JurispRadar
ECLI:NL:RBROT:2026:11983Laag5/100

ECLI:NL:RBROT:2026:11983, Rechtbank Rotterdam, 11-09-2026, ROT 25/9839

Rechtbank RotterdamUitspraak: 11 september 2026Publicatie: 14 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:ROT 25/9839

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Alles tezamen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de minister in redelijkheid had moeten volstaan met het opleggen van één boete. De minister heeft in redelijkheid een boete opgelegd ten aanzien van de overtreding van 15 april 2025 om 13:24 uur (zaak 25/8509). Omdat rondom de overtreding in deze zaak dezelfde verwarring met betrekking tot de betaling een grote rol heeft gespeeld had de minister, gelet op het hiervoor overwogene, ten aanzien van de overtreding op 9 april 2025 om 17:26 uur in redelijkheid moeten afzien van het opleggen van een boete

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RVS:2026:5478

ECLI:NL:RVS:2026:5478, Raad van State, 16-09-2026, 202406270/1/R3

Raad van State16 sep 2026
~61geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5518

ECLI:NL:RVS:2026:5518, Raad van State, 16-09-2026, 202502688/1/R4

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5493

ECLI:NL:RVS:2026:5493, Raad van State, 16-09-2026, 202502129/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5479

ECLI:NL:RVS:2026:5479, Raad van State, 16-09-2026, 202505719/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk