ECLI:NL:RBNHO:2026:6127, Rechtbank Noord-Holland, 28-05-2026, 12127072 \ AO VERZ 26-32
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze zaak verzoekt {Verzoekster} om vernietiging van het aan haar gegeven ontslag op staande voet. De kantonrechter wijst het verzoek toe. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven. Het verzoek van {Verzoekster} tot vernietiging van dat ontslag wordt daarom toegewezen en Maxvast wordt veroordeeld tot doorbetaling van het salaris. {Verzoekster} wordt, anders dan verzocht, niet weder tewerkgesteld bij Maxvast, maar wordt vrijgesteld van haar werkzaamheden onder behoud van haar salaris, omdat Maxvast heeft benadrukt haar niet terug op de werkvloer te willen hebben en haar terugkeer in deze fase – waarin de toekomst van Maxvast, gezien de lopende procedure bij de Ondernemingskamer, nog niet duidelijk is - tot escalatie zou kunnen leiden. Het tegenverzoek van Maxvast om de arbeidsovereenkomst met {Verzoekster} te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding wordt aangehouden. Voor de beoordeling van dit verzoek is de uitkomst in de Ondernemingskamerprocedure, die speelt tussen de twee bestuurders van Maxvast, waarvan de ene bestuurder met {Verzoekster} is gehuwd, namelijk van een dusdanig wezenlijk belang dat de kantonrechter een beslissing op het ontbindingsverzoek op dit moment voorbarig acht.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.