JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:12471Laag18/100

Beroep gegrond: minister moet alsnog beslissen over nareis asiel

ECLI:NL:RBDHA:2026:12471, Rechtbank Den Haag, 16-04-2026, AWB 26/3729

Rechtbank Den HaagUitspraak: 16 april 2026Publicatie: 19 mei 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:AWB 26/3729
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Vergunningen
Niet Tijdig Beslissen
Dwangsom
Artikel 8 Evrm
Gezinshereniging
Nareis Asiel

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel - artikel 8 EVRM. Dictum: Gegrond

Kern van de zaak

Een asielzoeker heeft een aanvraag ingediend voor gezinshereniging (nareis asiel) en een mvv op grond van artikel 8 EVRM. De minister heeft niet tijdig beslist op de aanvraag, ook niet na gebruikmaking van de verlengingsbevoegdheid. Eiser heeft de minister in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het fictieve weigeringsbesluit wegens niet tijdig beslissen. De minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen dan wel nader onderzoek aan te bieden, en bij nader onderzoek binnen twintig weken te beslissen, op straffe van een dwangsom van €100 per dag.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige beroepsprocedure wegens niet tijdig beslissen in een individuele vreemdelingenzaak; er worden geen nieuwe of richtinggevende rechtsvragen beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1Voor aanvragen ingediend vóór 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van 90 dagen, verlengbaar met maximaal drie maanden.
  • 2De minister heeft de verlengingsbevoegdheid benut, maar ook daarna niet tijdig beslist.
  • 3Eiser heeft rechtsgeldig een ingebrekestelling ingediend als vereiste voorwaarde voor beroep wegens niet tijdig beslissen.
  • 4De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag om naleving van de beslistermijn te waarborgen.
  • 5Eiser is vrijgesteld van griffierecht na aangetoond te hebben aan de voorwaarden te voldoen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de standaardtoepassing van de beroepsprocedure bij niet tijdig beslissen (artikel 6:2 jo. 8:55b Awb) in vreemdelingenzaken, inclusief de dwangsomregeling. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Praktische impact

De minister moet binnen acht weken een besluit nemen over de nareis-aanvraag, anders loopt er een dwangsom op. Eiser behoudt zijn rechtspositie en hoeft geen griffierecht te betalen.

Onderwerp-impact

In gezinsherenigingszaken op asielgrondslag onderstreept deze uitspraak dat de rechter actief ingrijpt bij termijnoverschrijding door de minister, ook als de verlengingsbevoegdheid al is benut.

Samenvatting

In deze zaak heeft een asielzoeker beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag omdat de minister van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging op grond van nareis asiel en artikel 8 EVRM. Voor aanvragen ingediend vóór 28 maart 2025 geldt een wettelijke beslistermijn van 90 dagen, die de minister mag verlengen met maximaal drie maanden. De minister heeft van deze verlengingsbevoegdheid gebruikgemaakt, maar ook daarna is geen besluit genomen. Eiser heeft de minister vervolgens schriftelijk in gebreke gesteld, waarna hij na het uitblijven van een besluit binnen twee weken beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting afgedaan en eerst vastgesteld dat eiser terecht vrijstelling van griffierecht is verleend. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de wettelijke beslistermijn ruimschoots was verstreken en de ingebrekestelling rechtsgeldig was ingediend, zodat het beroep ontvankelijk was. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig beslissen. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken of nader onderzoek aan te bieden; indien nader onderzoek wordt aangeboden, geldt een termijn van twintig weken. Om naleving te waarborgen is een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister na het verstrijken van die termijn in gebreke blijft. De uitspraak is inhoudelijk weinig verrassend en past volledig binnen de vaste lijn van bestuursrechtelijke rechtspraak over niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026OverheidArbeidsrelaties
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1447Laag
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch3 jun 2026VastgoedOverheid
15/100Bekijk
ECLI:NL:CRVB:2026:588Laag
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CRVB:2026:588, Centrale Raad van Beroep, 13-05-2026, 25/519 WAJONG

Centrale Raad van Beroep13 mei 2026ZorgOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied