ECLI:NL:RBDHA:2026:26814, Rechtbank Den Haag, 10-09-2026, NL26.33639 en NL26.33640
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiser komt uit Gambia. Hij heeft om asiel gevraagd. Hij stelt dat hij niet terug kan naar Gambia omdat hij homoseksueel is en dat is daar streng verboden. Daarom loopt hij gevaar bij terugkeer. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt de homoseksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig. Daarom leidt dit niet tot vluchtelingschap of een reëel (echt) risico op ernstige schade bij terugkeer naar Gambia. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij heeft daarvoor een aantal argumenten gegeven. Dit zijn de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat verweerder eisers homoseksuele geaardheid terecht ongeloofwaardig heeft geacht. Wel heeft verweerder ten onrechte de derdenverklaring van naam niet betrokken bij de beoordeling in het bestreden besluit. Verweerder heeft echter in het aanvullend besluit goed uitgelegd waarom de derdenverklaring niet leidt tot een ander standpunt over de geloofwaardigheid van eisers homoseksuele geaardheid. Daarom verklaart de rechtbank het beroep van eiser gegrond, maar laat het de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Voor eiser betekent dit dat hij terug moet keren naar Gambia en hij zijn gevraagde asielvergunning niet krijgt.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.