JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:26835Laag13/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:26835, Rechtbank Den Haag, 15-09-2026, NL26.52339

Rechtbank Den HaagUitspraak: 15 september 2026Publicatie: 15 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.52339

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Grensdetentie opheffing - in de vrijheidsontnemende maatregel is zowel aangekruist dat de asielaanvraag van eiser wordt behandeld in de asielgrensprocedure, als dat het gaat om vrijheidsontneming in verband met de screening. Deze fases kunnen echter niet naast elkaar bestaan. De rechtbank volgt de Afdeling niet voor zover de Afdeling concludeert dat dit geen probleem is omdat artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 in zowel een grondslag voor grensdetentie tijdens de screening, als een grondslag tijdens de asielgrensprocedure voorziet. Het Unierecht voorziet in verschillende grondslagen voor vrijheidsontnemende maatregelen, afhankelijk van de werkingssfeer van de verordening of richtlijn waaronder de derdelander op dat moment valt. Zowel de Screeningsverordening als de Opvangrichtlijn voorzien in een grondslag voor een vrijheidsontnemende maatregel en om de vrijheid te ontnemen op deze grondslagen moet aan specifieke voorwaarden worden voldaan. Het handhaven van ‘de schottentheorie’, betekent simpelweg ook dat een derdelander niet op meerdere Unierechtelijke grondslagen tegelijkertijd in bewaring kan worden gesteld en gehouden. De grondslag van een vrijheidsontnemende maatregel moet noodzakelijkerwijze worden gevonden in de verordening of richtlijn op grond waarvan de vrijheidsontneming wordt bevolen en dit kan niet worden omzeild door in nationale wetgeving een ‘one size fits all-grondslag’ op te nemen en die te gebruiken om de bewaring gedurende verschillende procedurele fases te rechtvaardigen. Uit oogpunt van rechtsbescherming en om de rechter in staat te stellen om de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel grondig te kunnen onderzoeken is het eveneens noodzakelijk dat de minister in zijn besluitvorming duidelijk maakt welke Unierechtelijke grondslag aan de vrijheidsontneming ten grondslag ligt. Artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 kan dus niet op hetzelfde moment de grondslag vormen voor de bewaring op grond van de screeningsverordening als voor de opvangrichtlijn. Maatregel van aanvang af onrechtmatig / opheffing / invrijheidstelling / SV / PKV.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RVS:2026:5478

ECLI:NL:RVS:2026:5478, Raad van State, 16-09-2026, 202406270/1/R3

Raad van State16 sep 2026
~61geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5518

ECLI:NL:RVS:2026:5518, Raad van State, 16-09-2026, 202502688/1/R4

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5493

ECLI:NL:RVS:2026:5493, Raad van State, 16-09-2026, 202502129/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5479

ECLI:NL:RVS:2026:5479, Raad van State, 16-09-2026, 202505719/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk