ECLI:NL:RBOVE:2026:5485, Rechtbank Overijssel, 08-09-2026, C/08/349633 / KG ZA 26-168
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor de herbouw van de woonboerderij en de bouw van een bijbehorend poolhouse. De aanneemsom voor de woonboerderij dient in termijnen te worden betaald. Het poolhouse is in juli 2025 opgeleverd en partij A hebben de volledige aanneemsom hiervoor voldaan. De woonboerderij is nog niet opgeleverd. Partij A hebben in februari 2026 het werk stilgelegd, omdat partij B de werkzaamheden niet conform de aannemingsovereenkomst zou hebben uitgevoerd. Partijen hebben meerdere deskundigen ingeschakeld die over de uitgevoerde werkzaamheden rapport hebben uitgebracht. Beide partijen wensen de (herstel)werkzaamheden voort te (laten) zetten, maar zij wijzen over en weer naar elkaar voor het zetten van de eerste stap. Daarnaast twisten zij over de vraag of partij A een termijnbetaling onverschuldigd heeft gedaan. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat uit hetgeen aan deskundigenrapporten door partijen is overgelegd, blijkt dat de werkzaamheden niet conform de eisen van goed en deugdelijk werk zijn uitgevoerd. Duidelijk is dat de tussen partijen ontstane impasse moet worden doorbroken. De wijze waarop daaraan uitvoering moet worden gegeven, leent zich in deze kortgedingprocedure echter niet voor beoordeling, omdat daarvoor nader onderzoek naar de feiten en de rechtsverhouding tussen partijen vereist is. Dat geldt ook voor de termijnbetaling die onverschuldigd zou zijn gedaan. De voorzieningenrechter zal de vordering in conventie en de vordering in reconventie daarom afwijzen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.