WIA-uitkering dakdekker afgewezen ondanks beenprothese na bedrijfsongeval
ECLI:NL:RBGEL:2026:5449, Rechtbank Gelderland, 10-07-2026, ARN 24/7396
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep ongegrond. Het UWV heeft de medische belastbaarheid van eiser op de datum in geding juist vastgesteld. De door eiser overgelegde rapport van deskundige geeft geen aanleiding om aan de juistheid van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling te twijfelen. De aan de schatting ten grondslag gelegde functies zijn geschikt en voldoende gemotiveerd. Wel sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.
Kern van de zaak
Een dakdekker verloor zijn rechter onderbeen door een bedrijfsongeval in mei 2022 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 28,06%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Eiser ging in beroep tegen de afwijzing.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard: de rechtbank oordeelt dat eiser terecht geen WIA-uitkering ontvangt omdat hij meer dan 65% van zijn vroegere loon kan verdienen. Wel wordt de Staat veroordeeld tot betaling van € 500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele toepassing van gevestigde WIA-jurisprudentie zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is feitelijk van aard en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Eiser verloor rechter onderbeen bij bedrijfsongeval en heeft een prothese; was dakdekker voor 40 uur per week
- 2Arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 28,06%, waarmee niet voldaan aan de 35%-drempel voor WIA
- 3Na bezwaar zijn aanvullende beperkingen aangenomen in de FML, maar eiser bleef geschikt voor de geduide functies
- 4Beroep ongegrond: UWV heeft de belastbaarheid en functieduiding voldoende onderbouwd
- 5Redelijke termijn overschreden: Staat betaalt € 500 immateriële schadevergoeding en € 472 proceskosten
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de WIA-drempel van 35% arbeidsongeschiktheid en toont dat zelfs bij ernstige fysieke beperkingen (amputatie) een WIA-uitkering kan worden geweigerd bij voldoende restverdiencapaciteit. De toekenning van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding is standaard bestuursrechtelijke praktijk.
Praktische impact
Eiser ontvangt geen WIA-uitkering en moet terugvallen op andere inkomensbronnen of re-integratie; hij ontvangt wel € 500 schadevergoeding en € 472 proceskostenvergoeding vanwege de trage procedure.
Onderwerp-impact
Voor mensen met een arbeidsbeperking na een bedrijfsongeval bevestigt deze zaak dat het UWV-keuringsproces ook bij zware lichamelijke schade (amputatie, prothese) kan leiden tot een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de WIA-drempel, waardoor uitkering uitblijft.
Samenvatting
Een dakdekker meldde zich op 11 mei 2022 ziek na een bedrijfsongeval waarbij hij zijn rechter onderbeen verloor. Na het einde van zijn dienstverband ontving hij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na afloop van de wachttijd vroeg hij een WIA-uitkering aan. Het UWV liet een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek uitvoeren. Op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de geselecteerde functies werd zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 28,06%. Omdat dit percentage lager is dan de wettelijke drempel van 35%, werd de WIA-aanvraag afgewezen: eiser kon nog meer dan 65% verdienen van zijn loon van vóór de ziekmelding. In bezwaar namen de verzekeringsartsen bezwaar en beroep aanvullende beperkingen aan in de FML, maar de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat eiser met deze beperkingen nog steeds geschikt was voor de primair geduide functies. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het UWV de belastbaarheid van eiser zorgvuldig heeft vastgesteld en de functieduiding deugdelijk heeft onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Eiser slaagde er niet in de medische en arbeidskundige beoordeling met succes te betwisten. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor afdoening van de zaak was overschreden. Op grond daarvan werd de Staat veroordeeld tot betaling van € 500 aan immateriële schadevergoeding en € 472 aan proceskosten in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. De uitspraak illustreert dat zelfs bij ernstige, blijvende lichamelijke beperkingen — zoals een amputatie met prothese — een WIA-uitkering kan worden geweigerd indien de resterende verdiencapaciteit voldoende hoog wordt geacht.