Minister moet gebrek in landbouwsubsidiebesluit herstellen
ECLI:NL:CBB:2026:356, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-08-2026, 24/1113
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)GLB 2023. Tussenuitspraak. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het bosje van de maatschap en de aangrenzende houtsingel van Staatsbosbeheer moeten worden beschouwd als één bosgebied. De minister heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde percelen van de maatschap samen als één aaneengesloten bosgebied moete worden beschouwd terwijl drie van die percelen struweelachtige kenmerken hebben. Het College draagt de minister op dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Kern van de zaak
Een maatschap (landbouwer) betwist de beslissing van de minister over de kwalificatie van percelen als landschapselementen in het kader van de Gecombineerde opgave voor landbouwsubsidies. De minister weigerde bepaalde percelen, waaronder perceel 146 (een bosje grenzend aan een houtsingel van Staatsbosbeheer), te erkennen als zelfstandige landschapselementen. De maatschap beroept zich op willekeur en betwist de interpretatie van het beschikbare beeldmateriaal.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in een tussenuitspraak de minister opgedragen om binnen zes weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of een vervangend besluit te nemen. De doorslaggevende reden is dat de minister zijn beslissing onvoldoende heeft onderbouwd, met name ten aanzien van de kwalificatie van perceel 146 en de daarmee samenhangende percelen.
Impactscore
LaagHet betreft een tussenuitspraak in een individueel subsidiegeschil die de bestaande CBb-lijn bevestigt zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de bredere precedentwerking is beperkt.
Belangrijkste punten
- 1De minister mag beeldmateriaal (luchtfoto's, cyclomediabeelden, BGT-kaarten) gebruiken om opgegeven landschapselementen te controleren op grond van artikel 83 lid 6 van Verordening 2021/2116.
- 2Wanneer een landbouwer stelt dat beeldmateriaal meerdere interpretaties toelaat, moet hij zijn interpretatie aannemelijk maken; slaagt hij daarin, dan moet de minister voldoende tegenbewijs leveren.
- 3Perceel 146 (bosje) grenst aan een houtsingel van Staatsbosbeheer; de minister beschouwt dit als één groter aaneengesloten bosgebied, wat de landbouwer betwist.
- 4De maatschap beroept zich op willekeur door te stellen dat in vergelijkbare gevallen anders is beslist.
- 5Het betreft een tussenuitspraak: de minister krijgt zes weken om het gebrek te herstellen; verdere beslissingen worden aangehouden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bewijslastverdeling bij betwisting van beeldmateriaal in landbouwsubsidiezaken en verplicht de minister tot deugdelijke motivering bij de afwijzing van opgegeven landschapselementen. Dit sluit aan bij eerdere CBb-rechtspraak (ECLI:NL:CBB:2025:422).
Praktische impact
De minister moet zijn besluit herzien en beter motiveren waarom perceel 146 niet als zelfstandig landschapselement kwalificeert. De maatschap heeft daarmee een reële kans op (gedeeltelijke) toewijzing van de gevraagde subsidie.
Onderwerp-impact
Voor landbouwers die landschapselementen opgeven in de Gecombineerde opgave biedt deze uitspraak duidelijkheid over hun mogelijkheden om de interpretatie van beeldmateriaal door de minister te betwisten.
Samenvatting
In deze tussenuitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) staat een geschil centraal tussen een maatschap (landbouwer) en de minister over de erkenning van percelen als landschapselementen in het kader van de Gecombineerde opgave voor landbouwsubsidies op grond van Verordening (EU) 2021/2115 en 2021/2116. De minister weigerde perceel 146 — een bosje grenzend aan een houtsingel in eigendom van Staatsbosbeheer — als zelfstandig landschapselement te erkennen, omdat hij dit perceel als onderdeel van een groter aaneengesloten bosgebied beschouwde. De maatschap betwistte deze kwalificatie en stelde tevens dat in vergelijkbare gevallen anders was beslist, wat op willekeur zou duiden. Het CBb stelt voorop dat de minister op grond van artikel 83 lid 6 van Verordening 2021/2116 gebruik mag maken van beschikbaar beeldmateriaal zoals luchtfoto's, cyclomediabeelden en BGT-kaarten. In lijn met eerdere rechtspraak (ECLI:NL:CBB:2025:422) geldt daarbij een specifieke bewijslastverdeling: indien een landbouwer stelt dat het beeldmateriaal meerdere interpretaties toelaat, dient hij zijn interpretatie aannemelijk te maken. Slaagt hij daarin, dan is het aan de minister om met voldoende tegenbewijs te komen. Het CBb oordeelt in deze tussenuitspraak dat het bestreden besluit een gebrek vertoont, met name ten aanzien van de onderbouwing van de kwalificatie van perceel 146 en aanverwante percelen. De minister wordt opgedragen om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak dit gebrek te herstellen of een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de uitspraak. Verdere beslissingen worden aangehouden. De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak over de bewijslastverdeling in beeldmateriaaldisputen en onderstreept de motiveringseisen waaraan besluiten over landschapselementen moeten voldoen.