JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:24003Laag22/100

Verzet ongegrond: bestuurlijke dwangsom terecht niet verbeurd in vreemdelingenzaak

ECLI:NL:RBDHA:2026:24003, Rechtbank Den Haag, 26-08-2026, AWB 25/18874 V

Rechtbank Den HaagUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:AWB 25/18874 V
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Handhaving
Niet Tijdig Beslissen
Vreemdelingenwet
Effectieve Rechtsbescherming
Verzet
Bestuurlijke Dwangsom

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verzet. Artikel 71b Vreemdelingenwet niet in strijd met EVRM en Handvest. De uitspraak van de Afdeling ECLI:NL:RVS:2022:3353 over de bestuurlijke dwangsom ziet ook op het huidige artikel 71b van de Vreemdelingenwet (toen: Tijdelijke wet).

Kern van de zaak

Een vreemdeling (opposant) stelt verzet in tegen een eerdere buiten-zittinguitspraak van Rechtbank Den Haag. De rechtbank had het beroep wegens niet-tijdig beslissen gegrond verklaard, maar geen bestuurlijke dwangsom opgelegd. Opposant meent dat dit ten onrechte is en beroept zich op EVRM-artikelen 6 en 13 en artikel 47 van het EU-Handvest.

Beslissing van de rechter

De verzetrechter verklaart het verzet ongegrond. De rechtbank oordeelt dat buiten redelijke twijfel was dat het beroep gegrond kon worden afgedaan en dat de beslissing om geen bestuurlijke dwangsom te verbeuren standhoud, ook al was deze in de uitspraak van 19 december 2025 onvoldoende gemotiveerd.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige verzetbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de tekst is bovendien onvolledig, waardoor de volledige motivering niet kan worden beoordeeld.

Belangrijkste punten

  • 1Verzet werd ingesteld tegen een buiten-zittinguitspraak waarbij beroep wegens niet-tijdig beslissen kennelijk gegrond was verklaard
  • 2Opposant betwistte het niet verbeuren van de bestuurlijke dwangsom op grond van artikel 71b Vreemdelingenwet
  • 3Beroep op EVRM artikelen 6 en 13 en artikel 47 EU-Handvest: uitsluiting bestuurlijke dwangsom zou effectieve rechtsbescherming uithollen
  • 4Verzetrechter toetst of het eindoordeel in de beroepszaak buiten redelijke twijfel stond, niet of de motivering volledig was
  • 5Verzet ongegrond verklaard; de opgelegde rechterlijke dwangsom en beslistermijn blijven in stand

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de uitsluiting van de bestuurlijke dwangsom in vreemdelingenzaken (artikel 71b Vw) niet automatisch in strijd is met EVRM of het EU-Handvest, mits een rechterlijke dwangsom als alternatief beschikbaar is. De verzetprocedure biedt beperkte ruimte voor heroverweging van buiten-zittinguitspraken.

Praktische impact

Voor de opposant betekent de ongegrondverklaring dat geen aanvullende bestuurlijke dwangsom wordt verbeurd; de beslistermijn en rechterlijke dwangsom opgelegd in de eerdere uitspraak blijven echter gelden, wat verweerder (de IND of staatssecretaris) verplicht tijdig te beslissen.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken wordt de praktijk van vereenvoudigde afdoening bij niet-tijdig beslissen bevestigd, en wordt duidelijk dat de combinatie van een rechterlijke dwangsom met uitsluiting van de bestuurlijke dwangsom als toereikend wordt beschouwd voor effectieve rechtsbescherming.

Samenvatting

In deze zaak heeft Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan op een verzet dat was ingesteld tegen een eerdere buiten-zittinguitspraak van 19 december 2025. In die eerdere uitspraak had de rechtbank het beroep van opposant kennelijk gegrond verklaard, omdat de bevoegde bestuursautoriteit (vermoedelijk de IND of staatssecretaris van Justitie en Veiligheid) niet tijdig had beslist op een vreemdelingenrechtelijke aanvraag. Daarbij had de rechtbank een beslistermijn en een rechterlijke dwangsom opgelegd, maar geoordeeld dat de bestuurlijke dwangsom niet was verbeurd. Opposant verzette zich tegen deze uitspraak en voerde aan dat de bestuurlijke dwangsom ten onrechte niet was opgelegd. Hij stelde dat de uitsluiting van de bestuurlijke dwangsom op grond van artikel 71b van de Vreemdelingenwet in strijd is met de artikelen 6 en 13 van het EVRM en artikel 47 van het EU-Handvest van de grondrechten. Volgens opposant maakt deze uitsluiting het beroepsrecht illusoir en holt het de effectieve rechtsbescherming uit. Tevens meende opposant dat de zaak ten onrechte als lichte zaak was gekwalificeerd en vereenvoudigd was afgedaan. De verzetrechter beoordeelt uitsluitend of in de beroepszaak het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Na die toets verklaart de rechtbank het verzet ongegrond. Hoewel de motivering van de beslissing over de bestuurlijke dwangsom in de eerdere uitspraak ontbrak, leidt dit op zichzelf niet tot gegrondverklaring van het verzet. De rechter oordeelt dat de combinatie van rechterlijke dwangsom en beslistermijn voldoende rechtsbescherming biedt, en dat de uitsluiting van de bestuurlijke dwangsom in vreemdelingenzaken niet in strijd is met de ingeroepen grondrechtelijke bepalingen. De uitspraak heeft een beperkte reikwijdte en betreft een individuele zaak zonder fundamentele nieuwe rechtsontwikkeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5498Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5498, Raad van State, 16-09-2026, 202502470/1/R2

Raad van State16 sep 2026HandhavingVergunningen
32/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5479Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5479, Raad van State, 16-09-2026, 202505719/1/A2

Raad van State16 sep 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5511Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5511, Raad van State, 16-09-2026, 202505618/1/A2

Raad van State16 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5491Middel
Bestuursrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5491, Raad van State, 16-09-2026, 202505174/1/A3

Raad van State16 sep 2026ArbeidsrelatiesHandhaving
34/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied