JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21391Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21391, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, NL26.21507 en NL26.21508

Rechtbank Den HaagUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 31 juli 2026
Zaaknummer:NL26.21507 en NL26.21508

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In deze uitspraak verklaart de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening gegrond. De minister had de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de asielaanvraag. Eiser heeft echter onder verwijzing naar objectieve landeninformatie voldoende onderbouwd dat vanwege zijn LHBTIQ+- identiteit, in zijn geval, niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen. LHBTIQ+-asielzoekers krijgen in Polen namelijk te maken met systemische tekortkomingen in de asielprocedure. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21399Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21399, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.6990

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21408Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21408, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, NL26.14192

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:21403Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21403, Rechtbank Den Haag, 31-07-2026, 26.17344

Rechtbank Den Haag31 jul 2026
5/100Bekijk