JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:19572Laag18/100

Beroep gezinshereniging Syrische vrouw ongegrond verklaard

ECLI:NL:RBDHA:2026:19572, Rechtbank Den Haag, 20-03-2026, NL25.27593

Rechtbank Den HaagUitspraak: 20 maart 2026Publicatie: 16 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.27593
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Zorg
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Vreemdelingenrecht
Syrie
Familieleven

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Eiseres heeft een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf gedaan om bij haar meerderjarige dochter en minderjarige kleindochter in Nederland te kunnen verblijven. De minister heeft deze aanvraag afgewezen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister geen familie- en gezinsleven heeft mogen aannemen tussen eiseres en haar meerderjarige dochter zoals bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook heeft de minister volgens de rechtbank mogen vinden dat geen sprake is van familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar kleindochter. Omdat de minister geen familie- en gezinsleven tussen de familieleden hoefde aan te nemen, hoefde de minister ook geen belangenafweging te maken. Het beroep is ongegrond.

Kern van de zaak

Een Syrische vrouw (eiseres) verzocht om gezinshereniging met haar dochter (referent) in Nederland. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van beschermingswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM, zowel ten aanzien van de dochter als de kleindochter. Eiseres ging in beroep bij de rechtbank.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de minister terecht heeft vastgesteld dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent, noch van hechte persoonlijke banden met de kleindochter die bescherming verdienen onder artikel 8 EVRM.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele feitelijke toepassing van vaste jurisprudentie over artikel 8 EVRM in een vreemdelingenrechtelijke zaak, zonder nieuwe rechtsontwikkeling of richtinggevende werking.

Belangrijkste punten

  • 1Familieleven tussen volwassen kinderen en ouders vereist bijkomende elementen van afhankelijkheid naast de biologische band (artikel 8 EVRM).
  • 2Eiseres voerde financiële, emotionele en medische afhankelijkheid aan, alsmede dagelijks contact via videobellen.
  • 3De onderbroken samenwoning werd geweten aan de vluchtsituatie uit Syrië, maar de minister achtte dit onvoldoende voor beschermingswaardig familieleven.
  • 4De rechtbank volgde de minister in het oordeel dat geen reële en substantiële afhankelijkheid was aangetoond die bescherming vereist.
  • 5Eiseres ontvangt geen proceskosten vergoed; hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande strikte toets voor familieleven tussen meerderjarige ouders en volwassen kinderen onder artikel 8 EVRM bij gezinshereniging, waarbij bijkomende afhankelijkheid concreet aangetoond moet worden. Er wordt geen nieuw recht gevormd.

Praktische impact

Eiseres kan niet naar Nederland komen via gezinshereniging op basis van deze procedure; zij dient eventueel hoger beroep in te stellen bij de Raad van State om haar zaak verder te voeren.

Onderwerp-impact

Voor Syrische vluchtelingen en hun familieleden in het buitenland onderstreept deze uitspraak de hoge drempel voor succesvol beroep op artikel 8 EVRM bij gezinshereniging, ook wanneer samenwoning werd onderbroken door vlucht.

Samenvatting

Deze zaak betreft een Syrische vrouw die via haar dochter, als referent in Nederland, gezinshereniging aanvroeg. De minister van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af op de grond dat tussen eiseres en haar dochter geen beschermingswaardig familieleven bestaat in de zin van artikel 8 EVRM. Volgens vaste rechtspraak vereist familieleven tussen meerderjarige kinderen en hun ouders bijkomende elementen van afhankelijkheid, die verder gaan dan de normale familiebanden. Ook ten aanzien van de kleindochter werd geen beschermingswaardig familieleven aangenomen, bij gebrek aan hechte persoonlijke banden. Eiseres voerde in beroep aan dat de minister geen integrale beoordeling had gemaakt. Zij wees op eerdere samenwoning met referent en kleindochter, financiële en emotionele afhankelijkheid, dagelijks contact via videobellen, en medische afhankelijkheid vanwege een depressie waarvoor referent haar herinnert aan medicatie-inname en eten en drinken. Eiseres benadrukte dat de onderbroken samenwoning niet aan haar kon worden tegengeworpen, nu dit het gevolg was van haar vlucht uit Syrië. Zij stelde ook dat de minister ten onrechte eiste dat afhankelijkheid niet op afstand kan bestaan, en dat reële en substantiële afhankelijkheid voldoende zou moeten zijn. De rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank volgt de minister in het oordeel dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om beschermingswaardig familieleven aan te nemen. De aangedragen elementen van afhankelijkheid — hoe invoelbaar ook in de context van een vluchtsituatie — worden niet toereikend geacht om de juridische drempel van artikel 8 EVRM te halen. Eiseres ontvangt geen proceskostenvergoeding. Hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen