JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:28050Laag12/100

Asielaanvraag Albanese man om medische redenen afgewezen

ECLI:NL:RBDHA:2026:28050, Rechtbank Den Haag, 24-09-2026, NL26.54232

Rechtbank Den HaagUitspraak: 24 september 2026Publicatie: 24 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.54232
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Zorg
Asielaanvraag
Kennelijk Ongegrond
Veilig Land Van Herkomst
Medische Gronden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Asiel, veilig land van herkomst, Albanië, artikel 3 EVRM, buiten zitting, beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een nagenoeg blinde Albanese man (geboren 1985) vroeg op 16 juli 2026 asiel aan in Nederland. Hij stelde medische behandeling nodig te hebben voor zijn ogen, die in Albanië nagenoeg onmogelijk of onbetaalbaar zou zijn. De IND wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.

Beslissing van de rechter

Het beroep is ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat Albanië terecht als veilig land van herkomst wordt aangemerkt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie daarop een uitzondering rechtvaardigt; medische en financiële bezwaren raken niet aan vluchtelingschap of ernstige schade in de zin van het asielrecht.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige toepassing van bestaand asielbeleid voor veilige landen van herkomst zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is voorspelbaar en heeft geen precedentwerking buiten de individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Albanië geldt als veilig land van herkomst vanwege zijn EU-kandidaatstatus; eiser heeft de veiligheid voor zijn persoonlijke situatie niet weerlegd.
  • 2Medische problematiek (nagenoeg blindheid) en gebrek aan financiële middelen voor behandeling vormen op zichzelf geen asielgrond.
  • 3Eiser heeft in Albanië hogere opleiding genoten en werkervaring opgedaan, hetgeen de stelling over een onmenselijk bestaan verzwakt.
  • 4Niet-onderbouwde stellingen over wachttijden voor medische behandeling zijn onvoldoende om persoonlijk gevaar aannemelijk te maken.
  • 5De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb (vereenvoudigde afdoening).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat medische en sociaaleconomische omstandigheden in het land van herkomst buiten het bereik van internationale bescherming vallen, tenzij sprake is van een uitzonderlijke humanitaire situatie die expliciet wordt onderbouwd.

Praktische impact

Eiser ontvangt geen verblijfsstatus en heeft geen recht op proceskosten; hij dient Nederland te verlaten. Verzet tegen de uitspraak is zijn enige rechtsmiddel.

Onderwerp-impact

Voor asielzoekers uit veilige landen van herkomst met primair medische motieven bevestigt deze uitspraak dat dergelijke verzoeken structureel als kennelijk ongegrond worden afgedaan, tenzij aantoonbaar sprake is van vervolging of ernstige schade.

Samenvatting

Een Albanese man van 41 jaar, nagenoeg blind, vroeg op 16 juli 2026 asiel aan in Nederland. Hij voerde aan dat hij medische behandeling voor zijn ogen nodig heeft die in Albanië praktisch onmogelijk of financieel onhaalbaar is. De IND wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de aangevoerde gronden niet raken aan vluchtelingschap of ernstige schade in de zin van de Kwalificatierichtlijn, en Albanië wordt aangemerkt als veilig land van herkomst. De Rechtbank Den Haag toetste het besluit zonder zitting, zoals toegestaan door artikel 8:54 Awb. De centrale juridische vraag was of verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en of Albanië voor eiser persoonlijk als veilig land kan worden beschouwd. De rechtbank beantwoordde beide vragen bevestigend en verklaarde het beroep ongegrond. Ten eerste staat de EU-kandidaatstatus van Albanië aan de basis van de kwalificatie als veilig land van herkomst; eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze presumptie in zijn geval niet opgaat. Ten tweede vormt de enkele, niet-onderbouwde stelling dat hij in Albanië geen menswaardig bestaan kan opbouwen onvoldoende grond: eiser heeft aantoonbaar een hogere opleiding afgerond en werkervaring opgedaan in Albanië. De eveneens niet-onderbouwde bewering over lange wachttijden voor medische behandeling volstaat niet om persoonlijk gevaar aannemelijk te maken. Medische nood en financiële beperkingen zijn in het asielrecht geen grond voor internationale bescherming, tenzij zij de drempel van artikel 3 EVRM of een vergelijkbare bepaling halen, wat hier niet is gesteld noch aangetoond. Eiser ontvangt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking en bevestigt de bestaande bestuurspraktijk rond asielaanvragen vanuit veilige landen van herkomst.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·29 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:462

Beroep DFI Food Sourcing ongegrond: geen geldig bezwaar ingediend

18/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·29 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:463

Beroep DFI Food Sourcing tegen Skal-brief ongegrond verklaard

32/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·29 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:469

Subsidie nihil maar terugvordering €112.499 vernietigd wegens motiveringsgebrek

28/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Zorg
ECLI:NL:RBDHA:2026:28232

EU-verblijfsrecht afgewezen wegens feitelijk verblijf in Griekenland

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen