JurispRadar
ECLI:NL:RBROT:2026:12127Laag28/100

Vrouw zonder slaapplek krijgt voorlopige voorziening maatschappelijke opvang

ECLI:NL:RBROT:2026:12127, Rechtbank Rotterdam, 17-09-2026, ROT 26/7099

Rechtbank RotterdamUitspraak: 17 september 2026Publicatie: 16 september 2026
Zaaknummer:ROT 26/7099
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Mensenrechten
Overheid
Zorg
Dakloosheid
Voorlopige Voorziening
Artikel 8 Evrm
Zelfredzaamheid
Maatschappelijke Opvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Voorlopige voorziening. Afwijzing aanvraag voor opvang op grond van de WMO. Zelfredzaamheid. Artikel 8 EVRM. Verzoek afgewezen.

Kern van de zaak

Een vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats verzocht om toegang tot maatschappelijke opvang na twee meldingen in augustus 2026. Het college wees de aanvraag af omdat zij geacht werd zich op eigen kracht te kunnen handhaven. Verzoekster betwistte dit en wees op haar traumaverleden, psychische kwetsbaarheid en het feit dat haar moeder en minderjarige broers en zussen wél waren toegelaten.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat er voldoende spoedeisend belang bestaat om het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk te beoordelen, nu verzoekster na de zitting geen slaapplek meer heeft. De eindbeslissing ten gronde is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de drempel voor inhoudelijke beoordeling is genomen.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een voorzieningenprocedure in eerste aanleg bij de rechtbank waarbij slechts het spoedeisend belang is vastgesteld; de inhoudelijke einduitspraak ontbreekt in de beschikbare tekst, waardoor de precedentwerking beperkt is.

Belangrijkste punten

  • 1Spoedeisend belang aanwezig omdat verzoekster na de zitting geen slaapplek meer heeft en haar moeder de hotelkosten niet langer kan dragen.
  • 2Het college stelde dat verzoekster zich op eigen kracht, via mantelzorg en sociaal netwerk, kon handhaven en wees de aanvraag maatschappelijke opvang af.
  • 3Verzoekster wijst op onvoldoende zelfredzaamheid door traumaverleden (seksueel misbruik), verstoorde eetrelatie, ontbreken van inkomen en behoefte aan administratieve en psychische ondersteuning.
  • 4Verzoekster beroept zich op artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven) nu haar moeder en minderjarige broers en zussen wél zijn toegelaten tot de maatschappelijke opvang.
  • 5De rechter past het criterium toe dat voor maatschappelijke opvang bepalend is of verzoekster in staat is zich in de samenleving te handhaven.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat dakloosheid direct na de zitting een voldoende spoedeisend belang oplevert voor inhoudelijke toetsing van een afwijzing van maatschappelijke opvang. Het beroep op artikel 8 EVRM bij ongelijke behandeling van gezinsleden in opvangprocedures wordt als relevant verweer erkend.

Praktische impact

Verzoekster verkrijgt in elk geval de mogelijkheid op inhoudelijke beoordeling van haar situatie, wat haar kans op (tijdelijke) opvang vergroot. Het college zal zijn motivering over het onderscheid tussen verzoekster en de overige gezinsleden nader moeten onderbouwen.

Onderwerp-impact

Voor de sociale opvangpraktijk onderstreept deze uitspraak dat kwetsbare personen met een meervoudige ondersteuningsbehoefte (psychisch, financieel, administratief) niet louter op grond van beschikbaar sociaal netwerk van opvang mogen worden uitgesloten.

Samenvatting

Een vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats meldde zich in augustus 2026 twee keer voor toegang tot de maatschappelijke opvang. Het college van de gemeente wees haar aanvraag af op grond van het oordeel dat zij zich op eigen kracht, met mantelzorg en via haar sociale netwerk, in de samenleving kon handhaven. Verzoekster was het hier niet mee eens en stapte naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam. Zij voerde aan dat zij onvoldoende zelfredzaam is vanwege een traumatisch verleden van seksueel misbruik, een verstoorde relatie met eten en het ontbreken van een zelfstandig inkomen. Bovendien heeft zij ondersteuning nodig bij administratie, financiën, toeslagen en psychische begeleiding. Opmerkelijk is haar beroep op artikel 8 EVRM: haar moeder en minderjarige broers en zussen waren wél tot de maatschappelijke opvang toegelaten, terwijl het college voor haar een ander oordeel had. Dit onderscheid acht zij onvoldoende gemotiveerd. De centrale juridische vraag in deze procedure is of er een spoedeisend belang bestaat dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt, en of verzoekster voldoet aan de criteria voor maatschappelijke opvang. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster na de zitting geen slaapplek meer heeft, omdat haar moeder de hotelkosten niet langer kan dragen. Dit levert een voldoende spoedeisend belang op om het verzoek inhoudelijk te beoordelen. De beschikbare uitspraaktekst eindigt voordat de voorzieningenrechter een inhoudelijk oordeel over de gronden geeft, maar de procedure is in elk geval ontvankelijk verklaard. De uitspraak benadrukt dat dreigende dakloosheid direct na een zitting een concrete en urgente noodsituatie vormt die recht geeft op spoedtoetsing van een afwijzing van maatschappelijke opvang.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:477

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:476

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:483

Melkveehouderij verliest beroep tegen boete meststoffenoverschrijding

32/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:475

Dolfinarium verliest beroep tegen dwangsom dolfijnencontact

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen