ECLI:NL:RBDHA:2026:21382, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, NL26.22576 en NL26.22577
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze uitspraak verklaart de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening gegrond. Verweerder had de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan de vergewisplicht die voortvloeit uit het arrest C.K. tegen Slovenië door geen onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de overdracht aan Duitsland voor eiser. De door eiser overlegde medische stukken met betrekking tot zijn psychologische situatie en suïcidaliteit hadden hier aanleiding toe moeten geven. Verweerder had eisers medische situatie ook beter in kaart moeten brengen om te beoordelen of individuele garanties hadden moeten worden ingewonnen bij Duitsland in het kader van het Tarakhel arrest en om te kunnen beoordelen of hij gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van de Dublinverordening. Het bestreden besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.