Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op nareisaanvraag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19593, Rechtbank Den Haag, 22-05-2026, NL26.21839
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – artikel 8 EVRM. Dictum: gegrond. Beslistermijn van 8+12 weken.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een mvv voor gezinshereniging (nareis asiel). De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen (verlengd met drie maanden) een besluit genomen. Na ingebrekestelling is de eiser in beroep gegaan bij de rechtbank wegens het uitblijven van een beslissing.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard. De rechtbank heeft het fictieve weigeringsbesluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij verdere overschrijding. De doorslaggevende reden is de vastgestelde termijnoverschrijding door de minister zonder dat een verweer is ingediend.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een routinematige toepassing van bestaande jurisprudentie over niet-tijdig beslissen in nareiszaken. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en het betreft een individuele zaak zonder precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Voor aanvragen ingediend vóór 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van 90 dagen, verlengbaar met maximaal drie maanden (conform ECLI:NL:RVS:2025:5787).
- 2De minister heeft de beslistermijn overschreden en geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit wordt genomen.
- 3De rechtbank past uitgangspunten toe uit de uitspraak van 17 maart 2023 (zittingsplaats Arnhem) over passende beslistermijnen bij nareisaanvragen.
- 4De minister krijgt acht weken om te beslissen, of om nader onderzoek aan te bieden; in dat laatste geval geldt een verlengde termijn van twintig weken.
- 5Bij overschrijding van de opgelegde termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past gevestigde jurisprudentie toe over fictieve weigeringen en termijnoverschrijding bij nareisaanvragen, en bevestigt dat bij dit type zaken afwijkende (langere) beslistermijnen passend kunnen zijn. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
De eiser heeft nu een concrete termijn waarbinnen de minister moet beslissen op zijn nareisaanvraag, met een financiële prikkel (dwangsom) om naleving af te dwingen. De gezinshereniging kan daardoor mogelijk sneller worden afgerond.
Onderwerp-impact
Voor nareiszaken in het vreemdelingenrecht biedt de uitspraak een praktisch kader voor het opleggen van beslistermijnen en dwangsommen bij trage besluitvorming door de minister, in lijn met eerdere rechtspraak uit Arnhem.
Samenvatting
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over een beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging (nareis asiel). De eiser had de aanvraag ingediend vóór 28 maart 2025, waarvoor een beslistermijn van 90 dagen geldt, welke de minister met maximaal drie maanden kan verlengen. Beide termijnen waren verstreken zonder dat een besluit was genomen. Na een schriftelijke ingebrekestelling door eiser en het uitblijven van een besluit binnen twee weken daarna, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn inderdaad is overschreden en dat de minister geen verweerschrift heeft ingediend, zodat onduidelijk is wanneer een besluit te verwachten is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit. Voor het opleggen van een nieuwe beslistermijn sluit de rechtbank aan bij de uitgangspunten geformuleerd in de uitspraak van 17 maart 2023 van deze rechtbank (zittingsplaats Arnhem), die erkent dat bij nareisaanvragen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijkende termijn rechtvaardigen. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken. Als de minister binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en dit schriftelijk aan eiser meedeelt, geldt een verlengde termijn van twintig weken. Bij overschrijding van de opgelegde termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag. De uitspraak is een standaardtoepassing van bestaande wetgeving en jurisprudentie en heeft geen bijzondere precedentwerking, maar biedt de betrokken eiser een concrete en afdwingbare aanspraak op spoedige besluitvorming.