Verdachte veroordeeld voor poging doodslag na wurgen partner
ECLI:NL:RBMNE:2026:2432, Rechtbank Midden-Nederland, 01-05-2026, 16/243438-25
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De verdachte is veroordeeld voor poging doodslag op zijn partner door haar te wurgen (feit 1) en voor poging zware mishandeling door haar tegen het hoofd te slaan en te schoppen (feit 2). Bij de beoordeling heeft de rechtbank onder meer een forensisch-medische letselbeschrijving van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO gebruikt. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Kern van de zaak
Een man heeft op 16 september 2025 in Lelystad zijn toenmalige partner gewurgd en meerdere malen geslagen en geschopt. De officier van justitie vervolgde hem voor poging tot doodslag (feit 1) en een tweede feit. De verdachte beriep zich op geheugenverlies door alcoholgebruik.
Beslissing van de rechter
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 2 primair (poging tot doodslag), maar verklaart feit 1 primair (poging tot doodslag) en feit 2 subsidiair (poging tot zware mishandeling) bewezen. Doorslaggevend is de consistente verklaring van het slachtoffer, ondersteund door forensisch-medische letselrapportage.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke strafzaak op rechtbankniveau zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch van aard en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe zaak.
Belangrijkste punten
- 1Verdachte wurgde zijn partner gedurende enige tijd met kracht, waardoor haar ademhaling werd belemmerd: bewezen als poging tot doodslag (feit 1 primair)
- 2Feit 2 primair (poging tot doodslag) is niet bewezen; verdachte wordt hiervan vrijgesproken
- 3Feit 2 subsidiair (poging tot zware mishandeling) is wel bewezen verklaard
- 4Beroep op geheugenverlies door alcoholgebruik doet niet af aan bewezenverklaring
- 5Verklaring van aangeefster wordt op essentiële onderdelen ondersteund door forensisch-medisch bewijs
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat geheugenverlies door alcoholgebruik geen beletsel vormt voor bewezenverklaring van opzettelijk geweld, en dat slachtofferverklaringen ondersteund door forensisch-medisch bewijs voldoende grondslag bieden. De gedeeltelijke vrijspraak benadrukt dat bij meerdere feiten per tenlastelegging elk feit afzonderlijk bewezen moet worden.
Praktische impact
Voor het slachtoffer betekent de bewezenverklaring van poging tot doodslag erkenning van het ernstige geweld. Voor de verdachte leidt dit tot een strafrechtelijke veroordeling voor zware geweldsdelicten, met naar verwachting een significante gevangenisstraf als gevolg.
Onderwerp-impact
Deze zaak betreft partnergeweld in de huiselijke sfeer, waarbij wurging als bijzonder levensgevaarlijk geweldsmiddel centraal staat; de uitspraak onderstreept de strafrechtelijke ernst van dergelijk intiem partnergeweld.
Samenvatting
Op 16 september 2025 heeft een man in Lelystad zijn toenmalige partner in de nacht ernstig mishandeld. Zij verklaarde dat hij haar keel met kracht dichtknijp waardoor zij niet meer kon ademen, en haar daarnaast meerdere malen sloeg en schopte tegen hoofd en lichaam. De verdachte stelde zich niets te kunnen herinneren vanwege overmatig alcoholgebruik, al erkende hij haar na het incident naar haar auto te hebben zien rennen. De centrale juridische vraag was of het bewijs voldoende was voor bewezenverklaring van poging tot doodslag voor beide tenlastegelegde feiten, dan wel of gedeeltelijke vrijspraak of een subsidiaire kwalificatie aangewezen was. De Rechtbank Midden-Nederland sprak de verdachte vrij van feit 2 primair (poging tot doodslag), maar verklaarde feit 1 primair (poging tot doodslag) en feit 2 subsidiair (poging tot zware mishandeling) wettig en overtuigend bewezen. Voor feit 1 primair stelde de rechtbank vast dat de verdachte ter uitvoering van zijn voornemen om het slachtoffer van het leven te beroven, gedurende enige tijd met kracht haar hals heeft dichtgeknepen en haar heeft gewurgd, waardoor haar ademhaling werd belemmerd, terwijl de voltooiing van het misdrijf uitbleef. Doorslaggevend voor de bewezenverklaring was de consistente verklaring van het slachtoffer, die op dragende en essentiële onderdelen werd ondersteund door de forensisch-medische letselbeschrijving en de letselrapportage. Het verweer van de verdachte dat hij zich door alcoholgebruik niets herinnerde, deed aan deze conclusie niet af. De gedeeltelijke vrijspraak voor feit 2 primair toont dat de rechtbank per afzonderlijk feit de bewijsstandaard kritisch heeft getoetst. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar bevestigt het belang van forensisch-medisch bewijs bij ernstig partnergeweld.