ECLI:NL:RBDHA:2026:21671, Rechtbank Den Haag, 02-07-2026, SGR 24/8316
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiseres verzoekt de rechtbank op grond van art. 8:88 Awb om verweerder te gelasten tot vergoeding van door haar geleden materiële en immateriële schade. De rechtbank wijst het verzoek om toekenning van een schadevergoeding af. Anders dan eiseres stelt is van onrechtmatig handelen door verweerder geen sprake. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de door eiseres gestelde schade ook niet voor vergoeding op de voet van artikel 8:88 van de Awb in aanmerking komt. De door haar gestelde schade bestaat uit de advieskosten, reis- en parkeerkosten en gederfde inkomsten die zij heeft gemaakt voor de bezwaar- en beroepsprocedures inzake aan haar opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting. Deze kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 8:75 van de Awb. Voor zover eiseres namens de DGA een verzoek om schadevergoeding heeft willen doen inzake de aan de DGA opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV 2015 heeft daarnaast te gelden dat artikel 8:88 van de Awb niet geldt in inkomstenbelastingzaken.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.