JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:20503Laag28/100

Iraaks vader verliest verblijfsrecht wegens onvoldoende zorgtaken kinderen

ECLI:NL:RBDHA:2026:20503, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, NL25.14181

Rechtbank Den HaagUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 23 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.14181
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Overheid
Artikel 8 Evrm
Chavez Vilchez
Verblijfsrecht
Artikel 20 Vweu
Zorgtaken

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Regulier, aanvraag vernieuwing verblijfsdocument EU/EER, Chavez-Vilchez, gewijzigde omstandigheden, daadwerkelijke zorgtaken, afhankelijkheidsverhouding, belangenafweging 8 EVRM, beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Iraakse man verkreeg in 2018 verblijfsrecht in Nederland op grond van artikel 20 VWEU (Chavez-Vilchez) vanwege zijn Nederlandse kinderen. De IND wees zijn vernieuwingsaanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER af omdat hij niet aantoonde daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken te verrichten. Eiser bestreed dit besluit bij de rechtbank.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de vernieuwingsaanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. Doorslaggevend is dat eiser niet heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er een afhankelijkheidsverhouding bestaat tussen hem en zijn kinderen, waardoor het verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU reeds per 16 juli 2018 was komen te vervallen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, vaste rechtspraak (Chavez-Vilchez) toe op een individuele feitelijke situatie en stelt geen nieuwe rechtsregels; de relevantie is primair voor de betrokkene en vergelijkbare individuele gevallen.

Belangrijkste punten

  • 1Verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU (Chavez-Vilchez) vereist aantoonbare daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken en een afhankelijkheidsverhouding met het Unieburgerkind
  • 2Het verblijfsrecht was volgens verweerder al per 16 juli 2018 vervallen wegens het ontbreken van die afhankelijkheidsverhouding
  • 3De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven) viel in het nadeel van eiser uit
  • 4Eisers beroep op informatie op het IND-meldingsformulier over adreswijzigingen en BRP-registratie bood geen soelaas voor de beoordeling van de zorgtaken
  • 5Geen proceskostenveroordeling en geen vergoeding griffierecht toegekend

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het Chavez-Vilchez-criterium: een verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU blijft alleen bestaan zolang er een aantoonbare afhankelijkheidsverhouding en daadwerkelijke zorgtaken bestaan; bij gewijzigde omstandigheden kan dit recht vervallen. Artikel 8 EVRM biedt in dit geval geen aanvullende bescherming.

Praktische impact

Voor de Iraakse vader betekent de uitspraak dat hij geen rechtsgeldig verblijfsdocument EU/EER verkrijgt en zijn verblijfspositie in Nederland onzeker blijft. Derdelanders die verblijfsrecht ontlenen aan Unieburgerende kinderen dienen doorlopend aantoonbare zorgbetrokkenheid te onderhouden en te documenteren om verlenging van hun verblijfsrecht veilig te stellen.

Onderwerp-impact

Voor gezinnen met gemengde nationaliteiten waarin een ouder verblijfsrecht ontleent aan Unieburgerende kinderen benadrukt deze zaak het belang van het actief aantonen van zorgtaken bij elke verlengingsaanvraag; administratieve naleving (zoals BRP-inschrijving) is daarvoor onvoldoende.

Samenvatting

Deze zaak betreft een Iraakse man (geboren 1979) die in 2018 verblijfsrecht in Nederland verkreeg op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), in navolging van het Europese Hof van Justitie-arrest Chavez-Vilchez. Dit verblijfsrecht was gebaseerd op het feit dat zijn twee minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit bezitten en daarmee Unieburgers zijn. In februari 2024 wees de IND (verweerder) zijn aanvraag tot vernieuwing van zijn verblijfsdocument EU/EER af. Verweerder stelde dat eiser niet had aangetoond daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken te verrichten en dat er geen afhankelijkheidsverhouding meer bestond tussen hem en zijn kinderen. Bovendien concludeerde verweerder dat het verblijfsrecht al per 16 juli 2018 was vervallen wegens gewijzigde omstandigheden. Een belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM, het recht op eerbiediging van het gezinsleven, pakte eveneens in het nadeel van eiser uit. Eiser maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij zijn adreswijziging correct in de BRP had laten registreren overeenkomstig de instructies op het IND-meldingsformulier. Verweerder verklaarde het bezwaar in maart 2025 ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de Rechtbank Den Haag. De rechtbank overweegt dat de kern van het Chavez-Vilchez-criterium is dat een derde-onderdaan verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU alleen kan ontlenen aan zijn Unieburgerkind zolang er sprake is van een aantoonbare afhankelijkheidsverhouding en daadwerkelijke zorgtaken. Eiser heeft dit niet voldoende onderbouwd. De BRP-registratie en het naleven van meldingsplichten zijn onvoldoende om zorgtaken aan te tonen. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het griffierecht wordt niet vergoed.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 25 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Europees bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:335Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:335, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21-07-2026, 25/285, 25/497, 25/498, 25/499, 25/501, 25/503, 25/504, 25/505 en 25/506

College van Beroep voor het bedrijfsleven21 jul 2026OverheidHandhaving
52/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4203Laag
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4203, Raad van State, 20-07-2026, BRS.26.003165

Raad van State20 jul 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4254Laag
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:4254, Raad van State, 20-07-2026, 202503193/1/A3

Raad van State20 jul 2026OverheidDatabescherming
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1297Middel
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1297, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02707

Hoge Raad17 jul 2026OverheidVergunningen
52/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied