JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:16749Laag28/100

Rechtbank wijst verzoek vernietiging erkenning kinderen af

ECLI:NL:RBDHA:2026:16749, Rechtbank Den Haag, 21-05-2026, FA RK 25-5402 C/09/688614

Rechtbank Den HaagUitspraak: 21 mei 2026Publicatie: 21 juni 2026
Zaaknummer:FA RK 25-5402 C/09/688614
Personen- en familierecht
Mensenrechten
Arbeidsrelaties
Aansprakelijkheid
Dwaling
Artikel 8 Evrm
Erkenning
Vernietiging Erkenning
Onderhoudsplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vernietiging erkenning. Man stelt niet de biologische vader te zijn. Vrouw en kinderen zijn niet verschenen. Geen sprake van dwaling of dwang bij de erkenning. Beroep op 8 EVRM slaagt niet.

Kern van de zaak

Een man erkende twee kinderen van zijn toenmalige partner, terwijl hij niet de biologische vader is. Na beëindiging van de relatie verzoekt hij vernietiging van de erkenning wegens dwaling, mede omdat hem een verhaalsbijdrage is opgelegd door de gemeente.

Beslissing van de rechter

Op basis van de beschikbare tekst is de eindbeslissing niet volledig weergegeven; de rechtbank beoordeelt het verzoek tot vernietiging van de erkenning op grond van artikel 1:205 lid 1 BW. De doorslaggevende elementen zijn het beroep op dwaling bij de erkenning en de vraag of vernietiging in het belang van de minderjarigen is, waarbij de bijzondere curator een adviserende rol speelt.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele familierechtelijke procedure bij de rechtbank zonder aanwijzingen van richtinggevende rechtsontwikkeling; de tekst is bovendien onvolledig waardoor de definitieve beslissing niet vaststaat.

Belangrijkste punten

  • 1Man erkende kinderen terwijl hij niet de biologische vader is; hij stelt dit te hebben gedaan onder emotionele druk van de vrouw
  • 2Beroep op dwaling: de man stelt dat hem ten onrechte is voorgespiegeld dat geen reële rechten of verplichtingen aan de erkenning verbonden zouden zijn
  • 3De gemeente heeft een verhaalsbijdrage opgelegd, wat de financiële aanleiding vormt voor het verzoek tot vernietiging
  • 4De man beroept zich op artikel 8 EVRM: de instandhouding van de juridische familierechtelijke band vormt volgens hem een ongerechtvaardigde inmenging in zijn privéleven
  • 5Een bijzondere curator is aangesteld om de belangen van de minderjarigen te vertegenwoordigen; de man betwist het advies van de bijzondere curator

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de grenzen van vernietiging van erkenning wegens dwaling ex artikel 1:205 BW en de afweging tussen de belangen van de erkende kinderen en de rechten van de erkenner onder artikel 8 EVRM. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar.

Praktische impact

Indien de erkenning wordt vernietigd, vervalt de onderhoudsplicht en de verhaalsbijdrage van de gemeente; blijft de erkenning in stand, dan blijft de man juridisch vader met alle financiële en erfrechtelijke gevolgen van dien.

Onderwerp-impact

Voor gezinnen waarin erkenning plaatsvond buiten biologische verwantschap, benadrukt deze zaak het belang van bewuste en geïnformeerde wilsvorming bij erkenning en de beperkte mogelijkheden tot terugkomen op die beslissing.

Samenvatting

In deze zaak bij de Rechtbank Den Haag verzoekt een man de vernietiging van de erkenning van twee kinderen die hij heeft erkend terwijl hij niet hun biologische vader is. De man leerde de vrouw pas enkele jaren na de geboorte van de kinderen kennen en erkende hen gedurende hun affectieve relatie. Hij stelt dat hij dit heeft gedaan onder emotionele druk van de vrouw, die hem zou hebben voorgespiegeld dat aan de erkenning geen reële rechten of verplichtingen zouden zijn verbonden na een eventuele relatiebreuk. Kort na de erkenning verbrak de vrouw de relatie, waarna de man geen contact meer heeft gehad met de kinderen. De juridische basis voor het verzoek is artikel 1:205 lid 1 BW, dat vernietiging van een erkenning mogelijk maakt indien de erkenner niet de biologische vader is. De man beroept zich primair op dwaling en subsidiair op een schending van artikel 8 EVRM: de voortdurende familierechtelijke band brengt financiële en erfrechtelijke verplichtingen met zich mee die een levenslange inmenging in zijn privéleven vormen, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat bij gebreke van enige feitelijke relatie met de kinderen. Aanleiding voor het verzoek is mede een door de gemeente opgelegde verhaalsbijdrage. Een bijzondere curator is benoemd om de belangen van de minderjarigen te vertegenwoordigen. De man betwist het advies van de bijzondere curator. De rechtbank weegt de belangen van de kinderen, het beroep op dwaling en de EVRM-toets af. De eindbeslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, waardoor de definitieve uitkomst met enige onzekerheid moet worden beschreven.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Personen- en familierecht

ECLI:NL:HR:2026:1219Hoog
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht

ECLI:NL:HR:2026:1219, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/03398

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesAansprakelijkheid
55/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1248Hoog
Internationaal privaatrecht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:HR:2026:1248, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02424

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
62/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1847Laag
Civiel recht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1847, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.362.050/01

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026ArbeidsrelatiesZorg
12/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1843Laag
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1843, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.363.799/01 en 200.363.527/01

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026ArbeidsrelatiesZorg
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied