en levering van een woning (of appartement) oplevert. In deze zaak ligt dit anders. Met name vanwege het feit dat de onverdeeldheid inmiddels bijna zeventien jaren duurt terwijl de vrouw alle lasten draagt die samenhangen met het appartement, lag het in dit bijzondere geval op de weg van de man om feiten en omstandigheden te stellen (en, zo nodig, te onderbouwen) op grond waarvan tot de conclusie kan worden gekomen dat het treffen van een onmiddellijke voorlopige voorziening noodzakelijk is en de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Dat heeft de man echter niet, althans onvoldoende gedaan. Een belangenafweging leidt niet tot de conclusie dat toch aan een verdere inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van de man wordt toegekomen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21399Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21399, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.6990

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21408Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21408, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.14192

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21403Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21403, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, 26.17344

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk