ECLI:NL:RBDHA:2026:26791, Rechtbank Den Haag, 09-09-2026, NL25.16814
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiseres komt uit Marokko. Zij wil haar nicht in Nederland bezoeken. Daarom heeft zij een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen. Verweerder vindt dat eiseres niet heeft bewezen dat haar gestelde nicht daadwerkelijk haar nicht is. Ook vindt verweerder dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij op tijd weer terug zal gaan naar Marokko. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar ingediend, maar verweerder is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft eiseres niet gehoord. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt dit beroep. Dit doet zij aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Verweerder heeft het visum terecht geweigerd. Dat het horen van eiseres niet hoefde omdat het geen zin zou hebben, wordt ook gevolgd. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.