JurispRadar
ECLI:NL:RBAMS:2026:9184Laag5/100

ECLI:NL:RBAMS:2026:9184, Rechtbank Amsterdam, 28-08-2026, C/13/787832 / KG ZA 26-399 NB/GR

Rechtbank AmsterdamUitspraak: 28 augustus 2026Publicatie: 14 september 2026
Zaaknummer:C/13/787832 / KG ZA 26-399 NB/GR

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De voorzieningenrechter constateert dat partijen elkaar al een tijd gevangen houden in de afwikkeling van de samenleving en dat er nu doorgepakt moet – en ook kan – worden. Zo kan worden teruggegrepen op het kortgedingvonnis van 22 april 2026, waarin de voorzieningenrechter al heeft gezegd dat de man de regie krijgt over de verkoop en het herstel van de woning. Bij de mondelinge behandeling van 28 mei 2026 is het idee ontstaan dat een en ander wel zijn vervolg zou krijgen, maar drie maanden later lijkt dat dat niet het geval is. Dat betekent dat de vrouw de woning moet verlaten, waarbij zij een ontruimingstermijn krijgt van drie weken na betekening van dit vonnis.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RVS:2026:5478

ECLI:NL:RVS:2026:5478, Raad van State, 16-09-2026, 202406270/1/R3

Raad van State16 sep 2026
~61geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5518

ECLI:NL:RVS:2026:5518, Raad van State, 16-09-2026, 202502688/1/R4

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5493

ECLI:NL:RVS:2026:5493, Raad van State, 16-09-2026, 202502129/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5479

ECLI:NL:RVS:2026:5479, Raad van State, 16-09-2026, 202505719/1/A2

Raad van State16 sep 2026
~60geschat
Bekijk