ECLI:NL:RBDHA:2026:21391, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, NL26.21507 en NL26.21508
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze uitspraak verklaart de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening gegrond. De minister had de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de asielaanvraag. Eiser heeft echter onder verwijzing naar objectieve landeninformatie voldoende onderbouwd dat vanwege zijn LHBTIQ+- identiteit, in zijn geval, niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen. LHBTIQ+-asielzoekers krijgen in Polen namelijk te maken met systemische tekortkomingen in de asielprocedure. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.