JurispRadar
ECLI:NL:RBOBR:2026:3237Laag18/100

Verdachte veroordeeld voor zware mishandeling vrouw in scootmobiel

ECLI:NL:RBOBR:2026:3237, Rechtbank Oost-Brabant, 13-05-2026, 01/222409/25

InstantieUitspraak: 13 mei 2026Publicatie: 13 mei 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:01/222409/25
Strafrecht
Materieel strafrecht
Strafprocesrecht
Aansprakelijkheid
Schadevergoeding
Zware Mishandeling
Scootmobiel
Getuigenverklaringen
Artikel 82 Sr
Geweld Openbare Ruimte

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Veroordeling voor zware mishandeling en twee bedreigingen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 450 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren. Daarbij legt de rechtbank bijzondere voorwaarden en maatregelen ex 38v en 38z Sr op (dadelijk uitvoerbaar). Toewijzing vordering benadeelde partij.

Kern van de zaak

Verdachte heeft op 11 augustus 2025 in Helmond een vrouw meermalen met vuisten op haar hoofd en gezicht geslagen, tegen haar lichaam geschopt en haar uit haar scootmobiel getrokken en in een heg gegooid. De zaak kwam voor de Rechtbank Oost-Brabant na aanhouding en tenlastelegging van zware mishandeling.

Beslissing van de rechter

De rechtbank acht zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen op grond van de bekentenis van verdachte, getuigenverklaringen en de aangifte van het slachtoffer. De rechtbank legt een straf op, waarbij de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte in aanmerking zijn genomen; de precieze strafmaat blijkt niet volledig uit het beschikbare fragment.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke strafzaak bij een rechtbank van eerste aanleg zonder bijzondere rechtsvragen; de uitspraak past bestaande wettelijke kaders en jurisprudentie toe en heeft geen bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Verdachte heeft meermalen met beide vuisten op het hoofd en gezicht van het slachtoffer geslagen en tegen haar lichaam geschopt – dit heeft hij bekend.
  • 2Het slachtoffer trok haar handen ter bescherming voor haar gezicht, waarop verdachte ook deze raakte.
  • 3Ondanks ontkenning door verdachte acht de rechtbank op grond van getuigenverklaringen en aangifte ook het uit de scootmobiel trekken en in de heg gooien bewezen.
  • 4Voor bewezenverklaring van zware mishandeling is zwaar lichamelijk letsel vereist (art. 82 Sr); de rechtbank past de wettelijke definitie én het normaal-spraakgebruikcriterium toe.
  • 5Bij de strafoplegging weegt de rechtbank het wettelijk strafmaximum, vergelijkbare zaken en de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de standaardtoepassing van artikel 82 Sr inzake zwaar lichamelijk letsel en bevestigt dat getuigenverklaringen en aangifte voldoende kunnen zijn om een gedeeltelijke ontkenning te weerleggen. De zaak bevat geen richtinggevende rechtsvraag maar past bestaande rechtspraak toe.

Praktische impact

Het slachtoffer ziet haar verklaring en die van getuigen volledig gehonoreerd; verdachte wordt veroordeeld voor een ernstig geweldsdelict dat op de openbare weg plaatsvond tegen een kwetsbare persoon in een scootmobiel. De op te leggen straf omvat naar verwachting een gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar.

Onderwerp-impact

De zaak benadrukt de strafrechtelijke bescherming van kwetsbare slachtoffers in de openbare ruimte en de bewijswaarde van getuigenverklaringen bij geweldsdelicten waarbij de verdachte slechts gedeeltelijk bekent.

Samenvatting

Op 13 mei 2026 deed de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak in een strafzaak tegen een verdachte die op 11 augustus 2025 in Helmond een vrouw ernstig had mishandeld. De verdachte sloeg het slachtoffer meermalen met beide vuisten op haar hoofd en gezicht, schopte tegen haar lichaam en trok haar uit haar scootmobiel, waarna zij in een heg viel. De verdachte erkende de slagen en schoppen, maar ontkende het uit de scootmobiel trekken. De rechtbank verwierp die ontkenning op grond van de consistente verklaringen van twee getuigen en de aangifte van het slachtoffer zelf, en achtte ook dit onderdeel wettig en overtuigend bewezen. De centrale juridische vraag was of de gedragingen kwalificeerden als zware mishandeling in de zin van artikel 300 juncto artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank toetste aan de wettelijke definitie van zwaar lichamelijk letsel – waaronder ziekte zonder uitzicht op volkomen genezing, voortdurende arbeidsongeschiktheid en een verstandelijke storing van meer dan vier weken – alsmede aan het criterium van normaal spraakgebruik. Het feitelijk oordeel over de ernst van het letsel blijkt niet volledig uit het beschikbare fragment van de uitspraak. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, het toepasselijke wettelijke strafmaximum, straffen in vergelijkbare zaken en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het fragment vermeldt een proeftijd van twee jaar als onderdeel van de sanctionering, maar de volledige strafmaat ontbreekt in de beschikbare tekst. De uitspraak is een routinematige toepassing van het geweldsartikel en heeft geen richtinggevend karakter, maar bevestigt het belang van getuigenbewijs bij gedeeltelijke ontkenningen in geweldszaken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:762Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:762, Hoge Raad, 19-05-2026, 23/03823

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:759Laag
Strafrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:759, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00563

Hoge Raad19 mei 2026HandhavingSchadevergoeding
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:760Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:760, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00562

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:4756Laag
Strafrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:4756, Rechtbank Amsterdam, 18-05-2026, 13/166895-25

Rechtbank Amsterdam18 mei 2026OverheidAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied