Beroep landbouwer eco-regeling vleesvee ongegrond verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:358, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-08-2026, 25/72
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Inhoudsindicatie: GLB 2023. Afwijzing aanvraag extra betaling eco-regeling. De minister heeft de eco-activiteit ‘verlengde weidegang: dag en nacht beweiding’ op de percelen niet meegenomen voor de eco-regeling, omdat de landbouwer geen melkvee houdt en daarmee niet aan de voorwaarden van die eco-activiteit voldoet. Volgens de landbouwer zou de eco-activiteit niet alleen moeten gelden voor de verlengde weidegang van melkvee, maar ook voor de verlengde weidegang van haar vleesvee. Naar het oordeel van het College mocht de regelgever er gelet op de relevante verschillen tussen vleesvee en melkvee voor kiezen de eco-activiteit te beperken tot melkvee. Geen strijdigheid met artikel 9 van Verordening 2021/2115 of het gelijkheidsbeginsel.
Kern van de zaak
Een landbouwer met vleesvee vroeg extra betaling aan in het kader van de eco-regeling voor 'verlengde weidegang: dag en nacht beweiding'. De minister wees de aanvraag af omdat deze eco-activiteit alleen geldt voor melkvee. De landbouwer stapte naar de rechter met het argument dat dit onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en EU-regelgeving.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de Uitvoeringsregeling GLB 2023 terecht onderscheid maakt tussen vleesvee en melkvee, en dit onderscheid niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of artikel 9 van Verordening 2021/2115.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individueel geval binnen een specifieke subsidieregeling en bevestigt bestaand beleid zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De bredere juridische impact is beperkt, al is de uitkomst relevant voor vleesveehouders die vergelijkbare aanvragen overwegen.
Belangrijkste punten
- 1De eco-activiteit 'verlengde weidegang: dag en nacht beweiding' geldt onder de Uitvoeringsregeling GLB 2023 uitsluitend voor melkvee, niet voor vleesvee.
- 2De landbouwer betoogde dat weidegang van vleesvee dezelfde milieudoelen dient (lagere ammoniakemissie) als weidegang van melkvee.
- 3Het College oordeelt dat het onderscheid tussen vleesvee en melkvee niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2115.
- 4Lidstaten hebben op grond van artikel 31 van Verordening 2021/2115 een ruime beleidsvrijheid bij het vaststellen van vrijwillige eco-regelingen.
- 5De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden aan de landbouwer.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de nationale uitvoeringsregelgeving voor de GLB-eco-regeling een gedifferentieerde aanpak per veecategorie mag hanteren zonder dat dit automatisch in strijd is met het Unierechtelijke gelijkheidsbeginsel of niet-discriminatievereiste van artikel 9 Verordening 2021/2115. Dit beperkt de ruimte voor landbouwers met vleesvee om aanspraak te maken op eco-betalingen die specifiek voor melkvee zijn ontworpen.
Praktische impact
Vleesveehouders die verlengde weidegang toepassen, komen onder de huidige regelgeving niet in aanmerking voor de extra eco-betaling, ook als zij kunnen aantonen dat hun praktijk milieudoelen dient. Voor de betrokken landbouwer betekent dit dat de aanvraag definitief is afgewezen.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector bevestigt deze uitspraak dat de nationale invulling van het GLB-strategisch plan ruimte biedt voor veecategorie-specifieke eco-activiteiten, wat de positie van vleesveehouders ten opzichte van melkveehouders in de eco-regeling structureel beïnvloedt.
Samenvatting
Een landbouwer met vleesvee diende een aanvraag in voor de extra betaling in het kader van de eco-regeling onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), specifiek voor de eco-activiteit 'verlengde weidegang: dag en nacht beweiding'. De minister wees deze aanvraag af, omdat de desbetreffende eco-activiteit op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 uitsluitend van toepassing is op melkvee en niet op vleesvee. De landbouwer bestreed dit besluit voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven en voerde aan dat verlengde weidegang van vleesvee dezelfde milieudoelen dient als verlengde weidegang van melkvee, namelijk een lagere ammoniakemissie doordat urine en mest van elkaar gescheiden blijven. Zij betoogde dat het gemaakte onderscheid in de uitvoeringsregeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en met artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2115, dat vereist dat lidstaten interventies vaststellen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. Het College verklaart het beroep ongegrond. Het College overweegt dat de Uniewetgever lidstaten een ruime beleidsruimte heeft gegeven bij het vaststellen van vrijwillige eco-regelingen (artikel 31 van Verordening 2021/2115). Nederland heeft gebruik gemaakt van deze ruimte door de eco-activiteit voor verlengde weidegang te beperken tot melkvee. Het College oordeelt dat dit onderscheid berust op objectieve criteria en niet kwalificeert als een verboden ongelijke behandeling. De omstandigheid dat weidegang van vleesvee mogelijk vergelijkbare milieuvoordelen oplevert, maakt dit niet anders: de nationale regelgever mag categorieën onderscheiden en prioriteiten stellen binnen de beschikbare steunmogelijkheden. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van lidstaten bij de invulling van GLB-eco-regelingen en stelt grenzen aan de mogelijkheden voor vleesveehouders om aanspraak te maken op eco-betalingen die specifiek voor melkvee zijn vormgegeven.